ook voor de negende zondag voor Pasen (Septuagesimae)

bwv 84 ich bin vergnügt mit meinem Glücke

bwv 144 nimm, was dein ist, und gehe hin



Wonderlijk. Deze cantate is gebaseerd op het gelijknamige koraal, maar in het openingskoor gebruikt Bach wel de tekst van dat koraal maar niet de melodie. Die is, maar dan wel volstrekt anders getoonzet, gebaseerd op de koraalcantate van de week ervoor, BWV 111. Boven de orkestbegeleiding en de rest van het koor is in de sopranen als cantus firmus de hymne ‘Was mein Gott will, das g'scheh' allzeit’ te horen. Heerlijke muziek, contemplatieve muziek in de vorm van een concerto. En eigenlijk kun je nauwelijks spreken van ‘instrumentale begeleiding’ want zoals zo vaak bij Bach; die begeleiding is minstens zo mooi als de zangpartijen. 


Deze cantate parafraseert een hymne met een nogal ondankbare, abstracte tekst en toch weet Bach daar een maximum aan muzikale illustratie uit te destilleren. De openingstekst doet nog niet aan tekstdetaillering; de melodie in 6/8 maat volgt de hymne en de hobo's schijnen eerder een basale stemming van blijmoedige, kalme overgave op te roepen. Maar uit het basrecitatief (2) stijgt dan een overvloed aan detaillering op, dit is de tweede strofe van de hymne, met een drastische kleuring in de tonen. 


'Mit Prasseln und mit grausem Knallen / Die Berge und die Hügel fallen'

 

We horen dalende toonladderfiguren als vallende bergen. En golvende begeleidingsfiguren die de deining van het water suggereren. Merk ook de diepe tonen op 


'Meer, ersäufen en mit mir zum Abgrund eilt' 


en daar is de diepte van de zee. Er volgt dan een sterk geagiteerde, extreem moeilijke tenor aria, een vrije parafrase op de vierde strofe van het koraal. Zeer suggestief werken de rusteloze, virtuoze raketfiguurtjes in de violen als illustratie van 


'wie reißt, wie bricht, wie fällt...'


Ook de motieven in de bas maken een zeer onbestendige indruk. De vijfde strofe is opnieuw onveranderd, wordt ons zin voor zin aangeleverd door de altstem, analoog aan het openingskoor en omgeven door een strak aangetrokken trio dat weer nauwelijks iets aan tekstdetaillering bijdraagt, afgezien van de trieste chromatische tonen na de laatste teksten. 


'Ob's noch so traurig schiene'


De twee volgende delen corresponderen geheel met het eerste recitatief en de eerste aria die beide beogen te plezieren in details en kleuring, alleen zijn nu de taken van de solisten geruild, nu krijgt de bas een aria. Hij krijgt allerlei virtuose melismen die tezamen met de onstuimige cellopartij het gieren van gure winden verbeelden. Dan een schitterende vondst; het koraal verschijnt opnieuw (7) maar nu in een rijk gedetailleerd, zorgvuldig uitgewerkt geheel en met recitatieve inbreng door de vier solisten, respectievelijk - van laag naar hoog - bas, tenor, alt en sopraan! Merk de hemelhoge toon op 


'Himmelreich'

 

in het recitatief van de alt. Aan het eind, waar de sopraanpartij om Jezus roept, leidt het koraal van B mineur naar D majeur, de toonsoort van de laatste, hemelse aria (8). Magische pastorale muziek is dat, vormgegeven als een dialoog tussen sopraan en oboe d'amore met daarbij een pizzicato begeleiding door de strijkers maar geheel zonder bassen. Prachtige pastorale sfeer. Dit wordt dus bedoeld met 


'bei gedämpften Saiten' 

 

uit het voorafgaande recitatief! Dit alles als teken van eenvoud en nederigheid, onderwerping aan en vertrouwen op de hemelse Herder. Een schitterend evenwicht tussen beheerste en toch volmaakte vreugde. Het slot is simpel als het openingskoor. 


Dit is een cantate die ik blijkbaar direkt kan waarderen als ik Leonhardt en Rilling hoor. Hij is lang maar afwisselend met veel solisten en met vele versies van het koraal erin. Een mooie jongenssopraan (weer Detlef). Bij Rilling vallen de solisten blijkbaar op; een prachtige heldentenor, enorme vaart in de basaria (helaas opnieuw de logge Philippe H.) en dan die sopraan aria. Bij Richter is daar opnieuw de verbetenheid bij dat koor, maar ook die prachtige solisten. 









cantates de cantates cantates de cantates de cantates hierna volgt cantate 125>>