meer cantates voor de vijfde zondag na pasen (Rogate)

bwv 86 wahrlich, wahrlich, ich sage euch



Leeswaarschuwing: deze keer eerst even luisteren?


Mooie hobo's horen we in de alt aria en ook hier is het weer de voorlaatste aria die 't em doet. Een heel mooie cantate is dit en wel vanaf de eerste noot. Maarten 't Hart besteed maar liefst een hele pagina aan de tenor aria. Hij is nieuwsgierig gemaakt door wat Schweitzer erover schrijft in zijn boek. 


"Gehort zu den herrlichsten, die der Meister geschrieben hat."


Maarten heeft lang op deze aria moeten wachten. Er zou een opname met Werner zijn maar die is niet te krijgen. Hij bestelt de partituur. Die aria lijkt op het eerste gezicht een doodgewone franse gigue. Het lijkt ook één van de langste melodiën die Bach gecomponeerd heeft. Heel opmerkelijk zijn de wijde intervallen. Al in de eerste maat tref je een verminderde septiem omhoog aan. Die moet ook de tenor even later zien te treffen. Hij hoort de aria voor 't eerst op een zondagavond. Even na zes uur in een programma van Jan Pasveer en het maakt indruk. 


"Ik zie zelfs nog voor me hoe 't licht valt in de kamer waarin ik die aria voor 't eerst hoor. Het is eigenaardig dat zo'n eerste kennismaking met zo'n ongelofelijk muziekstuk als het ware lijkt op de eerste kus. Ook zoiets waarvan je geen enkel detail ooit nog vergeet. Er is nauwelijks één andere melodie van Bach die me op moeilijke momenten zo heeft weten op te beuren als deze supereure notenvolgorde. Opmerkelijk is de verwantschap van deze ernstige aria met die van Lieschen uit de koffiecantate ('Heute noch'). Ook een beeldschone melodie. En zeker een echte Franse gigue, wat deze aria bij nader inzien toch niet blijkt te zijn". 


Nee, dit is een siciliano. Dat is een stuk dat een pastorale stemming schept, maar in deze siciliano ontbreken, zoals gebruikelijk is bij Bach, de dissonanten niet. En misschien is de plaats die de aria krijgt toebedeeld ook wel heel belangrijk voor het effect ervan. Want het moet gezegd, tot op dit moment is dit werk nauwelijks sprake van enige vreugde. Maar dan, met deze tenor aria, veranderd alles. Een algehele uitbarsting van vreugde is het beslist niet, dat zou ook nauwelijks geloofwaardig zijn binnen de architectuur van dit werk. Het zou ook niet de essentie van deze tekst weergeven die nu juist een uitgebalanceerde combinatie van heel verschillende gemoedstoestanden wil weergeven; enerzijds verwachten wij dat we zullen lijden, anderzijds weten wij dat Jezus ons hulp zal bieden en kalmte brengt. 


Ich will leiden, ich will schweigen,

Jesus wird mir Hülf erzeigen,

denn er tröst’ mich nach dem Schmerz.


Weinig componisten kunnen dit soort complexe emoties met dezelfde trefzekerheid uitdrukken als Bach. De meest donkere gemoedstoestanden worden bij hem genuanceerd door zijn vermogen om verschillende gevoelens simultaan tot uitdrukking te brengen. Hij creeërt hier een indruk van ultieme improvisatie als viool en stem hun zachte melodieën om elkaar heen weven en aldus de vredige en onbaatzuchtige zekerheid van Christus’ zielerust gevierd wordt. Deze aria is de onbetwiste hoeksteen van de cantate, een uitdrukking van kalme, persoonlijke acceptatie, als tegenstelling van een extraverte jubel. Maarten ’t Hart: 


“Wat had ik moeten doen in al die moeilijke uren waarin de cantates mij getroost, opgebeurd, opgemonterd, bemoedigd hebben, en op al die ellendige momenten waarbij ik de tenor aria uit cantate 87 maar hoefde te fluiten om mij alweer beter te voelen?”


Maar iedereen die wel eens een ogenschijnlijk simpele melodie van Bach fluit weet hoe bedriegelijk moeilijk dat is. 


Welke uitvoering moeten we hebben? Kurt Equiluz zingt mooi, maar de ideale uitvoering vinden we bij Karl Richter. Het is Peter Schreier die we daar horen en wat Richter met het orkest doet (zo langzaam) is werkelijk prachtig. En bij dit soort uitvoeringen moeten we toch eigenlijk de hele cantate beluisteren, de hele cantate waarin zich dan zo'n aria aandient als een pronkstuk in dat geheel. En Gardiner moet ook in de collectie.


Ook veel indruk maakt de live uitvoering op de avond van 20 mei 2007 als ik met Chris in de Westerkerk ben onder het gehoor van ds. Oosterwijk. Zo ontroerend als zij is in haar gebed tot een God waar wij maar nauwelijks meer in geloven, zo mooi is ook tenor Donald Bentvelsen als hij Jezus aanroept in die prachtige aria. 



Bronnen: Maarten ‘t Hart/Julian Minchham



Gigue - De gigue is een zeer snelle dans, waarvan het ritme een veelvoud is van drie. De dans, die afkomstig is uit Schotland  en Ierland, werd door verscheidene klassieke componisten gebruikt in hun composities. De gigue, die verwant is aan de Engelse dans Jig, was reeds omstreeks 1600 in Engeland bekend. In de tweede helft van de zeventiende eeuw werd deze dans ook bekend op het Europees continent.

Een gigue komt vaak voor als slotdeel van een suite, waarin naast de gigue, ook andere dansen voorkomen zoals de allemande, de sarabande, de courante, en de gavotte.


Siciliano - Siciliaanse landelijke dans in een matige beweging en 6/8 maat. Alla Siciliana [It.] is een muzikale voordrachtsaanwijzing. Alla siciliana betekent: op de wijze van een siciliano. 


   

verder met cantate 128 >> de cantates de cantates de cantates de cantates