Monogram Johann Sebastian Bach







andere cantates voor de tweede zondag na Pasen (Misericordias Domini)

bwv 104 du Hirte Israel, höre

bwv 112 der Herr ist mein getreuer Hirt


In dit werk wordt het poëtische beeld opgeroepen van de herder met zijn schapen in het veld, een tot ver in de 18e eeuw vertrouwd gebleven beeld. Zelfs was zo'n pastorale idylle in het mytische Arcadia één van de meest populaire scenes in barokopera's zowel als in cantates. Tegen deze achtergrond bevat Bach's instrumentatie als vanzelfsprekend twee hobo's die de door herders gebruikte schalmei verzinnebeelden. Ze begeleiden in de introductie van de cantate de door de bas gezongen woorden als de Vox Christi. Veel later in deze cantate zal de tenor, begeleid door plechtige violen, in het recitatief preken over de rol van de herder zijnde een leidsman naar langbegeerde rust. Dit leidt naar de volgende aria waarin de tenor in een expressief hoog register dit beeld herinterpreteert als dat van Jezus en de liefde voor zijn kudde. De strijkers, hier unisono spelend in een 9/8 maat, roepen een pastorale scene op, afgerond door het finale koraal als de stem van de individuele gelovige. Maarten t Hart noemt in zijn commentaar zowel dat recitatief als de tenor-aria (Seht, was die Liebe tut) en Murray Young spreekt in superlatieven: 'The sheer beauty of this number is astounding'. Deze aria wordt door Vestdijk in zijn overzicht gemist maar niet door William Walton die er een romantische strijkers bewerking van maakt.

Bij het horen van de Harnoncourt-uitvoering beoordeel ik deze cantate als een wat minder mooie; de sopraan vind ik wel mooi maar de door hem gezongen aria niet en er is verder niets wat opvalt tot de tenor-aria aanbreekt. Oh, wat mooi is dat. Later zal blijken dat deze versie juist de minst geslaagde is, veel te snel, grof raast hij hier overheen. Maarten 't Hart bevestigt dit en noemt deze tenor-aria zelfs het absolute dieptepunt van de Harnoncourt-versies.

"Het is een van de allermooiste aria's die Bach ooit schreef. Die wordt hier echter vermoord door het waanzinnig hoge tempo en de afschuwelijk lelijke strijkersklank. En dan zwijg ik nog maar over het geblaat van de reeds bij aanvang van het Telefunken projekt nauwelijks nog bruikbare Kurt Equiluz". 

Bij de Rilling-versie is het de sopraan die opvalt met die prachtige cellopartij. Adalbert Kraus blijft daar erg plechtstatig in zijn benadering. Oh wat slooft hij zich uit. Nee, wacht tot je de versie van Fritz Werner hoort. Hier horen we Kurt Huber: 'Seht was die Liebe tut'. En inderdaad. In deze versie is de aria ineens een kroonjuweel geworden die herinnert aan het koraal uit 147. Schitterend! En bij deze opname valt inderdaad het prachtige recitatief op voorafgaand aan die aria. Maarten heeft gelijk. 

Daarom zondag 23 januari 2005 op naar de Westerkerk waar zal blijken dat de dirigent Jan Pasveer juist deze week is overleden. Dat ik deze zeer lange kerkdienst nu bijwoon wordt niet beloond met een muzikaal hoogtepunt. De invallende dirigent biedt het koor maar weinig zekerheid en de tenor zingt niet mooi. Gelukkig valt op deze prachtige winterochtend het zonlicht prachtig door de hoge ramen naar binnen. 











de cantates de cantates de cantates  >> Ihr werdet weinen uns heulen bwv 103