
meer cantates voor de dertiende zondag na Trinitatis
bwv 33 allein zu dir, Herr Jesu Christ
bwv 164 ihr, die ihr euch von Christo nennet
Lucas 10, vers 27:
"Gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht en met geheel uw verstand, en uw naaste als uzelf."
Er wordt wel beweerd dat Bach zelf tekstbewerkingen maakte, b.v. op werkstukken van Christiane Mariane von Ziegler, teksten die voor hem maar matig interressant waren. Daar waar het mogelijk is om een origineel te vergelijken met de bewerking blijkt dat de veranderingen niet altijd zijn aangebracht om een herschikking van woorden te bewerkstelligen of om de compositie te dienen. Meermalen lijkt het of met de veranderingen een grotere nadruk wordt gelegd op de charitas en op de liefde voor God. Meermalen wordt ook de zwakte van de menselijke wil tentoongespreid. Hoe dan ook, in cantate 77 zijn de muzikale aspecten een monument voor Bach’s theologische inzichten.
Als het koor bovenstaande tekst uit het Lucas evangelie zingt verwijst Bach tekstloos naar ‘de Wet’ dat wil zeggen naar de oud-testamentische Tien Geboden die wij allen kennen (Gij zult....). Hij doet dat aan de hand van een koraal van Luther 'Dies sind die heilgen zehn Gebot', voor alle toehoorders zeer bekend als het daar oprijst vanuit het orkest. De melodie van deze hymne begint met indringende, steeds herhaalde noten die aan ‘t werk lijken te zijn om de letters in de stenen tafelen te kerven. We horen die vijf regels van de hymne als een canon (dat is de meest ‘wet’-matige muzikale vorm) waarbij de trompet steeds inzet en de lage stemmen (fagot, cello, contrabas, orgel) reageren. Deze orkestbas beantwoordt de trompet-inzetten niet alleen enkele octaven lager maar ook in twee maal zo lange noten, waardoor de trompet voldoende tijd heeft om na elke regel nog eens een regel te herhalen. Zo zijn er precies tien trompet-inzetten, en bij zijn tiende inzet herhaalt de trompet nog eens de gehele koraalmelodie. Aan deze krachtige instrumentale canon van de oude Tien Geboden hangt Bach het koorgedeelte met Jezus’ nieuwe gebod (ook wel het dubbelgebod genoemd) voorafgegaan door een voorspel in de strijkers. Het polyfone thema brengt het koraal in herinnering door het om te keren, het wordt gesampled, hij laat het oprijzen vanuit de laagste regionen naar omhoog om het daarna te bekrachtigen met herhalingen. De vijfde en laatste passage van het koor, met de tekst die het tweede deel van het dubbelgebod benadrukt (und deinen Nächsten...) bestrijkt precies de periode waarin de trompet de koraalmelodie nog eens integraal herhaalt. Daarmee krijgt dit geheel een buitengewone intensie, het is precies wat Bach bedoeld moet hebben voor dit, in zijn ogen zo belangrijke gegeven.
Ook ongewoon in deze cantate is de finale aria waar alt en trompet een verder nergens voorkomende verbintenis aangaan. Er is, wanneer hier de trompet wordt ingezet, dit keer geen sprake van een juichstemming of van feestvreugde. Eigenlijk is dit niet zozeer een aria maar eerder heeft het kenmerken van een geestelijk lied.
Van het slotkoor is slechts de muziek bewaard gebleven. Er wordt nogal eens een tekst van David Denicke gebruikt zoals Rilling doet maar Leonhardt kiest een andere versie.
Van cantate 77 bestaan alleen opnames in integrale reeksen en het werk wordt maar zelden uitgevoerd. Toch is het, zoals we in de beschrijving zien, een ingenieus stuk. Het openingskoor is volgens Vestdijk contrapuntisch en harmonisch buitengewoon. En Whittaker zegt hierover:
'A movement in wich beauty and technical skill, sympathy and preaching are marvellously combined, and wich is suberbly thrilling in performance'.
En wat had ik zelf eigenlijk over deze cantate opgemerkt? Ik heb hem namelijk eerder al een keer besproken:
Het is een korte cantate die naar mijn mening nooit de tijd krijgt om mooi te worden en ze wordt dat ook niet. Zelfs bij de sopraanaria twijfel ik; Is het wat?
Hmmm, tjahh.... Of het wat is? Bij nader inzien moet ik dit alles misschien toch wel een beetje nuanceren. Over dat openingskoor valt toch wel iets meer te zeggen dan dit. Het hoort tot de categorie kunst die nauwelijks door alleen luisteren kan worden begrepen, het vereist observatie en kennis om het op de juiste manier te kunnen waarderen. Wat helpt is wellicht ook de juiste uitvoering, die transparant is en alles wat erin zit ook hoorbaar maakt. In 2007 verschijnt de Gardiner versie en daar ‘is het wel wat’. Een prachtig openingskoor, zo subtiel gezongen en gespeeld. En dan de sopraanaria, wat daar in het orkest gebeurd...
![]()
verder met cantate 25 >> de cantates de cantates de cantates de cantates