Monogram Johann Sebastian Bach








 andere cantates voor Eerste Pinksterdag

bwv 172 erschallet, ihr Lieder, erklinget, ihr Saiten!

bwv 34 o ewiges Feuer, o Ursprung der Liebe

bwv 59 wer mich liebet, der wird mein Wort halten



Zoals zo vaak put Bach als Thomaskantor uit eerder werk wat hij vervolgens gaat herschrijven. Voor de Pinksterzondag 1725 neemt hij delen over van de gelijknamige cantate BWV 59 die met Pinksteren 1724 al een keer is uitgevoerd maar die een jaar eerder is gecomponeerd, reeds voor Bach’s aanstelling als Thomaskantor in 1723. Het lijkt er op dat die oorspronkelijke cantate bedoeld is geweest voor een uitvoering in de (kleine) universiteitskerk st. Pauli. Voor een grote feestdag in de Thomaskerk zou Bach beslist veel groter uitpakken. Nu telt BWV 59 slechts vier delen, er zijn twee solisten nodig en trompetten zijn er wel maar het zijn er slechts twee, drie is gebruikelijk. 


Het is duidelijk dat hij tevreden is over het werk. Bach wil nu, twee jaar later, enkele onderdelen opnieuw gebruiken en er dan toch een feestcantate van maken. Hij verdubbelt het aantal onderdelen tot acht, hij verdubbelt het aantal solisten tot vier en qua instrumentale bezetting komen er drie hobo’s bij, pauken ook en natuurlijk die extra trompet.


Dat hij deel 1 en 4 uit cantate 59 overneemt hoeven we niet als een werkbesparing te zien, het is, zoals zo vaak met Bach’s revisies juist zeer arbeidsintensief wat hij hier doet. We kunnen zien aan de wijze waarop hij de partijen uitschrijft dat het in grote haast geschreven is. Met drie Pinksterdagen voor de deur die allen om een cantate vragen is dit een drukke periode. 


Het introductieduet (1) wordt uitgebreid tot een koorwerk met een groot, feestelijk orkest. Een Jauchzet-Frohlocket-achtig begin, noem ik het zelf. Voor het tweede deel bewerkt Bach het oorspronkelijke slotdeel, de basaria, hij transponeert deze naar F en vervangt de solo-viool door een hobo en de bas door een sopraan-stem. Hij vermindert het registerverschil tussen vocale solist en begeleidingsinstrument maar hij keert de ligging om. Daarmee wordt het karakter van deze triosonate wat intiemer. Het is in feite een met al deze ingrepen een heel ander stuk geworden. In deel 4 lijkt de bas weer te staan voor de Vox-Christi. En de volgende tenoraria is bijna programmamuziek. Een stuk als dit kan eigenlijk alleen met een vierstemmig strijkorkest worden omgeven en dat gebeurt hier dus ook en wel op zeer beeldende wijze. Haast wordt uitgebeeld in snelle coloraturen in de zangstem, het gaan en komen van Christus wordt uitgebeeld door stijgende en dalende lijnen, motieven ontleent aan de voorafgaande basaria waar ook al sprake was van gaan en komen ('Ich gehe hin- und komme wieder'). En dan volgt de altaria, een virtuoos en opwindend stuk muziek waarin de aanval van Satan door heftige intervallen en syncopen wordt verbeeldt. Een scherp contrast daarmee vormt het slotdeel, een destijds zeer populair Pinksterkoraal van Paul Gerhardt ‘Gott Vater, sende deinen Geist’ wat op een sobere en intieme wijze uitdrukking geeft aan 't geloof maar desalniettemin; het is in feite de melodie van een anoniem straatliedje. Doorgaans treden hier alle instrumentalisten nog even aan om alle koorpartijen nog te versterken maar dit keer laat Bach dit alles achterwege. Wellicht moeten wij niet al te triomfalistisch zijn over het Pinksterfeest? 


Hoe dan ook; dit is een prachtige cantate als geheel. Echt wat het moet zijn met veel afwisseling, heerlijke muziek. Zou er een pronkjuweel in voorkomen dan kreeg hij een plaats in mijn persoonlijke cantate top tien. Of moeten we misschien de Gardiner-versie van de tenoraria als pronkjuweel beschouwen? De latere versie uit de Cantata Pilgrimage verdient die status zonder twijfel, dankzij de sopraanaria door Lisa Larsson met een werkelijk prachtige hobo. Wat een heerlijk vlot en tegelijk rustig tempo in deze aria. En even later is daar Christoph Genz met zijn tenoraria, dringend gezongen, werkelijk schitterend in dit zeer hoge tempo. En och, wat jammer dan, alles wordt vervolgens tenietgedaan door die bijzonder vreemde mannelijke alt in deze opname. Meelijwekkend gesnater is het. Of druk ik me nu te fors uit? Neen.









de cantates  de cantates  de cantates  de cantates  nu verder met bwv 68 >>