ook voor de geboortedag van Johannes de Doper

bwv 30 freue dich, erlöste Schar

bwv 167 ihr Menschen, rühmet Gottes Liebe


Een cantate geschreven voor de geboortedag van Johannes de Doper. Deze wordt beschouwd als een monumentaal werk, met name de opening, een koraalfantasie gebaseerd op teksten van Luther. We horen de melodie van het koraal dit keer in de tenoren (bijzonder!) boven een franse ouverture gespeeld door hobo’s, soloviool en strijkers. Het werk is vol met grote, welsprekende barokgebaren waarmee zowel de entree van Jezus als ook de krachtige stromen van de rivier de Jordaan worden verbeeld. Het juiste tempo vinden, dat is blijkbaar één van de vele uitdagingen voor de uitvoerenden. Een tempo dat past bij de natuurlijke impulsen van de viool, een tempo dat het deinen van de rivier laat horen maar dat toch ook ruimte laat voor retorische gebaren om zo een maximale impact te krijgen. 

 

In de aria voor bas en continuo (2) schildert Bach ons de pastor, met gevarieerde stembuigingen, uitweidingen en nadrukkelijkheden - niet te vergeten met een dosis humor. Was er mogelijk in Leipzig een bepaalde geestelijk wier maniertjes en presentatie hier worden geparodieerd? We weten het niet. 

 

Een tenor-recitatief (3) bereidt ons voor op Christus, docerend en predikend in een aria (4) die met behulp van stijgende violen tevens de omhoogcirkelende vlucht van de Heilige Geest, hier in de gedaante van een duif, weergeeft. 

 

Hierna mag de bas ons er in zijn aria aan herinneren dat het lijden van Christus en zijn opstanding geleid hebben tot de bekering en de doop van heidenen. Dat leidt ons naar een nogal ongewone aria voor de alt (6) die de mensheid wil manen zich te reinigen door het geloof en door de doop, zodat we niet om zullen komen in de diepten van de hel. En nu lijkt het erop dat we dan toch bij de theologische kern komen van deze cantate die een nogal deprimerende doctrine biedt en een diskwalificatie van goede werken en een juiste levenswandel. Neen, het leidt allemaal tot niets als wij in dit aardse leven ons best doen. We moeten het hebben van de doop en van het lijden van Christus, aldus de boodschap vervat in deze cantate. 

 

En hierna keert de hymne weer terug die we kennen uit de openingsfantasie. 

 

Wat te denken van deze muziek, van de verschillende uitvoeringen? Een slecht begin vind ik dit voor Gustav Leonhardt die in het Teldec-project BWV 7 tot 10 voor zijn rekening neemt. En het wordt verderop echt niet zo veel beter in deze reeks. Gemengde gevoelens over deze cantate die er bij andere uitvoeringen niet veel beter op worden. Maarten ‘t Hart beperkt zich in zijn commentaar tot het openingskoor wat hij kwalificeert als


‘fris, betoverend en liefelijk, maar alleen onweerstaanbaar in een goede uitvoering, en die blijken opmerkelijk zeldzaam te zijn.’


Heb ik die zeldzaamheid dan toevallig gekocht in de uitvoering met Fritz Werner? Volgens Maarten laat hij in deze uitvoering het water van de Jordaan ‘uiterst suggestief stromen’. Hij vergelijkt dit met het openingskoor van 106 waar Werner 'nog overtuigender is in het omzetten in klank van het spelen der golven'. Hij heeft gelijk dat dit van alle opnames de meest sublieme is, heel subtiel gespeeld en gezongen en zelfs qua opnamekwaliteit superieur. Hoezo digitale techniek? De tenor-aria heb ik ook in een versie door Ian Bostridge. En de Gardiner uitvoering die ik later koop verandert weinig aan mijn mening over deze cantate. 








Op 23-jun-2011, om 12:46 heeft Lieuwe Schaafsma het volgende geschreven:


Geachte heer,

Ik ben heel erg vertroost geworden door alleen al het lezen van de tekst van het monumentale werk: Christ unser Herr zum Jordan kam. Met name het couplet: Menschen glaubt doch dieser Gnade, dass ihr nicht in Sünden sterbt, enz.

Tot mijn stomme verbazing lees ik dat u deze cantate met het woord “deprimerend” kenmerkt.

Niets is dus minder waar.

Dit is juist Evangelie. Maar zoals een gouden ring pas schittert op een dieprood of zwart kussen, zo ook schittert de vergeving, dus Glaub und Taufe macht sie rein op het zwarte kussen van dass wir nicht verdammlich sein.

Het één is er niet zonder het ander.

Zo heeft Luther het Evangelie verstaan en dit is de enige manier om het te verstaan. Anders houdt het Evangelie op Evangelie te zijn. En als genade goedkoop wordt is het geen genade meer.

Daarom heeft Luthers verstaan vh Evangelie de RK kerk op haar fundamenten doen schudden.


Dit zou u eigenlijk moeten aanvullen bij BWV 7.


Hartelijke groet,


Lieuwe Schaafsma


PS

Het stuk werd uitgevoerd op 19 juni in de Paukluskerk in Baarn. Zelf kon ik er niet zijn , want ik moest elders voorgaan in een dienst, maar mijn vrouw en zoon waren aanwezig. Schitterend!


ds. L. Schaafsma

Baarn




Van:   njohan@xs4all.nl

Onderwerp: CANTATE BWV 7

Datum: 6 juli 2011 12:22:28 GMT+02:00

Aan:   lwschaafsma@gmail.com


Beste meneer Schaafsma,


Dank voor uw reactie. Ik was met vakantie dus beantwoording is een beetje laat.


Maar leest U nog eens door wat ik geschreven heb. Het woord deprimerend gaat niet over de cantate. Het slaat op de achtergrondgedachte van deze teksten waarbij het niet uitmaakt of wij een juiste levenswandel hebben en of wij het goede doen in het leven. Dat is wat mij betreft die onbegrijpelijke levensovertuiging. Een van de vele, niet invoelbare visies die je in de Bach cantates tegenkomt.


Maar ere wie ere toekomt, ik verwoord hier eigenlijk gedachten van John Eliot Gardiner. Dat zal ik  er bij vermelden.


Met vriendelijke groet,




Johan Nieuwkerk






  de volgende cantate is BWV 135 >>  de cantates de cantates de cantates