Monogram Johann Sebastian Bach


nog een  cantate voor de eerste zondag na Pasen (beloken Pasen)

bwv 42 am Abend aber desselbigen Sabbats


We zijn - na cantate 66 en 134 - een week verder. De Johannes Passion is nu aan de wereld prijsgegeven en Bach heeft vervolgens voor de paasdagen bewerkingen van eerdere cantates gemaakt. Maar nu, voor de zondag na pasen, produceert hij toch weer een geheel nieuw werk BWV 67. Zonder twijfel, onder hoge tijdsdruk gecomponeerd en toch is het is een cantate die hoog aangeschreven staat. Alfred Dürr, doorgaans nogal terughoudend in zijn loftuitingen, beschouwd deze als één van de ‘großartigsten und originellsten Kantaten’. Finsher valt hem bij.

Bach wil in deze cantate de twijfel en de verwarring schilderen die ongetwijfeld bij Christus' discipelen ontstaan is. Hun hoop verdwijnt na zijn onverwachte dood aan het kruis. En natuurlijk, zeker gezien de alleszins gerechtvaardigde twijfels die met name Thomas op dit moment heeft; er moet juist nu een Paramount-achtig vooruitzicht geschilderd worden en dat gebeurd dan ook vrijwel direct in de opening als daar een schuifhoorn wordt ingezet. Jawel, het gaat in deze cantate vrijwel voortdurend om de thema’s hoop en twijfel, met name twijfel aan wat een centrale leerstelling is van de kerk; de verrijzenis van Christus.

'Het is wel waar, het is niet waar'

Gaandeweg wordt die tegenstelling tussen geloof en ongeloof verder gedramatiseerd. We horen in de cantate ook het grote contrast tussen enerzijds de christenen, continu onder de aanval, en anderzijds de Verlosser in zijn onophoudelijke strijd voor hen. De climax van deze tegenstelling zit uiteindelijk in de choral-aria waarin de tumultueuze strijd in de strijkers wordt beantwoord door de 'Vox Christi', de bas die uiteindelijk zal zeggen 'Friede sei mit euch'.

In het openingskoor verwijst de tekst direct terug naar Pasen.

'Halt in Gedächtnis Jesum Christ, der auferstanden ist von den Toten'

De beide onderdelen van deze tekst hebben elk een eigen muzikaal thema. Het met veel nadruk en een wat vermanende ondertoon gezongen ‘Halt’ (houd vast!) en hierna volgend een melodie die met een opstijgende figuur het ‘Auferstehen’ verbeeldt terwijl we het koor -scanderend- horen met die andere betekenis van Halt; stop! Het is deze ambivalentie die we in deze cantate nog lang zullen horen.

Twijfel aan de verrijzenis horen we ook bij de tenor in zijn aria (2). De zekerheid van de opstanding is hoorbaar (loopje omhoog) maar ook het aarzelen om daar nu echt op te vertrouwen (zoekend, verschrikt motiefje). Opnieuw die tweeslachtigheid. En zelfs na het geruststellende koraal halverwege de cantate meldt ons de alt (5)

‘Jezus heeft mijn vijanden (dood, hel, satan) wel overwonnen maar mij intimideren ze nog steeds’

Daarna richt ze in haar recitatief uiteindelijk onze blik op de ‘Friedefürst’. De Vredevorst die zich vervolgens (in 6) ook daadwerkelijk bij ons meldt met de vredesgroet

‘Friede sei mit euch’

waarmee hij zich al eerder na zijn verrijzenis aan de verzamelde apostelen deed kennen. En hier zijn we ongetwijfeld aangeland in het meest theatrale deel van de cantate. Het is een dialoog tussen bas en het koor maar tegen de achtergrond van strijkers die een felle veldslagmuziek brengen, het is een verbeelding van de razernij die hier woed, het is de strijd om de ziel van de gelovige. En dan, het lijkt nog het meest op een cinematografische ingreep, temidden van dit alles verschijnt boven dit tumult tot vier maal toe de stem van Christus. Een snelle beeldwisseling. De voortjagende vierkwartsmaat wijkt op die momenten voor een pastorale driekwartsmaat en woest naar boven schietende violen maken dan plaats voor de etherische klanken van de houtblazers. Als Christus dan voor de vierde keer verschijnt voegen de strijkers zich uiteindelijk bij de begeleiding door de houtblazers. Twee tegengestelde gevoelens versmelten hier. Het visioen wordt werkelijkheid; hemel en aarde verenigen zich.

Hierna is een eenvoudig koraalvers erg op z’n plaats.

BWV 67 is niet een cantate die direct aanspreekt, althans niet bij mij. Bij de tweede en derde keer luisteren vind ik deze cantate mooi. Zonde van dat nare begin bij Leonhardt, die valse trompet, die iele, nietszeggende jongenskeeltjes. Later ben je dat weer vergeten als je de -helemaal niet onaardige- tenoraria hebt gehad en zeker als dat hectische stuk aanbreekt vol contrasten 'Friede sei mit euch'. Niet-onaardige-tenoraria? Luister naar Peter Schreier in de Richter opname. Wat een stem, wat een drama. Dit moet toch wel de mooiste opname van deze cantate zijn. Werner kan - in al zijn nostalgische ouderwetsheid - niet tegen Richter op. Gardiner biedt natuurlijk de meest tumultueuze strijd in dat voorlaatste deel, dankzij dat fabuleuze koor. Maar ik heb toch wel twijfels bij deze uitvoering. Die turbulentie in de strijkers is toch wel wat veel van het goede, de 'Christus' imponeert niet echt en de alt Daniel Taylor vind ik wat vlak. Mwaahhh. 










naar cantate 104 >>  de cantates de cantates de cantates de cantates de