ook voor de Eerste Kerstdag  bwv 91 Gelobet seist du, Jesu Christ
bwv 191 gloria in excelsis Deo
bwv 110 unser Mund sei voll Lachens

Vóór de uitvinding van de fotografie, hebben we hulpmiddelen als oliën, borstels en canvas nodig om een beeltenis voor het nageslacht vast te leggen en het hanteren van die hulpmiddelen is in het geval van Bach als vanzelfsprekend toevertrouwd aan de officiele Leipziger portrettist Elias Gottlob Haussman (1695-1774). Het schilderij wat Haussmann vervaardigt toont een serieus, ouderwets kerkmusicus met borstelige wenkbrauwen, een man die nogal onverbiddelijk en wat ongemakkelijk oogt. En wie het schilderij beziet vraagt zich wellicht af of dit nu de Bach is zoals we die inmiddels kennen, de man van die dansende, joyeuze muziek zoals we die horen in deze feestelijke cantates, 61, 62 en nu ook weer in 63? 

Want feestelijke muziek is het zeker maar voor welk feest, dat blijft twijfelachtig. Vanuit tekstueel oogpunt kun je denken dat het een kerstcantate is en alle cd-uitgaven scharen hem dan ook onder die noemer maar zou BWV 63 eventueel toch voor een andere gelegenheid geschreven kunnen zijn? We weten het niet. 

Ludwig Fischer gaat er van uit dat de cantate dateert uit 1715 of 1716. Hij denkt dat omdat de tekst afkomstig zou zijn van J.M. Heineccius, een theoloog afkomstig uit Halle. We weten dat Bach - in de periode toen hij nog in Weimar werkte - auditie gedaan heeft in Halle (in 1715) en dat hij een jaar later daar weer verscheen i.v.m een inspectie van het orgel. Uit deze contacten zou een uitvoering van deze cantate in Halle zijn voortgevloeid. 

Ruth Tatlow veronderstelt dat BWV 63 geschreven werd voor een festival in diezelfde periode maar dan in Weimar. Zij acht het waarschijnlijk dat het werk toch op een plank beland is en pas voor het eerst werd uitgevoerd in Leipzig, op Bach’s eerste Kerstdag als Thomaskantor, 25 december 1723. 

Dürr onderwerpt de teksten van deze cantate aan een streng oordeel en zegt vervolgens dat zowel engelen als herders ontbreken wat een indicatie kan zijn dat dit een parodie is van een wereldse cantate. 

Het is duidelijk, er is veel ruimte voor speculatie. De discussie hierover gaat nog steeds voort. Weten wij allen dat er een web site bestaat waar we deze kunnen volgen, eventueel kunnen we zelf een steen bijdragen? Zie
http://www.bach-cantatas.com. Hier wat citaten. 

 


It has been thought that on one of these trips, Bach might have performed BWV 63 in Halle, but timing and the content of the cantata raise doubts about this suggestion. Recently, it has been thought that BWV 63 was probably composed at Christmas 1714/15 for use somewhere other than in Weimar. Bach liked the cantata and performed it for his first Christmas in Leipzig (1723); he used it at least 3 times during his lifetime. 

As part of the Jubilee Festival of the Reformation in Halle, October 31, 1717, Kirchoff's cantata was presented. Its text is found in a printed collection of festival sermons and commentaries, compiled in 1718 by Johann Michael Heineccius. 

There also has been speculation that there may have been a repeat performance of BWV 21 and/or 63 at Christmas 1713 in Weimar as part of a farewell concert for Prince Johann Ernst. 

Ik denk dat William Hoffman warm is: 

Its origins were and remain obscured in the early part of the second decade of the 18th century when the madrigalian, Italian-style German cantata was being developed and Bach became its most notable practitioner (February 9, 2009). 

 

Over één ding lijkt men het wel eens. Dat BWV 63 een zeer vroeg werk moet zijn. Dit mag ook wel blijken uit het feit dat er geen enkel koraal in voorkomt, de jonge Bach doet niet aan koralen. En ook op andere punten wijkt de cantate sterk af van wat Bach later in Leipzig maakt. De recitatieven bijvoorbeeld. Zij vertonen die zeer directe en rijke muzikale retoriek die karakteristiek is voor Bach’s Weimar periode; in dit opzicht zijn zowel de extase (van 2) als de plechtige toon (van 6) evenzeer indrukwekkend. En dan de aria’s, beide worden gekenmerkt door een bepaald basisconcept wat gebaseerd is op de tekst. Bij 3 is dat op ‘wohl gefüget’ (goed passend) waar we een canon en imiterende stemmen horen en 5 ontwikkelt zich verder rond het vreugdevolle ‘Reihen’ (het vieren) van de gelovige volgelingen. Een overvloed aan verbeeldingskracht en een schitterende klankrijkdom, maar tegelijkertijd juist die eenvoud en directheid, dat maakt BWV 63 tot een van de meest toegankelijke Bach cantates. Anders gezegd; Bach is hier nog jong en zijn muziek ligt goed in 't gehoor. Zo kunnen we het ook zeggen. 

Bij Rilling is het koor werkelijk prachtig. De alt Julia Hamari zingt daarna de sterren van de hemel in het mooiste recitatief dat ik ken. En natuurlijk zijn er opnieuw prachtige solisten bij Richter. Maar voor het duet moeten we bij Harnoncourt zijn; ‘
Ruft und flieht den Himmel ein’. Dat vind ik zò mooi. Het lijkt wel opgenomen te zijn ergens in een bedompte kelderruimte, maar het blijft een wonderlijk effect, die twee mannen die zich via allerlei wendingen, bijna dansend hemelwaarts bewegen. Wonderlijk! Een prachtige stem die Paul Eswood. De rest van de Harnoncourt-versie is niet geweldig. Op welhaast verbeten wijze zwoegen zowel jongetjes als trompetten zich door de koorpartijen heen. Deze cantate bezit ik ook in een versie door het New London Consort. Die maken er helemaal niets van. JEG wel! 

En dan terug de schepper van dit alles en naar dat schilderij van Haussman. We ontmoeten in deze cantate, net als in BWV 61 en 62, een componist die de diepe en bevrijdende vreugde van een werkelijk gevoelde liefde aan ons kan overbrengen. Een man met humor, relativeringsvermogen, een levensgenieter. En dat zijn allemaal kwaliteiten die werkelijk volledig ontsnapt zijn aan Haussmann’s oog. Is Bach ingenomen met dit schilderij? We kunnen dat niet weten. Slechts kunnen we vermoeden dat hij respectvol knikt naar de schilder en wat beleefde dankwoorden uit omdat hij immers uitgenodigd wordt om het voltooide portret te bekijken. Maar wat zegt hij als hij thuiskomt? Hoogstwaarschijnlijk krijgt men daar een levendige beschrijving van wat hij gezien heeft, een overdreven pose om dat alles te illustreren - gevolgd door een bulderende lach. 

Bekijk hier de repetitie van het slotkoor en verneem John Eliot Gardiner's mening over het schilderij van Haussmann. 

En voor andere speculaties over Bach's uiterlijk verwijs ik naar deze pagina

Wie mee wil doen aan discussies over deze of andere cantates gaat verder naar deze web-site.

De Harnoncourt-versie kan ik helaas niet vinden maar hier is dan toch dat wonderlijke duet 'Ruht und flieht den Himmel ein' (uitvoering o.l.v. Richter). Ook mooi.

En wie dan toch weer hier terugkeert verwijs ik naar BWV 152. Dat is, chronologisch gezien, de volgende cantate.

 



 

 

 

Johann Sebastian Bach (volgens Haussman)