ook voor de 1e zondag van advent  bwv 36 schwingt freudig euch empor

bwv 61 nun komm der Heiden Heiland


Het is 1724. We zijn midden in de jaargang van de koraal-cantates en Bach kiest voor 3 december opnieuw, hij deed dat 10 jaar eerder ook, voor het eerste koraal uit de Lutherse gezangbundel 'Nun komm, der Heiden Heiland'. In deze cantate komt de tekst en de sopraan-melodie van het openingskoor en het slotkoraal letterlijk overeen met het eerste en laatste couplet. De tussenliggende aria's en recitatieven zijn bewerkingen van de tussenliggende coupletten van het koraal.

 

Het openingskoor is feestelijk vanwege de aanstaande komst van de Messias, maar in vergelijking met bijvoorbeeld de eerste cantate uit het Weihnachtsoratorium (gecomponeerd voor eerste Kerstdag) is de feestelijkheid nog wel enigszins gematigd door de vrij sobere instrumentenkeuze. Hier geen trompetten en pauken, alleen een hoorn die de sopraanpartij versterkt. Zoals gebruikelijk is de koraalmelodie in het openingskoor te horen in die sopraanpartij; een voor de kerkgangers zeer bekende melodie die met de hoorn nog wat extra beklemtoond wordt. De andere stemmen zingen tegenmelodieën of versterken de koraalmelodie door eerder of later in te zetten. De koraalmelodie is ook enkele malen in de muzikale begeleiding te horen. Als contrast met de nogal gedragen koraal-vertolking door het koor horen we in het orkest steeds opnieuw allerlei vreugde-motieven (pa-pa-pam, pa-pa-pam). 

 

De aria voor tenor ‘Bewundert, o Menschen, dies große Geheimnis’ is feestelijk en dans-achtig. Is het eigenlijk 'dans-achtig' of 'dansant'? Hoe dan ook, het is feestelijk vanwege de ophanden zijnde geboorte van Christus en dans-achtig om nog extra aan te geven dat Jezus naar de aarde komt. Het is niet echt een dans, het is meer de suggestie van een menuet of een passepied. De feestelijke grandeur wordt verklankt in lange melisma's van de tenor (een serie noten op één klank) op de woorden ‘höchste’ en ‘Beherscher’

 

In het volgende recitatief voor de bas haalt de tekstdichter de kwetsbaarheid van het kind naar voren maar ook noemt hij bijna terloops het woord ‘Held’ uit het oorspronkelijke Luther-koraal om zo de strijdhaftige aria die hierna volgt vast voor te bereiden. 

 

Dat is dan de aria ‘Streite, siege, starker Held! ‘(ook wel de ‘strijdaria’ genoemd) die de nadruk legt op de strijd die Christus moet gaan leveren. Hiermee wordt verwezen naar de traditionele bijbellezing voor eerste Adventszondag: de intocht van Jezus in Jeruzalem op Palmzondag, waarbij Jezus als nieuwe koning die Jeruzalem zal bevrijden van de Romeinen wordt verwelkomd. De strijkers spelen een octaaf hoger unisono mee met het basso continuo, simpel, krijgshaftig; effectief als we het heldendom van het Christuskind willen belichten. Zo is die stoere aria volkomen complementair aan die van de tenor (2) waar het Christuskind juist heel kwetsbaar mocht zijn.

 

Na deze tweede aria volgt een recitatief - en dat is zeer ongewoon - voor twee zangers; sopraan en alt met continuo begeleiding. Het contrast met de voorafgaande aria is opnieuw groot. Het slotkoraal is -zoals gebruikelijk- een eenvoudig, vierstemmig stuk waarin het koor het laatste couplet van het koraal zingt.

 

 

Geraadpleegde bron: Wikipedia

 

 





zie mijn nieuwe website zie mijn nieuwe website  verder met BWV 91 >>