Monogram Johann Sebastian Bach





ook voor de vierentwintigste zondag na Trinitatis

bwv 26 ach wie flüchtig, ach wie nichtig





Het is november, dit is de 'late Trinitatistijd' aan het eind van het kerkelijk jaar en het gaat als altijd in deze periode over de laatste dingen, over de dood en wat daarna komt. In de evangelielezing voor deze zondag (Mattheüs 9: 18-26) wordt verhaalt over de opwekking uit de dood van het twaalfjarig dochtertje van de synagoge-overste Jaïrus. Een verhaal dat de gelovige uitzicht biedt op de eigen opwekking, op het eeuwig leven na de dood. 

Dit is een cantate met opnieuw een dialoog, deze keer tussen de vrees (Furcht) en de hoop (Hoffnung), de alt en de tenor. Zij staan voor de gespleten ziel van de gelovige, een gelovige met vele twijfels. Uiteindelijk (maar we zijn dan al in deel 4) is daar nog een derde gesprekspartner, de Vox Christi (de stem van Christus) en deze blijkt uiteindelijk in staat de vrees van de alt te doen verdwijnen. 

Deel één van deze cantate is geheel gebaseerd op de apocalyptische visie van de koraaltekst
'O Ewigkeit, du Donnerwort'. En dat 'Donnerwort', een stijgende reeks van vier noten, weerklinkt vanaf het allereerste begin vrijwel onophoudelijk in de strijkers. Het is een sidderen wat plaats vindt terwijl tegelijkertijd de beide hobo's met een duet van verlangend wachten wat troost proberen te geven. Dan is daar de alt die, bijgestaan door een hoorn, met het koraal, zin voor zin uiting geeft aan haar vrees voor een eeuwigdurend lijden. De tenor poogt deze angst te bezweren met een bijbelse quote waarbij het goddelijke heil wat ons wacht gevat is in een toenemend smekend idioom. Tevergeefs, de alt is in 't geheel niet gevoelig voor zijn inbreng. In de herhaling worden de eerste drie koraalregels zelfs in mineur geharmoniseerd. 

Het nu volgende recitatief (2) begint met een citaat uit het openingskoraal. Maar het is een verstoord citaat, de vier noten van 'O Ewigkeit' zijn hier door kruizen (## = lijden) verscherpt. Er is tussen alt en tenor nu iets wat op een dialoog lijkt maar een toenadering blijft uit. Pijnlijke intervallen, scherpe akkoorden in het continuo, veel kruizen. 

Omdat het duet (3) wat nu volgt mooie muziek oplevert is kunnen we wellicht even vergeten dat die vruchteloze woordenwisseling tussen Hoop en Vrees juist hier zijn dramatische hoogtepunt vindt. Ze naderen elkaar, hun teksten rijmen nu, maar regel voor regel spreken ze elkaar tegen. De alt blijft onbewogen onder het drukke pleidooi van de tenor. Intussen horen we hoe elders een strijd uitgevochten wordt; een nogal machteloze soloviool en een heftig geëmotioneerde hobo verbeelden emoties die we bij de solisten wat minder expliciet horen. 

In het laatste recitatief (4) worden de klaagzangen van de Vrees geconfronteerd met een arioso, nu niet gebracht door de tenor in de rol van de hoop maar hier wordt de bas geintroduceert, het is de Vox Christi die beslissend is. Hij onderbreekt haar met een zich allengs uitbreidend citaat uit het laatste bijbelboek Openbaringen; 

‘Selig sind die Toten die in dem Herren sterben, von nun an’ 

De woorden van Christus lijken uit een andere wereld afkomstig. In een scherp contrast met de secco recitatieven van de alt die steeds drastischer lijkt in haar bewoordingen. Uiteindelijk zijn het de woorden 'von nun an...' die iets teweeg brengen. We eindigen aldus in een feestelijk D-groot. 

Als slotkoraal (5) horen we een ander koraal dan waarmee de cantate opende. Wel zijn de eerste vier noten van de sopranen opnieuw die van 'du Donnerwort' zoals we die hoorden in 1. Opvallend is het gebruik van de tritonus als interval. Dit interval is zeer dissonant en staat mede daardoor bekend als de 'diablo in musica', de 'duivel in de muziek'. Het is heel moeilijk te treffen. En vervolgens zijn daar ook nog die ijzingwekkende, bijtende harmonieën waarvan Bach deze noten voorziet. Ai.... Door dit alles geldt het slotkoraal ‘Es ist genug’ als het meest verbazingwekkende van al Bach’s vierstemmige harmoniseringen. Ongetwijfeld is dit één van de redenen dat BWV 60 in het begin van de twintigste eeuw grote populariteit geniet in het met de (a-) tonaliteit worstelende Wenen van Mahler en Schönberg. En het is dit koraal wat Alban Berg in zijn vioolconcert opneemt als zijn ‘gebed voor de dood’. 

Wat is er met deze cantate, vraag ik me aanvankelijk af, dat die op geen enkele wijze weet te ontroeren. Komt dat door 'grauwsluier Harnoncourt'? Het vermoeden rijst dat zowel Leonhardt als Harnoncourt soms gewoon miskleunen in hun drang naar authenticiteit. Maar er is nog iets anders. In deze cantate blijft tot aan het slotkoraal de 'Donnerwort-stemming' intact. Er is geen wending. Ach ja, als Christus aan 't woord komt, dan gaan we nog wel even wat meer rechtop zitten. 'Selig sind die Toten', dat wordt mooi en dramatisch gezongen, zo mogelijk bij Rilling nog wat mooier. Het slot sterft prachtig weg; Es ist genug...... 



Het is zondag 18 november 2007 en ik ben met Christ in de Antonius kathedraal te Breda. Dat is de kerk waar in het jaar daarvoor mijn broer Adriaan ligt opgebaard. De kerk is dan zojuist heropend na een grondige restauratie en is ter ere daarvan rijk versierd met bloemen, het werk van bloemist Marijn, echtgenoot van Adriaan. Mijn broer krijgt wijwater, wierook, een preek, kortom alles wat hij in het gewone leven wel missen kon. En nu zijn we een jaar verder. Vandaag geen bloemen, geen pastor, geen preek, geen rituelen. We horen cantate BWV 60 en ook deze keer maakt deze cantate geen enkele indruk. Goed, we zien dirigent Geert van den Dungen (ik zong in vroeger tijd bij zijn koor), we zien een aantrekkelijke alt (dat is althans de opvatting van Christ) en het is mooi om hier te zijn in mijn vroegere woonplaats waar de haven inmiddels heropend is en waar alles zo mooi, zo schoon en zo rustig oogt. Maar de muziek gaat ten onder in een badkamergalm in deze kerk en in een zwaar overladen programma met maar liefst twee missen. De haven is prachtig geworden. 

 

Hierna volgt, chronologisch gezien, cantate 90 'Es reisset euch ein schrecklich Ende'.

 



 

Antonius Kathedraal © Flickr - Bezienswaardig