ook voor de zondag na nieuwjaar

bwv 153 schau, lieber Gott, wie meine Feind


Een cantate voor de eerste zondag in het nieuwe jaar 1727. En met een opvallend kleine bezetting: 

twee solisten (sopraan en bas),
twee violen, 
altviool, 
basso continuo 


Later (in 1733 of 1734) herschrijft Bach dit - mogelijk ook naar zijn smaak iets te eenvoudige - werk en dan wordt de bezetting uitgebreid met twee hobo’s en een althobo. 

Dat Bach zo economisch omspringt met zijn muzikale middelen heeft een heel praktische reden. De eerste zondag na Nieuwjaar in 1727 valt vlak voor Epifanie (Driekoningen, 6 januari), met de daarbij horende verplichte uitgebreide feestcantate. Bach spaart de musici, hij tracht het koor en de instrumentalisten zo veel mogelijk te ontlasten na maar liefst vijf cantate-uitvoeringen in twee weken tijdens de eindejaarsfeesten, met daarbij twee uitvoeringen per dag in de Thomaskerk en de Nicolaaskerk te Leipzig. 

De kerstgedachte ligt in dit nieuwe jaar weer achter ons en de cantatetekst brengt ons terug naar de harde realiteit. Zij is geschreven naar aanleiding van de moord op de onschuldige kinderen door de bange aardse vorst Herodes die vreest zijn troon te verliezen. Het is de dag waarop Rachel weent om haar kinderen. Het contrast is dan ook groot. Konden we in de Kersttijd nog spreken over ‘Seligkeit’, in werkelijkheid wacht ons nu de ‘böse Zeit’; ‘Freudigkeit’ verkeert inmiddels in ‘Schmerzen’, en nog even verder citerend uit deze cantate; ‘Dort ist Herrlichkeit, hier Angst’. Moet de mens gelouterd door ellende en tegenspoed (‘Trübsal’) tot innerlijke vrede en zo tot een hoger bewustzijnsniveau komen? Het lijkt er sterk op. 

BWV 58 is een dialoogcantate. De hoekdelen zijn duetten en ze zijn beide koraalbewerkingen waarbij de koraalmelodie te horen is bij de sopranen. Het is een karakteristieke werkwijze van Bach dat hij die koraalregels plaatst bovenop een onafhankelijke muzikale vorm, waarbij het (voor de kerkgangers welbekende) koraal vaak op onverwachte momenten opduikt. Het verschil in karakter tussen het begindeel en het slot is echter enorm. De opening herinnert aan een lamento terwijl het laatste deel uitdrukking geeft aan de bevrijding en het herinnnert meer aan de jubelende finale van een concert. Zoals zo vaak leidt de cantate van een eerder lijden naar een hemelse uitbundigheid. 

De uitvoeringspraktijk laat blijkbaar veel ruimte voor een geheel eigen invulling. Waar de authentieken uit mijn collectie - natuurlijk - een solist (m/v) gebruiken zet Rilling een heel vrouwenkoor plus een (groot) strijkorkest in. Dat is vast heel erg twijfelachtig voor de puristen onder ons en het klopt op geen enkele wijze met de eenvoud die hier nu juist de bedoeling is maar eerlijk gezegd, ik vind dat het wel mooi uitpakt. Zo’n bas met daarachter dat koor.... Dan stukjes koraal die daar opduiken. Nogmaals, er klopt natuurlijk niets van. Ach, Rilling heeft wel vaker dit soort curiositeiten. 

BWV 58 is volgens de statistiek (bijgehouden door Eduard van Hengel) de laatste vijf jaren in Nederland nergens uitgevoerd. Zegt dat iets over deze cantate? Ach, natuurlijk willen wij alle cantates die Bach geschreven heeft leren kennen, ook BWV 58. Zoals we ook elke ‘Rembrandt’ die waar dan ook ter wereld opduikt zullen koesteren omdat het een ‘Rembrandt’ is. Maar deze ‘Bach’ is wel een ‘Bach’ waarbij je lang twijfelt. Ik heb over deze cantate geen bespreking kunnen vinden, niet van ‘t Hart, niet van Schweitzer, niet van wie dan ook. En als ik mijn eigen notities lees weet blijkbaar geen enkele uitvoering veel enthousiasme op te roepen, zoveel is duidelijk. 

Eén keer noem ik de sopraan bij de Tsjechen (Németh) 'wel mooi' in tegenstelling tot het amechtig hijgende jongetje daar bij Harnoncourt. En de strijkers zouden bij hen ook veel fijner zijn. Maar een andere keer vind ik de uitvoering van Harnoncourt juist wat prettiger, wat puntiger dan die van Németh doordat zijn orkest nog wat kleiner is. Ach, het is wel duidelijk; ik weet het niet. En soms vind ik dat laatste duet, daar bij Rilling met dat romantische orkest en dat grote vrouwenkoor, stiekem vind ik dat toch wel 'lekkere muziek'. 









 

de cantates de cantates de cantates de cantates cantates hierna volgt bwv 82>>>