ook voor de tweeëntwintigste zondag na Trinitatis

bwv 89 was soll ich aus dir machen, Ephraim

bwv 115 mache dich, mein Geist, bereit



 

 

Dit is opnieuw een cantate die ons volledig doordrenkt met de gedachte dat wij schuldig zijn. 

‘Door onze schuld, door onze schuld, door onze grote schuld’ 

In zijn derde en vierde jaar te Leipzig schrijft Bach niet langer elke week een nieuwe cantate. De cantates die hij schrijft zijn doorgaans solocantates, zoals deze BWV 55, die bedoeld is voor de 17e november 1726. We zijn in de periode van het kerkelijk jaar dat de kerk zich bezig houdt met de dood. Het thema voor deze zondag is dan ook de 'eindafrekening'. We horen in de schriftlezing de gelijkenis van de ondankbare knecht. Zijn schulden zijn hem kwijtgescholden. Hij mag zich daarmee gelukkig prijzen maar hijzelf treedt meedogenloos op tegen een collega van wie hij nog geld tegoed heeft en het is hiervoor dat hij ter verantwoording geroepen wordt. De centrale gedachte in de cantate is dan ook de tegenstelling tussen God en de mensen 

‘Gott ist gerecht, ich ungerecht’ 

Een simpele structuur in deze solocantate, zowel naar vorm als naar inhoud. Een aria en een recitatief behandelen de neiging naar zonde van de mens en vervolgens horen we in een aria en een recitatief de vraag om Gods genade, een koraal vormt vervolgens de conclusie. 

Na een sombere inleiding in voornamelijk g-klein verschijnt in de eerste aria de tenor met een instrumentaal ensemble waarin - opvallend is dat - de altviool niet voorkomt. De altviool is nu juist het instrument dat zich beweegt in hetzelfde register als de solist. De tenor, schuldbewuste zondaar, wordt daarmee nog meer solist, ook muzikaal gezien, en krijgt zo alle ruimte om in een klaaglijke, droefgeestige sfeer uiting te geven aan zijn uitzichtloze toestand. Op een zeker moment maakt hij zich ook nog even los van zijn begeleiders als hij ‘mit Furcht und Zittern’ voor Gods rechterstoel verschijnt. 

Het secco recitatief (2) geeft een verklaring voor het 'Furcht und Zittern', de mens heeft tegen Gods wil gehandeld. 

‘De aarde noch de verste zeeën, de hel noch de hemel bieden vluchtwegen voor Gods blik’ 

Er rest slechts het aanroepen van God met de vraag om barmhartigheid. En hier volgt dan de tweede aria die eindigt met de roep ‘Erbarme dich’ (3) die Bach een paar maanden later in de Matthäus Passion zal gaan gebruiken. Daar wordt het net als hier gevolgd door het koraal  'Bin ich gleich von dir gewichen’

Maar eerst is er nu nog dat tweede recitatief waar de rust weerkeert met erg mooie, lange akkoorden van de strijkers (nu mét de altviool) waarbij het nog eens herhaalde ‘Erbarme dich’ des te dringender klinkt. Het koraal wat vervolgens de cantate afsluit is uiterst rustgevend getoonzet en niet zonder reden; 

'Ik heb me van U afgewend maar ik keer terug'

 

Een cantate voor één solist is eigenlijk veel persoonlijker dan wanneer daar in de kerk een aantal mensen naar voren treedt. Maar het vraagt wel veel van de betreffende tenor.

‘Da wohnet Gott, der mir das Urteil spricht’ 

Dat zegt hij aan het eind van het eerste recitatief. Wat mij betreft de meest indringende passage van deze cantate. Wat een dramatische tenor horen we daar bij Leonhardt. Is dat Kurt? Ja, het is inderdaad Kurt Equiluz. Hij moet het wat mij betreft opnemen tegen Ernst Haeflicher die bij Richter aantreed, is ook prachtig. Eerlijk gezegd, het is de mooiste uitvoering.

Maarten 't Hart merkt op dat dit de enige solocantate voor tenor is; een prachtig werk, m.n. de eerste aria. Er verschijnt nog een nieuwe versie op cd. Ian Bostridge met Europa Galante, en het klinkt niet zo italiaans als je zou verwachten. In Luister wijdt Maarten een recensie aan deze CD. We weten al, schrijft hij, dat Ian als zanger de pathetiek niet schuwt. De wil om deze muziek zo expressief mogelijk op te laden vinden we hier terug. De muziek is, zoals bij de tekst past, doortrokken van rethorische figuren. Bij een beheerste voordracht is de rethoriek van de muziek eigenlijk bijna genoeg, wordt er onder hoogspanning gezongen, zoals hier, dan is dat gauw teveel. 

Ben ik het met deze kritiek eens? Jawel. 

 



30.11.08 Tenor Mark Omvlee lijkt steeds meer op Nate uit Six Feet Under. Maar Nate is deze week ten grave gedragen, althans op de Nederlandse buis. Mark staat hier nu in levende lijve voor ons, in de Oude Lutherse kerk te Amsterdam. Nee, we komen niet voor niets naar de kerk. Mark zingt mooi. Zie, zo lang het nog kan 
deze web site. In 2011 zijn de laatste concerten van dit gezelschap. Ga nu verder naar cantate bwv 52.