Geef toch niet toe aan de zonde! Een solocantate voor een alt, overbekend bij mijzelf nl. doordat dit mijn eerste aankoop was op cantategebied, mijn eerste bruine cd-box met de Leonhardt-Harnoncourt werken, nu in bezit van Paul de Vos. Wonderlijk vond ik toen dat taalgebruik. En dat vind ik nog. Alles duidelijk in mineur maar oh wat mooi gezongen is het. Misschien wel de mooiste counter cantate die er is. Paul Eswood klinkt hier krachtig en beslist. En het orkest is werkelijk prachtig. In dit Leonhardt Baroque Ensemble speelt Nicolaus Harnoncourt nog cello. Nu weten wij dus hoe hij begonnen is (zie het interview met Harnoncourt in het hoofdstuk 'varia'). 

Widerstehe doch der Sünde’ is qua vorm ongewoon. Er is vaak verondersteld dat deze korte, driedelige cantate zonder koraal een onderdeel is van een groter werk. Maar sinds de originele tekst (van Georg Christian Lehms) boven water gekomen is weten we dat dit werk op zichzelf staat. 

De openingsaria van deze cantate zou oorspronkelijk voor de Markus Passion geschreven zijn, het betreft dan de aria 'Falsche welt, dein schmeichelnt Küssen' die het thema van de Judaskus behandelt. Maar de Markus Passion is, zoals we allen weten, verloren gegaan. Alleen de tekst resteert. 

In het openingsdeel wordt de vloek die op de zonde rust beschreven; er is nog geen woord gezongen maar de inzet is direct zeer alarmerend van toonzetting. We horen een knarsende dissonant in de eerste maat doordat de bas langdurig een lage Es blijft spelen, een vijf maten aangehouden orgelpunt op de grondtoon. We zijn in de muziek gewend dat zo'n septiemakkoord zoals we dat hier horen zich vervolgens oplost in een geruststellende drieklank, de tonica. Maar hier wil dat maar niet gebeuren. De bas zet duidelijk de hakken in het zand, hardnekkig is hij, onverzettelijk, Widerstehe! En natuurlijk zal deze weerbarstigheid nog enkele malen terugkomen in dit eerste deel. Dat alles verleent de muziek een uiterst verontrustend effekt. 

Na een recitatief volgt een aria (3) waar violen en altviolen samen met continuo en alt een vierstemmige fuga neerzetten. Dat is voor een aria een nogal ongebruikelijke vorm, solist en begeleiders in gelijkwaardige rollen. Nadat het continuo is begonnen met wat verderop blijkt één der contrapunten te zijn, klinkt het eerste thema wat staat voor de zondeval. Bach verbeeld die in chromatisch dalende a-tonale toonreeksen (a-tonaal = zonde, dalend = val). Het tweede thema, een lange sliert van zestienden, kronkelt om zijn eigen as, als een slang, symbool van de duivel. En met deze tweede aria eindigt de cantate. Jawel, het is inderdaad ongewoon. 

Van BWV 54 bestaat ook een versie met Alfred Deller. Een onverwachts mooie opname van deze counter-pionier uit het jaar 1954. Niet zozeer de schoonheid van de stem als wel de wijze van zingen is bijzonder. Dit klinkt alles zo broos en teer.... Waar Paul Eswood (bij Leonhardt) streng en bestraffend klinkt is Alfred degene die ons werkelijk niets zal verbieden maar ons - eerder bezorgd - vraagt er niet aan toe te geven. Het zou hem verdriet doen, dat voel je. 

Ook mooi; de opname met Suzuki waar die lichte, transparante toon die daar bij hem altijd is juist bij deze cantate erg mooi uitpakt. Hier zingt counter-tenor Yumiko Kurisu en bij hem lijkt zeker geen sprake van strengheid, ook niet van begrip. Yumiko lijkt zijn aandacht slechts te richten op mooi zingen en niets meer dan dat. En het klinkt dan ook prachtig, dat moet gezegd. 

Bij Rilling horen wij Julia Hamari en ook dat is erg mooi. Maarten zegt dat het gezongen moet worden door een alt met een basstem, daar voldoet zij aan. Datzelfde geldt voor Nathalie Stutzmann, bij Gardiner. 


En op 3 maart 2013 doen conservatoriumstudenten deze cantate in de Maarten Lutherkerk aan de Dintelstraat. Om daar te komen moet ik een flink stuk lopen langs de Amstel en dan de Berlagebrug over de Rivierenbuurt in en dan langs de wolkenkrabber linksaf. Een mooie wandeling voor de zondagmiddag en de eerste roeiers liggen al in de Amstel. De uitvoering is onverwachts mooi. De muziek van Bach kan het goed hebben als het zo basaal en ongepolijst wordt uitgevoerd. Heerlijk is dat. En de vrouwelijke alt wordt halverwege ingeruild voor een mannelijke. Ook al zo’n vondst.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op You Tube deze ongewone uitvoering met Glenn Gould                Ga hier naar cantate 31 >>