Monogram Johann Sebastian Bach








Een zeer korte cantate. Is het wel een cantate? Maarten 't Hart meent dat het een restant is (een openingskoor) van een verdwenen werk. Hoogstwaarschijnlijk bedoeld - zo vermeld de toelichting bij de Harnoncourt uitvoering - voor een bijzondere gebeurtenis gezien die uitbundige instrumentatie en het gebruik van een dubbelkoor. Maar voor welke gelegenheid dit koorwerk bedoeld is, we weten het niet. 

In ‘Nun ist dass Heil und die Kraft’ gebruikt Bach twee vocale en drie instrumentale koren (trompetten, hobo’s en strijkers) om uitdrukking te geven aan de overwinning van het Licht. Het stuk is een krachtig, uiterst gecompliceerd bouwwerk gebaseerd op een fuga echter zonder 'vrije episodes' zoals we die doorgaans bij Bach's instrumentale werken aantreffen. We horen slechts twee opeenvolgende exposities, elk 68 maten lang. In de uitwerking hiervan intensiveert de muziek zich werkelijk tot in de allerhoogste graad van expressie en beide koren vermengen zich uiteindelijk in een gigantisch contrapuntische uitbarsting vergezeld van dringende signaalmotieven vanuit het orkest. Op dat moment is het één koor tegen alle anderen. 

Dit werk fascineert vele Bach-deskundigen aangezien er veel vraagtekens zijn met betrekking tot de herkomst. Er bestaan namelijk geen door Bach gesigneerde vermeldingen van het werk en de oudste kopieën vermelden zijn naam niet. In 1982, beargumenteert Scheide dat BWV 50 een arrangement is (door een onbekende hand genoteerd) van een verloren gegaan origineel werk van J.S. Bach. Hij baseert zich op ongerijmdheden in de partituur die het hoogst onaannemelijk maken dat dit van de meester zelf is. 

In 2000 is het de musicoloog Joshua Rifkin (zie het Bach-Jahrbuch 2000) die beargumenteert dat de auteur niet Bach is maar een andere, onbekende, zeer begaafde componist uit de barok. 

Na al deze intrigerende feiten valt de eerste kennismaking met het stuk wat tegen. In de Harnoncourt uitvoering zijn het vooral de jonge zangertjes die - waarschijnlijk door de hoge moeilijkheidsgraad - het geheel een nogal geforceerd karakter geven. En al die andere uitvoeringen, hmm, tja, ik weet het niet. 

Maar voor John Eliot Gardiner en het Monteverdi Choir is dit niet te moeilijk. In 2006 wordt zijn live opname uitgebracht (deel 7 uit de Bach Cantata Pilgrimage) en dit is de eerste in de serie opnames die erg mooi is. Wat een vaart, wat een spirit, wat klinkt dat helder en transparant, het is maar 3 minuten en 15 seconden maar je wil het daarna nog een keer horen. Prachtig! En nee hoor, Gardiner heeft geen enkele twijfel of hij Scheide of Rifkin moet geloven: 

“Natuurlijk is het voor Bach zeer ongewone muziek maar die kan het best verklaard worden als Bach’s antwoord op die wel zeer ongewone tekst uit de Openbaringen; woorden gesproken met luider stem komen tot ons rechtstreeks vanuit de hemel. En Bach laat de woorden terugkomen vanaf de aarde in een goedkeurende echo. Wie anders dan Bach temidden van al zijn duitse tijdgenoten zou naar voren kunnen treden met een zo extreme ideeënrijkdom en tegelijkertijd daarbij een indruk kunnen geven van een dermate kolossale reikwijdte en majesteit.”