Monogram Johann Sebastian Bach






andere cantates voor de tiende zondag na Trinitatis

bwv 101 nimm von uns, Herr, du Treuer Gott

bwv 102 Herr, deine Augen sehen nach dem Glauben




Het Lucas Evangelie verhaalt over Jezus' aankondiging van de vernietiging van Jeruzalem. Daarover gaat het deze zondag in schriftlezing, preek én in de cantate.


De tiende zondag na Trinitatis is geen speciale feestdag. In 1723, Bach’s eerste jaar in Leipzig valt deze dag op 1 augustus. Hoog zomer dus, met hitte en onweersbuien zoals muzikaal verbeeld in het derde deel van de cantate. Dit is Bach’s elfde uitvoering van kerkmuziek in Leipzig en het moet bijzonder geweest zijn, ook voor de toehoorders. We kunnen erover speculeren in hoeverre zij zich verwonderd hebben over de nu bewezen vermogens van de cantor om dergelijke dramatische natuurfenomenen om te zetten in muziek. Programmamuziek, nu ook in de kerk, geen alledaagse praktijk kunnen we stellen.  


Het is duidelijk dat Bach over het beginkoor heel tevreden moet zijn geweest. Hij zal het later opnieuw gebruiken in het Qui Tollis van de Hohe Messe. In feite is het een groots opgezet klaaglied, waarbij het bijbelboek Jeremia als uitgangspunt dient. We horen een instrumentaal voorspel van 16 maten waarin alle instrumenten verwikkeld zijn in een voortdurend weeklagen. Dan is er de bijdrage van het koor die een scherpe tweedeling kent, een prelude en een koorfuga. Het begin is opvallend sober en sterk tekstgebonden maar dan breekt, bij wijze van verrassing, vanuit die klaagzang een koraalfuga los. En terwijl deze begint met slechts twee partijen waaiert ze van tijd tot tijd uit tot soms wel negen. Het is beslist compromisloos in die contrapuntische onvoorspelbaarheid en die grimmige dissonante harmonieën. Goed, Christus mag dan wenen over Jerusalem (de prelude) maar vervolgens heeft God beslist geen scrupules over het veroorzaken van diepe treurnis op deze dag van voortrazende woede (de fuga). 


Het tenor-recitatief (2) verwijst naar Jerusalem, de stad die schuld heeft aan haar eigen ondergang. Aangezien Jezus’ tranen (we horen ze in de blokfluiten) vruchteloos blijken te zijn zal een getijdengolf de zondige stedelingen overspoelen, dat is dan een welkome aanleiding voor één van Bach’s zeldzame tsunami-aria’s voor bas, trompet en strijkers (3). John Eliot Gardiner noemt het een aria met een superieure kwaliteit die veel indrukwekkender is dan enige andere woede-aria uit opera’s van tijdgenoten als Handel of Vivaldi. Maar, zegt hij, deze goddelijke wraak komt dan ook van heel ver, deze woede is niet die van de solist, ze is niet van een karakter op de bühne, de zanger/prediker verwoordt haar slechts en Bach geeft hem de trompet met de strijkers mee als soundtrack om de luisteraar attent te maken op de dreigende bouwval die nu nog Jerusalem heet:


"Die malende storm in de muziek, het moet meer zijn dan je kunt verdragen."


Het contrast tussen de beide aria’s in deze cantate is heel groot. Na de strijkers en trompetten, na de vergeldingsaanval van God de Heer als de grote wreker van de zonde wordt even verderop Jezus ten tonele gevoerd (5) als onze Herder (vandaar de blokfluit) en als de grote beschermer van de gelovige. Hier is dan de belofte dat Jezus in zijn rol van verzoener de zonden afkoopt en God’s wraak zal doen wijken. Maar wie nu iets te comfortabel achterover gaat leunen in zijn kerkbank die is toch nog iets te vroeg, er volgen nog vijf dramatische maten al was het maar om nog eens te onderstrepen op welke wijze Jezus de rechtvaardigen in veiligheid brengt. Deze aria, gezongen door de alt, is ook verder heel opmerkelijk, dubbel blokfluit en oboe da caccia, ze komen in geen enkele aria van Bach gezamenlijk voor. Ook zeer ongebruikelijk is het achterwege laten van het basso continuo dat hier plaats moet maken voor twee oboe da caccia die slechts in het middenregister spelen. Het ontbreken van de bas geeft de aria een ongewone en etherische kwaliteit. Dit soort vervangingen voor het basso continuo, ‘bassetti’ geheten, komen zelden voor en enkel en alleen wanneer iets ‘onaards’ zich voordoet zoals hier Jezus’ onverwachts ingrijpen op Gods oordeel. 


Voor het slotkoraal brengt Bach beide zijden van het muzikale spectrum bijeen, de trompet en strijkers die tot nu toe staan voor Gods wraakzuchtige kant en de fluiten die staan voor Christus tranen en voor zijn genade en die nu terugkeren als geïsoleerde episodes tussen de regels van het koraal. En niet eerder dan in de laatste maten komen de fluiten die tot dan toe in verschillende toonsoorten tamelijk ongewone arabesken hebben uitgewisseld uiteindelijk op één lijn in E-groot. Het finale akkoord blijft daarna wat onbestemd, misschien is het een opzettelijke ambivalentie. Is die laatste zin ‘uns nicht nach Sünden lohne’ eigenlijk wel een onderdeel van het koraal (van Meyfart) of zou het een latere toevoeging zijn? Is dit Bach’s manier om te suggereren dat God’s vergeving niet wordt gegarandeerd maar afhankelijk blijft van Zijn genade? 


De versie van John Eliot Gardiner, een warm pleitbezorger van deze cantate en grote inspirator van deze bespreking, bezit ik op dit moment nog niet. De uitvoeringen die ik wel heb doen misschien onvoldoende recht aan deze ambitieuze cantate. De blazers bij Leonhardt vallen niet mee. Bij Leusink blijft alle drama achterwege, helaas. Rilling dan? Bij hem valt wel de alt-aria op met die inderdaad 'etherisch’ klinkende blokfluiten. Over deze alt-aria zegt Schweitzer dan ook:


“Die pastorale-artige Begleitung ist von einzigartiger Schönheit. Inniger Musik hat Bach kaum jemals geschrieben.” 







Basso continuo - (Ital., doorgaande bas) of becijferde bas, een beknopte notatie van een begeleidende muziekpartij, die uitgevoerd wordt op een akkoordinstrument (klavecimbel, orgel, enz.). Deze kwam tegen eind 16de eeuw op en bleef in gebruik tot eind 18de eeuw. Van deze begeleiding werd alleen de bas genoteerd, terwijl boven (zelden onder) de bastoon door een of meer cijfers en tekens werd aangegeven welk akkoord gebruikt moest worden. De begeleider of leider van een ensemble, de ‘maestro al cembalo’, diende een grondige muziektheoretische kennis te bezitten om de becijfering zo artistiek mogelijk en met gebruikmaking van motieven uit de solopartijen te realiseren. Bij uitvoering werd de bas versterkt door violoncello, viola da gamba, contrabas en/of fagot. In de hedendaagse uitgaven van barokmuziek is de becijferde bas vaak door deskundigen volledig uitgewerkt, waarbij men teruggekomen is van de te brede uitwerkingen uit de periode van de romantiek. De hernieuwde belangstelling voor de barokmuziek is voor vele musici aanleiding zich weer op het oorspronkelijke continuospel toe te leggen.


Programmamuziek - Een vorm van muziek die een verhaal vertelt of iets uitbeeldt dat op literatuur, geschiedenis of natuur betrekking heeft. Het is muziek waarin zich een 'programma' of 'vertelling' ontvouwt. Dit in tegenstelling tot abstracte muziek, ook wel 'absolute muziek' genoemd.






ga verder naar cantate 179 >>  de cantates de cantates de cantates de cantates