eveneens voor de eerste adventszondag    bwv 61  Nun komm der Heiden Heiland

bwv 62  Nun komm der Heiden Heiland


Deze adventscantate kennen wij in de versie zoals hij voor het eerst wordt uitgevoerd op 2 december 1731. Maar het werk heeft een ongewoon gecompliceerde historische herkomst. Het is in feite een cantate geschreven voor de verjaardag van een van de docenten van de Thomasschool, zes jaar eerder. En dan haalt Bach een jaar later de muziek van de plank voor de verjaardag van Charlotte Friederike Wilhelmine, de vorstin van Köthen. Daar blijft het niet bij want vervolgens dient de muziek ook nog voor een festiviteit in de juristenfamilie Rivinus. Dat hergebruik gebeurt wel steeds met andere teksten en met wijzigingen in de partituur. Eén ding is zeker; dit is dus geen kerstmuziek. Dat wordt het pas door een nieuwe bewerking en door toevoeging van een slotkoraal uit ‘Wie schön leuchtet die Morgenstern’. Bach bemerkt hoogstwaarschijnlijk zelf al het zeer inadequate van deze transformatie en als hij dan het werk opnieuw herschrijft bewandelt hij nieuwe wegen. De cantate wordt uitgebreid tot twee delen; het slotkoraal beëindigt nu het eerste deel en er word een deel toegevoegd. Echt bijzonder blijft dan het feit dat er helemaal geen recitatieven verschijnen, zoals te doen gebruikelijk, tussen de koren en aria's, Bach schrijft in plaats daarvan koraalarrangementen van de Lutherse hymne ‘Nun komm, der Heiden Heiland’. Een zeer ongewoon resultaat maar wel effectief. Tekstuele cohesie, veelal bereikt door het gebruik van verbindende recitatieven, wordt in deze cantate losgelaten ten behoeve van muzikale eenheid door middel van het frequent gebruik van dezelfde hymne melodie. 

De cantate opent met een opvallende, steeds stokkende melodische figuur, waarbij Bach een denkbeeldige metrische onregelmatigheid introduceert die wat later in dit openingsdeel bij ‘Doch haltet ein!’ voor een groot effect zal zorgen en die zich vervolgens zal ontwikkelen tot een onwaarschijnlijke opeenvolging van noten in 3/4 maat. Wat later wordt Jezus door de bas welkom geheten en daarbij is de oboe d’amore (een liefdeshobo) een passende begeleiding, immers, we ontmoeten hier ‘De Liefde’ in eigen persoon. Een simpele vier-stemmige zetting van Otto Nicolai’s hymne ‘Wie schön leuchnet der Morgenstern’ sluit het eerste deel van de cantate af. 

We zijn een uur verder als deel II weerklinkt. We hebben de preek gehoord, de biecht is achter de rug, we hebben de absolutie ontvangen en nu wordt de communie uitgereikt. Dit is dan het moment waarop Jezus zijn kerk ontmoet, nu komt de gelovige bij de Heiland, de bruidegom ziet zijn bruid. En we horen de uitbundige aria van de bariton ‘Wilkommen, werter Schatz!’. Een treffende uitdrukking is het van precies dit moment in de geloofsbeleving. Het is een zeer overtuigde bariton die deze gevoelens hier verwoord. Groot, zeer groot is dan ook het contrast met de hierna volgende aria van de sopraan met slechts de begeleiding van een gedempte solo-viool.

‘Auch mit gedämften, schwachen Stimmen wird Gottes Majestät verehrt’.

Jawel, het is een mooie cantate. Bij Harnoncourt horen we nu eens niet Max van Egmond, deze keer mag Ruud van der Meer ons overtuigen. Een mooie uitvoering is het, afgezien van de opening dan. Want dat openingskoor, wat wordt het hard, verbeten en houterig gezongen. En wat is die geluidstechniek slecht. Maar wat is de sopraan-aria dan weer hemels mooi! Hier is het jongenssopraantje buitengewoon. Ik kan hem vergelijken met de sopraan bij Gardiner (Nancy Argenta) en dan zijn ze op hun eigen wijze allebei schitterend. De jongen (we mogen niet weten wie het is) door het authentieke en daardoor verassende rechtoe-rechtaan-zingen, Nancy juist door het ingetogen zingen met die heel bescheiden begeleiding. Onverwachts mooi blijkt daarna de uitvoering onder Rilling, niet alleen het tweede deel maar de cantate in z'n geheel dankzij het razendsnelle maar krachtig volgehouden tempo en vooral dankzij Peter Schreier. Hoor je bij hem die sopraan-aria apart als je ze onderling gaat vergelijken dan blijft daar weinig van over maar in het geheel van al deze snelle passages is hij juist wonderschoon. Let op! In deze versie duurt de aria 6.08 minuten, bij Gardiner 8.54. Een verschil van bijna 3 minuten!

Op 28 november 2008 in de Waalse kerk klinkt, niet voor het eerst want er zijn veel uitvoeringen, cantate 36. Het is dit keer een uitvoering met het Apollo Ensemble, geen koor daarbij en we horen die onevenwichtige, vroege versie. Wies Zwart heeft het idee opgevat van een cultureel samenzijn en dat is een goed idee. In een maar matig bezette kerk zit ik daar tussen Wies en de beroemde Max van Egmond (oud geworden maar nog steeds een opvallende verschijning) en we horen met name tenor Marcel Beekman schitteren.

Hier de sopraan-aria uit deze cantate, niet met beelden van Bach, niet met beelden van de uitvoerenden. We zien katten, kittens in de vrije natuur onder het motto 'Bach is always better with kittens'. Maar we horen Bach, we horen de aria 

'Auch mit gedämpften, schwachen Stimmen'

Jawel, het is mooi. 








 

zie ook mijn nieuwe website zie ook mijn nieuwe website nu bwv 177