Monogram Johann Sebastian Bach








 andere cantates voor Eerste Pinksterdag

bwv 172 erschallet, ihr Lieder, erklinget, ihr Saiten!

bwv 74 wer mich liebet, der wird mein Wort halten

bwv 59 wer mich liebet, der wird mein Wort halten


Het is een vrij laat werk wat we hier horen. Uit 1746 stamt deze cantate maar toch ook weer niet want hier is dan opnieuw een parodie van een eerder geschreven werk. Het origineel was bedoeld ter opluistering van een huwelijk van een edelman, het dateert uit 1726. Eigenlijk zijn het de mooiste cantates, die parodieën en deze is wel erg geslaagd. Het feest wat huwelijk heet transformeert zich blijbaar moeiteloos naar het pinkstergebeuren. Spiritueel en vurig, wat valt er nog meer te wensen? 

Het introductiekoor ontleent zijn beide muzikale thema’s aan de begippen ‘eeuwig’ en 'vuur’ en zo staat het ook in de originele tekst waarbij het nog over het huwelijk gaat. Het (voor Bach nogal ongewone) gebruik van pauken en trompetten domineert het zeer overrompelende klankbeeld van dit openingsdeel. Energiek en stormachtig is het alles en het koor gaat er in mee. Als contrast daarmee wordt de enige aria die in de cantate voorkomt (3) volledig gekarakteriseerd door het beeld van de ‘Goede Herder’, daar waar eerst de edelman-bruidegom model stond is nu diens plaats ingenomen door Jezus. En het slotdeel is overweldigend in zijn roep (afkomstig uit de psalmen) om ‘vrede voor Israel’ met een alweer ongewoon heftige orkestpartij die al snel het koor meeneemt in een uitbundig pulserend allegro met een finale vreugderoep van de sopranen op een hoge B waarmee deze pinkstercantate tot een werkelijk glorieus einde gebracht wordt. 

De kennismaking met deze korte cantate verloopt via Harnoncourt. Ach..... Zowel de dun gezongen opening als het slot vind ik aanvankelijk een 'gejaagd geschetter' met de bekende trompetten zoals we die bij Harnoncourt gewend zijn. Ook klanktechnisch niet echt jofel. Maar dan; hierop volgt één van de mooiste aria's uit de hele cantatecyclus nl. die voor de alt. Wat prachtig, vooral door die simpele blokfluit daarbij. Werkelijk een hemel op aarde. 

Maarten 't Hart kent BWV 34 door de uitvoering van Werner die ik zelf pas veel later zal aanschaffen. En de altaria kent hij al eerder omdat hij 34 op zondagmorgen in alle vroegte op een keer voor de Duitse radio heeft gehoord: ‘Met mijn oor dicht tegen de luidspreker aan om maar niets te hoeven missen van datgene wat zich nauwelijks boven de ruis verheft. Stel: je kent het hele oeuvre van Bach, maar je hebt nog nooit de altaria uit cantate 34 beluisterd. Hoe zou je dan reageren als je die muziek voor het eerst zou horen? Zou je dan denken: dit is het allermooiste dat Bach ooit gecomponeerd heeft?’ 

Alec Robertson zegt in zijn boek over de cantates:'This is arguably the most beautiful aria Bach ever composed'. Je kunt je afvragen: waarom eigenlijk? Vanwege die sublieme harmonisatie: liggende tonica, none-akkoorden? Vanwege die repeteernoten halverwege? Vanwege die prachtige instrumentale fluit, die viool? Vanwege de superieure melodie? Maar 't zijn gewoon secundestapje omhoog en omlaag, net als in dat andere onvatbare wonder, de tweede basaria uit cantate 82, je zou 't haast zelf bedacht kunnen hebben. Hoe eigenaardig dat in feite op geen enkele manier te begrijpen valt waarom deze muziek zelfs in 't oeuvre van Bach een onvatbaar wonder is. Maarten schrijft verder dat Rilling de schoonheid van deze aria blijkbaar wil verheimelijken en dat je veel beter bij Karl Richter terecht kan. Dat is ook zo maar er bestaat ook een versie door The Monteverdi Choir/The English Baroque soloists en dat is wat mij betreft de mooiste uitvoering, de Archiv opname bedoel ik. Natuurlijk is die altaria wonderschoon, hier gezongen door de grote Bernarda Fink (mooier dan de Magdalena Kožená-versie op een verzamel-CD) maar ook het koor is hier geweldig! John Eliot Gardener is de enige die dit kan. Hier lijkt dit zich steeds maar voortstuwende koor bij vlagen zich werkelijk los te zingen van deze aarde en wij met hen. Nee, ik denk niet dat er veel fonografische producten bestaan die zich hiermee kunnen meten. Ik vind deze uitvoering zo mooi, en wel de cantate in z'n geheel dat hij mij op een idee brengt van een lijst met topstukken, daar komt deze als eerste in. De latere versie van Gardiner uit de Cantata Pilgrimage moet U niet nemen, die is echt minder. 

Beluister Paul Esswood in BWV 34

 

 





 

 

Met cantate 50, die we trouwens niet kunnen dateren eindigt de chronologische lijst met Bach cantates. In 1748 zal BWV 69 nog worden uitgevoerd maar dat is in feite een heruitvoering met wat wijzigingen daarin aangebracht. Ik heb hem eerder een plek in deze lijst gegeven.


cantates de cantates de cantates de cantates cantates de cantates de cantates nu 50