Monogram Johann Sebastian Bach









In Leipzig is Johann Sebastian Bach niet alleen verantwoordelijk voor muziekuitvoeringen in de kerken. Hij is in feite in dienst van de stad, niet van de kerk. Als director musices moet hij dan ook voorzien in muziek voor de universiteit en voor allerlei andere sectoren van het publieke leven. Zo is het ook zijn verantwoordelijkheid om evenementen in het politieke leven van muziek te voorzien. Zo’n evenement is de installatie van een nieuwe gemeenteraad. Zo is dan deze cantate BWV 29 nu eens niet bedoeld voor een kerkdienst maar voor een ‘Ratswechsel’. Er wordt dus een nieuwe gemeenteraad geïnstalleerd. We schrijven 27 augustus 1731. De tekstdichter (het is niet bekend wie dat is) houdt zich aan het gebruikelijke model van aria's en recitatieven; er wordt dank uitgesproken voor bewezen diensten, er wordt gevraagd om een zegen voor de komende periode. 

Wat een heerlijk stuk om mee te beginnen, die Sinfonia met dat virtuoze orgel in de hoofdrol. 'Jauchzet frohlocket', zoiets is het maar dan zonder koor en zonder de bijbehorende kerstgedachte. Een eigenaardige, verbluffende compositie noemt Maarten ‘t Hart dit maar waar kennen we het van? Zoals in meerdere 'Ratswechselkantaten' grijpt Bach ook nu weer terug op een vroegere compositie, en hij doet dat met een hoge mate van vakmanschap. Dit is het preludium uit de E majeur Partita. Een solovioolstuk dus (te weten BWV 1006) en hij arrangeert het als een orgelconcert. Beter gezegd; de vioolpartij wordt gearrangeerd voor orgel en er wordt een orkestpartij bijgeschreven. Een orgelsolo dus met orkestbegeleiding. Hiermee wordt tevens verklaart waarom de afwisseling tussen solo- en tutti passages, zo kenmerkend voor barokconcerten, ontbreekt. 

Een groot contrast is daarna het koorwerk, in motetstijl. Plechtig en, je mag wel zeggen, archaïsch. De tekst hiervoor is ontleent aan psalm 75. Het koor heeft een grote zeggingskracht maar ontleent die aan vrij eenvoudige middelen. Twee thema's zijn er: op 'wir danken dir, Gott' een simpele stijgende en vervolgens dalende melodie van vier opeenvolgende noten, en als tweede een meer beweeglijke dalende melodie over een octaaf op de tekst 'und verkündigen deine Wunder'. De thema's worden eerst apart stem na stem ingezet, zoals in een canon, later worden beide gekoppeld zodat we ze tegelijkertijd horen. Het 'koperkoor', bestaande uit 3 trompetten en pauken, vormt als overtreffende trap nog een extra bekroning op deze opbouw. In 1733 zal Bach deze muziek hergebruiken als 'Gratias' in zijn Missa (het Kyrie en Gloria uit de later zogenoemde Hohe Messe), opgedragen aan Friedrich August II van Saksen. 

In de nu volgende sologedeelten worden waarden als loyaliteit, vrede en gerechtigheid genoemd waarbij de hoop wordt uitgesproken dat de Heer deze d.m.v. het nieuwe stadsbestuur zal brengen. Eerst in de tenor-aria die een vrij modern contrast vormt met dat voorgaande, statige koor. Een zeer beweeglijke solopartij voor de viool begeleid door het continuo (orgel en basinstrument), gelijkwaardig aan de solostem die blijmoedig op 'Alleluia' jubelt, en de woorden 'Stärk' en 'Macht' met langere gedragen noten onderstreept. Bij 'Allerhöchsten' wordt de top-toon even wat langer aangehouden. Het is trouwens best denkbaar dat de tekstdichter bij 'Zion' niet alleen aan Jeruzalem denkt, als de plaats om God te eren, maar ook aan Leipzig.

Na een kort bas-recitatief volgt een aria voor sopraan, hobo en strijkorkest. En dat is misschien wel het belangrijkste deel van deze cantate. In een wiegende siciliano-beweging wordt ons gevraagd te vertrouwen op Gods liefde. Wie het aandurft zich te laten wiegen die heeft een groot vertrouwen, dat moet de achterliggende gedachte zijn.

De volgende delen zijn op ongewone wijze met elkaar verbonden: het alt-recitatief mondt uit in 'und alles Volk soll sagen': waarna het koor antwoordt in een eenstemmig 'Amen', waarop aansluitend een arioso volgt met het thema dat we eerder hoorden in de tenor-aria, nu begeleid door het orgel in plaats van de viool.  De schitterende tutti van het afsluitende koraal brengen de luisteraar terug naar de volledige bezetting van de openingsdelen. Trompetten en pauken krijgen een extra rol ter onderstreping van een stralende kroning van de hemelse vorst. 

 


Blijkbaar is Bach zelf nogal tevreden over deze cantate gezien het feit dat het nog tweemaal tot reprises komt nl. in 1739 en 1749. Maar er zijn op cd niet zoveel uitvoeringen van deze cantate en dat is wellicht veelzeggend. Hoe dan ook, de uitvoering onder Harnoncourt brengt ons nog niet in een juichstemming. En Leusink (onze Kruidvat musicus) met zijn solisten ook niet. Alleen die sinfonia, dat is heerlijke muziek. En dat hoorde men ook bij de firma Nokia want jawel, dit werd de ringtone van hun mobiele telefoon. Minstens zo bizar is wat Walter Carlos deed met deze muziek door dit op een Moog synthesizer te spelen. Het kan trouwens ook op piano zoals U op You Tube kunt zien (zie link hieronder).


de Sinfonia (pianobewerking)

 

 





 



cantates de cantates de cantates de cantates cantates de cantates de cantates nu 140