een andere cantate voor de tweede zondag na Trinitatis

bwv 76 die Himmel Erzählen die Ehre Gottes



Bij wie zal ik te rade gaan om iets te schrijven over cantate 2? Ik ben immers, laat ik het nu maar eerlijk opbiechten, in het geheel geen musicoloog maar slechts een schrijvende liefhebber die bronnen nodig heeft om tot iets te komen. Zo’n bron is dit keer Alfred Dürr die in 1971 veel toelichtingen mag schrijven t.b.v. de uitgave van ‘Das Kantatenwerk’, de baanbrekende albums van Gustav Leonhardt en Nikolaus Harnoncourt. 

We zijn met cantate BWV 2 aangekomen in het jaar 1724, dat is Bach’s tweede jaar in Leipzig. Het is het jaar waarin hij begonnen is aan zijn omvangrijke projekt van ‘koraalcantates’ waarbij hij wekelijks een nieuwe cantate componeert die volledig gebaseerd is op een voor die zondag geëigend kerklied. Liefst een klassieker, een bij het publiek bekend werk, dat al dan niet overwachts in de cantate kan opduiken. Deze keer is dat 'Ach Gott, vom Himmel sieh darein', een hymne van Luther, een klaagzang over de mens die zich afkeert van God. De tekstschrijver behoudt de letterlijke tekst van de eerste en de laatste strofe maar herschrijft elk van de tussenliggende verzen als recitatief of als aria maar wel met letterlijke citaten uit Luther's hymne. En Bach citeert hier en daar de melodie.

Dürr wijst er op dat cantate BWV 2 Bach's tweede koraalcantate is die chronologisch volgt op BWV 20. Na BWV 2 volgen 7 en 135. Dat is een interessant gegeven want we kunnen hier zien hoe Bach in die eerste koraalcantates experimenteert met de cantus firmus (de hoofdmelodie van het koraal). Hij geeft deze cantus firmus beurtelings aan de vier koorpartijen, te beginnen aan de sopranen in BWV 20. In BWV 2 krijgen de alten haar toebedeelt, in BWV 7 de tenoren en in BWV 135 de bassen. 

Maar ook op andere wijze zit Bach in deze periode vol experimenteerdrang. Zo zien we dat hij nu eens een cantate begint als een Franse ouverture, dan weer als een concert in Italiaanse stijl of juist in zo'n heel vrije vorm als een koraalfantasie. Deze keer gebruikt hij als opening - verbazingwekkend is het - de op dat moment al buitengewoon ouderwetse vorm van het ‘a-capella motet’. Typerend voor zo’n motet is dat instrumentalisten de zangers groepsgewijze ondersteunen; strijkers, hobo’s, ja zelfs (en dat is echt archaïsch) vier trombones komen de zangstemmen ‘verdubbelen’. Elke regel uit de hymne wordt eerst in een fuga verwerkt. De oorspronkelijke melodie van de hymne wordt vervolgens in lange noten verklankt door de alten (deze zingen dus de cantus firmus). De voortdurende groei van elke zin van de hymne tot z'n volledige lengte verleent dit openingskoor z'n karakteristieke patroon. 

Mooi zijn de recitatieven van deze cantate. Alfred Dürr: ‘De recitatieven  bereiken regelmatig de kwaliteit en het karakter van een arioso, vooral in de koraal-gerelateerde regels van de tekst’. Daarna worden de aria's, als contrast met het zeer strikte patroon van de opening, juist gekenmerkt door een meer 'moderne' stijl zoals de concertante schrijfstijl met een obligate soloviool in de eerste aria en het in deze tijd in zwang zijnde akkoord-achtige karakter van de tweede aria. Eigenlijk is dat een dansstuk. Het slotkoraal wordt dan gekenmerkt door een zeer simpele stijl die we steeds zullen tegenkomen in koraalcantates met daarbij instrumentale versterking. 


Het duurt een tijdje voor ik deze cantate enigszins ga waarderen. Dat moment komt bij de aanschaf van de Kruidvat-versie. Die Kruidvat-box, vol. 12, schaf ik aan direkt na het optreden van Nico van der Meel bij het koor waar ik in deze tijd bij zing, het Bach Collegium Breda. Enthousiasme over Nico! Helaas komt hij niet zo vaak aan bod in deze cantates. En als hij aan bod komt valt hij wat tegen want sommige zangers moet je niet op cd horen maar live. En verder vind ik deze uitvoeringen soms zeer amateuristisch, de uitvoerenden zijn hier en daar merkbaar opgelucht als ze de eindstreep halen. Maar deze cantate, BWV 2, komt bij dit simpele ensemble (zonder Nico) onverwachts goed uit de verf. 


 








de cantates de canta  wie de chronologie wil volgen gaat verder naar BWV 7 >>