ook voor de elfde zondag na Trinitatis

bwv 179 siehe zu, daß deine Gottesfurcht nicht Heuchelei sei

bwv 113 Herr Jesu Christ, du höchstes Gut



Cantate 199 hoort bij de relatief nieuwe schatten van Johann Sebastian Bach. Het handschrift is ontdekt door de Deense musicoloog C.A. Martienssen in de Koninklijke Bibliotheek van Kopenhagen in 1911. Een editie van de cantate gebaseerd op dat manuscript wordt toegevoegd aan een publicatie in 1913 van Bach’s complete werken, waarna het lijkt alsof dit stuk al lange tijd tot het erfgoed behoort. Wat we altijd lezen is dat deze cantate pas in 1714 voor het eerst wordt uitgevoerd. Maar nieuwe inzichten (een studie van Yoshitake Kabayashi) tonen aan dat de cantate ouder is. Bach's handtekening van die eerste uitvoering in 1713 bestaat nog maar het complete manuscript blijkbaar niet. Ik schuif daarom deze cantate wat naar boven in mijn chronologische lijst en daarmee is dit Bach’s eerste solocantate geworden in plaats van BWV 54. Daarmee wordt dit ook één van de schaarse cantates uit het tijdperk dat Bach nog als organist figureert aan het hertogelijke hof te Weimar. Dat is de periode waarin hij contractueel gezien nog niet hoeft te componeren. En het is dus ook een cantate die later nog verschillende revisies zal ondergaan en verschillende heruitvoeringen zal kennen die beter gedocumenteerd zijn. Bach zal het werk nog herschrijven voor een uitvoering in Cöthen (waar het mogelijk gezongen wordt door zijn tweede vrouw, Anna Magdalena) en hij zal dit nogmaals doen in Leipzig. Het blijft toch fascinerend deze geschiedschrijving die we na al die tijd weer kunnen herzien.


BWV 199 ‘Mein Herze schwimmt im Blut’ is geschreven voor de 11e zondag na Drievuldigheidsdag. Zoals de titel al aangeeft is het een muzikale verbeelding van, en een menselijke klaagzang over existentiele pijn en lijden. De tekst, afkomstig van de Darmstadter rechter en dichter Georg Christian Lehms is gebaseerd op het Evangelie voor deze dag, Lucas 18:9-14, de gelijkenis van de trotse Farizeeër en de nederige tollenaar. Zowel tekst als muziek markeren een duidelijke tweedeling in het werk; terwijl in het eerste deel de gelovige treurt over zijn eigen onvermogen, concentreert het tweede zich op de troost en de hoop die Gods genadevolle liefde brengt. 


Bach heeft op deze zondag geen koor tot zijn beschikking en moet noodgedwongen alle zeven aria's aan een enkele sopraan toedelen, mogelijk is dat de zanger, falsettist Johann Friedrich Weldig. Maar de jonge componist blijkt vastbesloten om aan de innerlijke dynamiek van de gedachten uit deze tekst uitdrukking te geven, zonder blijk te geven dat hij het moet doen met zulke bescheiden muzikale middelen. 


Maarten noemt dit ondanks de akelige titel een cantate die van het begin tot het eind een geweldige compositie is. Vind ik dat ook? In ieder geval niet direkt. Cantates ontlenen hun charme toch ook aan de afwisseling van solisten en koor als betreft het een mini-oratorium. Maar dat ontbreekt in zo'n solocantate en daarmee blijft het voor mij toch een wat sober geheel. Vermeldenswaard dat nu bij Harnoncourt  - op de valreep want we zijn al bij 199 - alsnog een dame aantreed in de persoon van Barbara Bonney. De diepe treurnis die deze cantate kenmerkt maakt halverwege plaats voor wat schoonheid en jawel, hij eindigt mooi. De uitvoering door Rilling van deze solocantate brengt geen nieuwe vergezichten. De aria 'Tief gebückt und voller Reu' bevalt nog het beste. Er is ook een uitvoering met Magdalena Kozena nl. die o.l.v. Gardiner. 


"De ernstige sfeer van deze cantate wordt goed getroffen"


zegt Maarten hierover in zijn voor mij inmiddels berucht geworden recensies in Luister. En ik zelf zeg dat deze uitvoering tot nu toe nog het beste bevalt. Later komt Suzuki bij de collectie en dan wordt de keus moeilijk. Vergelijking met Adèle Stolte leert dat die ook mooi is, romantisch natuurlijk want we zijn met deze opname in 1971 als ik me niet vergis. Wat een prachtige begeleiding daar in het solokoraal 'Ich dein betrübtes Kind'














de volgende cantate is BWV 18 >>  de cantates de cantates de cantates de cant