Na cantate 84 volgt een lange cantate-loze periode. In april van dit jaar, 1727 is het inmiddels, gaat de Matthäus Passion in premiere. En verder zijn er dit jaar slechts cantates voor speciale gelegenheden, een begrafenis, een huwelijk die Bach het licht laat zien.  


BWV 193 is ook voor zo'n speciale gelegenheid, namelijk voor de installatie van een nieuwe gemeenteraad in augustus. Deze cantate heeft alleen in incomplete vorm kunnen overleven. Er is een originele versie onder de titel 'Ihr Häuser des Himmels, ihr scheinenden Lichter' maar hiervan is alleen de tekst (van Picander) bewaard gebleven. Nu worden het eerste, het zevende en het negende deel opnieuw gebruikt voor BWV 193, mogelijk ook nog wat andere delen. Het openingskoor van de cantate is identiek aan het slot, zeer ongewoon voor Bach. We kunnen dit als een aanwijzing opvatten dat het werk onder grote tijdsdruk geschreven is. Hoeveel van deze cantate is eigenlijk van de hand van Bach? 


Wat ons van ‘Ihr tore zu Zion’ is overgeleverd zijn de stemmen van sopraan en alt, verder de volgende instrumentale partijen: hobo 1 en 2, viool 1 en 2 en de altviool. Wat ontbreekt zijn de tenor- en de basstem, twee of drie continuostemmen, meerdere blazerspartijen (trompetten en misschien ook fluitpartijen) en een pauken partij. Er komt een leerling aan te pas die noteert wat er gedicteerd wordt of wellicht meecomponeert, dat weten we niet. Wat wij nu horen is een reconstructie. Mooi, maar ook weer niet authentiek genoeg voor Harnoncourt en voor Gardiner om deze cantate uit te voeren. Rilling doet dat wel, Koopman ook, hij maakt zelf een reconstructie. 


‘We should rejoice that so much of this fine work can be reconstructed, if only for the sake of the glorious opening chorus which has an instrumental hook that will stick in your mind for the rest of the day!’


Simon Crouch (zie hier zijn web-site)


Ik ben het eens met Simon. Want we horen een feestelijk openingskoor en zowel de sopraan- als de alt-aria lijken de moeite waard. Maar met die alt-aria is wel iets eigenaardigs aan de hand; die lijkt wonderschoon te worden maar wordt het niet. Een 'schijnaanzet', een geslaagde begeleidingsfiguur van de hobo en daar blijft het bij.


Hierna volgt dan 'Laß Fürstin, laß noch einen Strahl' ofwel de 'Trauerode' BWV 198 >>>