andere cantates voor nieuwjaarsdag  lobe den Herrn, meine Seele BWV 143

  Jesu, nun sei gepreiset BWV 41

Herr Gott, dich loben wir BWV 16

Gott, wie dein Name, so ist auch dein Ruhm BWV 171



Nieuwjaarsdag is in het Lutherse Leipzig niet alleen het begin van een nieuw jaar, we vieren ook een belangrijke gebeurtenis uit het leven van het kind Jezus, het is de dag van Zijn besnijdenis. Kortom: groot feest!

 

Cantate 190 is geschreven voor Nieuwjaarsdag van het jaar 1724. Het is de eerste keer dat Bach in Leipzig een cantate componeert voor deze grote feestdag en we mogen dus wel aannemen dat hij alle middelen inzet voor een schitterend muziekstuk. We zullen het helaas nooit te horen krijgen op de wijze zoals hij dat bedoeld heeft want belangrijke delen zijn verloren gegaan en wat we nu horen zijn altijd reconstructies van anderen waarvan we, al luisterend, wel weten; dit is niet wat de grote Bach genoteerd heeft. Later zal hij de muziek van de cantate opnieuw gebruiken voor weer een andere Lutherse feestdag, de Augsburger Konfession, een parodie-versie dus (BWV 190A) maar die muziek ging verloren en alleen de tekst resteert. Het lijkt er op dat bij dat herschrijven alle instrumentale partijen van deel 1 en 2 verloren zijn gegaan, wat resteert zijn slechts onderdelen; de partijen van de tutti-violisten en de originele vocale partijen. Op het omslag van het werk staat dan nog vermeld de (zeer uitgebreide) orkestbezetting en daar moeten we het mee doen. Daarmee moet ook een ieder het doen die het aandurft om hiervan een reconstructie te fabriceren. Zo fragmentarisch is het dat het aanvankelijk niet wordt gepubliceerd. Pas in 1891 komt het Bachgesellschaft (ons archiverend genootschap) met de restanten van deze cantate, tesamen met allerlei ander onvolledig of dubieus materiaal zoals daar zijn BWV 191, 192, 193, 196. En jawel, met name dat openingskoor moet toch wel een indrukwekkend stuk geweest zijn, een uitdaging voor ieder die Bach is toegedaan maar tegelijkertijd is het wel duidelijk dat niemand in staat zal blijken te zijn om de verrassingen te bieden die Bach hier ongetwijfeld heeft opgetekend. Nee, nooit is het helemaal overtuigend.

 

Ook verderop in deze cantate zijn er vraagtekens over de gewenste uitvoering. Gardiner meent blijkbaar dat er iets ontbreekt en hij voegt in de dansante alt-aria (3) hobo’s toe waarmee hij de homofone strijkerspartijen verdubbeld. En dan het neusje van de zalm van deze cantate, dat prachtig, broze duet voor de mannen, tenor en bas in ‘Jesus soll mein Alles sein’ (4). Voor welk instrument is die heerlijke obligate partij eigenlijk bedoeld? Dat instrument mag alleen in de openingsfrase echt meedoen, verder blijft het bij reeksen van weemoedige arabesken, steeds afketsend op dat stille metrum. Gardiner doet eerst pogingen met een oboe d’amore en een viool maar het is oncomfortabel laag voor deze instrumenten en uiteindelijk wordt het dan een viola d’amore die in een wat ongebruikelijk stemming precies die elegische sfeer oproept die bij dat roerende duet past. Het is mooi.

 

Heel veel uitvoeringen zijn er niet van deze cantate, men weet niet goed wat men er mee aan moet. Zo leren de liefhebbers, waaronder ikzelf, de cantate pas laat kennen. Harnoncourt neemt hem niet op in zijn integrale serie, Leusink ook niet. De eerste die een reconstructie maakt is Bernhard Todt, dan is het 1904 maar hier bestaan bij mijn weten geen uitvoeringen van, waarna  in 1948 Walther Reinhardt een nieuwe poging doet. In 1971 komt Olivier Alain (jawel, broer van Marie-Claire) met een nieuwe versie, deze kunnen we beluisteren bij Rilling. Ton Koopman speelt (natuurlijk) een reconstructie van hemzelf. Het resultaat vind ik in beide gevallen niet bijzonder. Het koorwerk vind ik bij Rilling nog het beste, de solisten misschien toch wel bij Koopman hoewel natuurlijk toch met een zweem van saaiheid. Ik heb bij hem altijd het idee de zaak vaak volkomen doodgerepeteerd wordt. Nee, Gardiner biedt opnieuw de mooiste uitvoering, niet alleen dat duet maar ook die spetterende opening en het slotkoraal, het is schitterend.

 

 

 

Ziehier de You-Tube versie van het gereconstrueerde openingskoor olv Gardiner.









   

volgens de chronologie zijn we nu toe aan BWV 153  >>  de cantates de cantates