
andere cantates voor het feest van st. Michael
bwv 130 Herr Gott, dich loben alle wir
bwv 149 man singet mit Freuden vom Sieg
De strijd die hier bedoeld wordt is die tussen aartsengel Michael en de helse draak. We weten hoe dat afgelopen is en we kunnen Michael dus wel als onze beschermengel beschouwen. Maar liefst vier cantates heeft Bach gewijd aan het feest van st. Michael. Is dat eigenlijk niet vreemd en hoort de aartsengel niet meer thuis in de Roomse kerk in plaats van bij de Lutherse Bach?
De kerk viert het feest van Michael sinds 492, in dat jaar verschijnt de aartsengel blijkbaar op de zuid Italiaanse berg Gargano. We kennen hem reeds uit de openbaringen waar hij tezamen met alle andere engelen vecht, niet alleen tegen die draak want deze is hier immers de personificatie van alle kwaad. Luther wil dit feest in ere houden. Hij ziet engelen (evenals de Heilige Maagd) als God’s verbintenis met de mensheid en in die zin zijn het betekenisvolle schepselen voor de christenheid. En de protestantse kerk wil dan ook niet alles afschaffen om zodoende het ‘gewone kerkvolk’ niet voor het hoofd te stoten. En zo geniet st. Michael grote populariteit met name in Duitsland als ‘de engel van het volk’. Hoe dan ook ‘Michaelistag’ (29 september) is altijd een belangrijke dag gebleven.
Het hoofddeel van deze cantate -de opening- valt met de deur in huis. Een grootschalig openingskoor is het zonder enige inleiding. Maarten noemt dit openingskoor een kolossaal, groots stuk waarbij je je elke keer weer verbaast dat Bach de hierin uitgebeelde strijd zo streng fugatisch, zo strak gereglementeerd opbouwt. Alsof hij zelf bang is dat het gevecht anders uit de hand zal lopen. Die groot bezette orkestpartij lijkt even nogal feestelijk te zijn maar schildert dan - vrij agressief - een oorlogstafereel. Het aandeel van het koor in een simpele da capo vorm vraagt om een zeer uitgesproken en assertieve tekstvoordracht, vaak zeer hoog met lang uitgesponnen melismatische passages waar de stemmen de strijd lijken aan te gaan met elkaar. We horen niet alleen een schildering van de draak in deze muziek, ook de satan is aanwezig met name in een aantal gewaagde modulaties. We horen timpani en er zit een schitterende trompetpartij in dit deel waarbij Maurice André (in de uitvoering van Werner) onovertroffen is.
Bach komt later nog terug op die melismatische motieven, bij het woord ‘Feinde’ in de sopraanaria (3). Als contrast worden ze hier omgeven met de veilige rust van lange noten; de zangstem mengt zich met de beide oboe d’amore in een uniforme zetting. En in het nu volgende recitatief omgeeft Bach de zang van de tenor met strijkersbegeleiding, een beeld van hoe de Heer de mens, omgeeft met zijn liefde. Dit recitatief is tevens een voorbereiding op het 5e deel, de tenoraria die een combinatie van aria en koraalbewerking is. Het siciliano ritme (Albert Schweitzer noemt het een ‘engelenmotief’ gerelateerd aan de sinfonia uit het Weihnachtoratorium) gaat mooi gelijk op tezamen met die schijnbaar eindeloze melodie van de tenor, en roept een comfortabele, rustige stemming op. Dit is wel een heel sterk contrast met dat tumultueuze openingskoor. Bij de tenor voegt zich -hoog- een trompet die een voor de luisteraar uit Bach's tijd bekende koraalmelodie voordraagt. Het is de hymne ‘Ach Herr, lass dein Lieb Engelein am letzten end die Seele mein im Abrahams Schoss tragen’. Deze tekst, ook door Bach in de Johannes Passion gebruikt, gaat een voor de luisteraar onmiskenbare dialoog aan met de tekst van de aria, dit gaat over de laatste dingen in ons leven.
Obligate trompetklanken reiken opnieuw hoog in het slotkoraal. Het kwaad der wereld is een preconditie voor het creëeren van het goede - zo word het basisconcept van Michaelistag manifest in deze cantate.
Ik vindt het eerst geen uitschieter, deze cantate. Dat nerveuze begin... Maar als ik dan de uitvoering van Werner gekocht heb begin ik het mooi te vinden en zoals gewoonlijk; bij een vergelijking heeft iedereen weer z'n eigen sterke punten; het jongenssopraantje bij Harnoncourt, de tenor bij Rilling, het koor en de trompet (!) bij Werner. Verder met cantate 27.

Melismatiek is, in de muziek, het zingen van meer noten op een lettergreep. Zo'n lettergreep noemt men een melisme. Melismes komt men vooral tegen in het Gregoriaans, het Italiaanse belcanto, in Turkse en Arabische muziek en bij soulzangeressen in de traditie van Whitney Houston. Een voorbeeld van melismatiek is ook het Wilhelmus in de bewerking van Adriaen Valerius. Hij voorziet de oorspronkelijk Franse melodie van buigingen als: 'Wilhelmus va-han Na-hassouwe ben ick van Dui-huitschen bloet'.
