"En er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon geen stand houden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden." 

Openbaringen van Johannes 12: 7-12



Monogram Johann Sebastian Bach









andere cantates voor het feest van st. Michael

bwv 130 Herr Gott, dich loben alle wir

bwv 149 man singet mit Freuden vom Sieg



 

 

 

De strijd waar het in deze cantate over gaat is die tussen de aartsengel Michael en de helse draak. We weten nu hoe dat afgelopen is en we kunnen Michael dus wel als onze beschermengel beschouwen. Maar liefst vier cantates heeft Bach gewijd aan het feest van st. Michael. Is dat eigenlijk niet vreemd en hoort de aartsengel niet meer thuis in de Roomse kerk in plaats van bij de Lutherse Bach? 

De kerk viert het feest van Michael sinds 492, in dat jaar verschijnt de aartsengel blijkbaar op de zuid Italiaanse berg Gargano. We kennen hem reeds uit de openbaringen waar hij tezamen met alle andere engelen vecht, niet alleen tegen die draak want deze is hier immers de personificatie van alle kwaad. Luther wil dit feest in ere houden. Hij ziet engelen (evenals de Heilige Maagd) als God’s verbintenis met de mensheid en in die zin zijn het betekenisvolle schepselen voor de christenheid. En de protestantse kerk wil dan ook niet alles afschaffen om zodoende het ‘gewone kerkvolk’ niet voor het hoofd te stoten. En zo geniet st. Michael grote populariteit met name in Duitsland als ‘de engel van het volk’. Hoe dan ook ‘Michaelistag’ (29 september) is altijd een belangrijke dag gebleven. 

Het hoofddeel van deze cantate - de opening - valt met de deur in huis. Een grootschalig openingskoor is het zonder enige inleiding. Maarten ’t Hart noemt dit openingskoor een kolossaal, groots stuk waarbij je je elke keer weer verbaast dat Bach de hierin uitgebeelde strijd zo streng fugatisch, zo strak gereglementeerd opbouwt. Alsof hij zelf bang is dat het gevecht anders uit de hand zal lopen. Die groot bezette orkestpartij lijkt even nogal feestelijk te zijn maar schildert dan - vrij agressief - een oorlogstafereel. Het aandeel van het koor in een simpele da capo vorm vraagt om een zeer uitgesproken en assertieve tekstvoordracht, vaak zeer hoog met lang uitgesponnen melismatische passages waar de stemmen de strijd lijken aan te gaan met elkaar. We horen niet alleen een schildering van de draak in deze muziek, ook de satan is aanwezig met name in een aantal gewaagde modulaties. We horen timpani en er zit een schitterende trompetpartij in dit deel waarbij Maurice André (in de uitvoering van Werner) onovertroffen is. 

Melismatiek is, in de muziek, het zingen van meer noten op één lettergreep. Zo'n lettergreep noemt men een melisme. Bach komt later nog kort terug met opnieuw melismatische motieven, bij het woord ‘Feinde’ in de sopraanaria (3). Maar hier worden ze omgeven door de veilige rust van lange noten; de zangstem mengt zich met de beide oboe d’amore in een uniforme zetting. 

En in het daarop volgende recitatief omgeeft Bach de zang van de tenor met een strijkersbegeleiding, een beeld van hoe de Heer de mens, omgeeft met zijn liefde. Dit recitatief is een voorbereiding op de tenoraria (5) die een combinatie van aria en koraalbewerking is. Het siciliano ritme gaat mooi gelijk op tezamen met die schijnbaar eindeloze melodie van de tenor, en roept een comfortabele, rustige stemming op. Dit is wel een heel sterk contrast met dat tumultueuze openingskoor. Bij de tenor voegt zich -hoog- een trompet die een voor de luisteraar bekende koraalmelodie voordraagt. Het is de hymne 

‘Ach Herr, lass dein Lieb Engelein am letzten end die Seele mein im Abrahams Schoss tragen’

Deze tekst, ook door Bach in de Johannes Passion gebruikt, gaat een voor de luisteraar onmiskenbare dialoog aan met de tekst van de aria, die gaat over de laatste dingen in ons leven. 

Obligate trompetklanken reiken opnieuw hoog in het slotkoraal. Het kwaad der wereld is blijkbaar onlosmakelijk verbonden met het goede. Is dat niet het basisconcept van Michaelistag? 


 

verder naar cantate 27

 

 

 

 

 

 

 

         

29 september 2013. Een koude Zondagmorgen in de Westerkerk. Es erhub sich ein Streitstaat vandaag op het programma. Het is een strijd die zich niet alleen in de cantate afspeelt maar ook binnen de Westerkerk. Zie bijgaand artikel uit het Parool van verleden week. Maar wat merkt de argeloze kerkganger van dit alles? Een wat kleiner koor, een geheel ander orkest, authentieke hobo’s en maar liefst drie natuurtrompetten en een koororgel wat leeg blijft. Maar wel prijkt daar temidden van het orkest een kistorgeltje. Allemaal zeer authentiek dus. Ik ben eigenlijk wel tevreden.





 
 
 
'Spelen wíj vals? Híj kan niet slaan'   
 

In de Westerkerk is onrust ontstaan. Koorleden en musici zitten boos en bedroefd thuis.

De dirigent van het Westerkerkkoor en het Bachorkest, JanJoost van Elburg, heeft met steun van predikant Fokkelien Oosterwijk het Bachorkest en de vaste begeleider van het Westerkerkkoor, organist Susanna Veerman, de wacht aangezegd. Koorleden moeten opnieuw auditeren. Van Elburg, opvolger van de vorig jaar overleden Hein Meens, zou 'authentieker' uitvoeringen wensen. In een stuk maakte hij gehakt van het koor (geschoolde amateurs) én het door concertmeester Maarten Veeze aangevoerde orkest (beroepsmusici). Sommige koorleden kunnen volgens Van Elburg 'ternauwernood het niveau bijhouden', terwijl het orkest 'standaard ongelijk en vals speelt'.

Hoewel het koor na dit proefjaar niet verder met Van Elburg wilde, werd zijn contract door de predikant en de Kerkenraad toch verlengd.