deze cantates zijn ook voor de zevende zondag na Trinitatis

bwv 107 was wilst du dich betrüben

bwv 186 ärgre dich, o Seele, nicht



‘Es wartet alles auf dich’ is een van de zeven zo genoemde 'Meiningen cantates’ die Bach schrijft tussen februari en september 1726. De libretti voor deze cantates ontleent Bach aan een bekende, al wat oudere bundel cantateteksten, in 1704 aan het hof te Meiningen ontstaan en toegeschreven aan hertog Ernst Ludwig himself. Voor het eerst worden, in die cantates, koraal- en bijbelteksten gecombineerd met uit de Italiaanse opera afkomstige recitatieven en aria's op vrije teksten. Uit deze bundel put niet alleen Johann Sebastian Bach, ook de aan het hof te Meiningen werkzame Johann Ludwig Bach doet dat. Hij is een verre achterneef van Johann Sebastian, die deze Bach zozeer bewondert dat hij in 1726 achttien van diens cantates uitvoert te Leipzig.

 

Het tekstuele hoogtepunt in cantate 187 ligt zonder twijfel bij de Nieuw-Testamentische tekst in het vierde deel, maar muzikaal gezien is de grootschalige opening het belangrijkste. Dat openingsdeel is buitengewoon karakteristiek voor Bach's latere cantate-stijl. We horen een symfonisch vormgegeven introductie die steeds opnieuw terugkeert, soms in ritornello vorm, dan weer in grotere onderdelen, soms in een klein motief als onderbreking van een contrapuntisch gearrangeerd vocaal deel. Uiteindelijk komt het weer in zijn geheel terug. Typerend is dat Bach deze moderne instrumentatie combineert met in feite heel traditionele, motet-achtige vocalen. Is dat bedoeld als hemels voedsel voor de wereld? Ergens lezen we als commentaar dat het bedoeld is als een "programmatische verbinding tussen een Oud en een Nieuw Verbond". Eerlijk gezegd, ik ben hier niet zo in thuis. We laten het aan de theologen.

 

Het openingsdeel bevat al het thematisch materiaal voor de delen die daarop zullen volgen. Zo is daar bijvoorbeeld een bas-recitatief dat Gods aanwezigheid viert in de natuur (2) en wat kan gelden als het prototype voor de recitatieven uit ‘de Schepping’ van Haydn. Dan de alt-aria (3) met een enigszins Handeliaanse relaxte sfeer. En dan is er aan het begin van deel II een tamelijk geestige bas-aria (4) waarbij de discipelen angstig vragen: 'Wat zullen wij eten en wat zullen wij drinken' waarop het ernstig bedoelde antwoord volgt ‘Uw hemelse Vader weet, wat gij van node hebt van al deze dingen’. Ten slotte is er een intrigerende sopraan-aria met een obligate hobo (5) die een intieme, nederige stemming ademt als van een gebed. Bij haar woorden ‘Weigt, ihr Sorgen’ gaat Bach over op een dansante beweging.

 

Inmiddels lijkt zich een patroon in deze cantate af te tekenen. Steeds verminderende instrumentale krachten voor elke opeenvolgende aria; hobo met strijkers (3), unisono violen met continuo (4), solo hobo met continuo (5). Men zou kunnen vermoeden dat Bach in de muziek een verschuiving beoogt, heel subtiel, van het ‘algemene’ naar het meer ‘persoonlijke’. Heel persoonlijk wordt het dan in het voorlaatste recitatief van de sopraan (6). Met Alfred Dürr kunnen we concluderen dat de strijkersbegeleiding hier dient als 'een symbool van de veiligheid van het individu in Gods liefde en binnen de christelijke gemeenschap’. En als altijd zorgt die christelijke gemeenschap ook nu weer voor een passende afsluiting in de vorm van een koraal.

 

Hoezeer Bach zelf deze cantate waardeert blijkt uit het feit dat hij diverse delen (het eerste, derde, vierde en vijfde) gebruikt voor zijn mis BWV 235. Maar bij mij blijft de waardering vrij lang uit. Stel dat ik de cantate ergens live gehoord had, dat levert toch wel eens andere inzichten op. Die gelegenheid doet zich voor (althans doet zich bijna voor) in Berlijn in 2010. Het eind van een lange fietstocht langs de kust. Daar toont op de vroege zondagochtend een wapperend banier bij de Gedächtniskirche dat BWV 187 die avond zal worden uitgevoerd; HEUTE! Dat is voor de argeloos voorbijfietsende toerist (ikzelf) wel iets om enthousiast van te worden. Die bijzondere plek, die blauwe achtergrond van glas, dat alles ingebed in een kerkdienst in de Duitse taal, het beroemde Bach-Choir daar nog bij, gratis en voor niets, hmmm... Een mooi besluit van een vakantie.

 

Maar helaas, het banier hangt er nog i.v.m met de uitvoering van gisteren. In Berlijn doet men op zaterdag aan cantates. Jammer.





Maar ziet, thuis is daar toch nog vrij onverwachts op cd de ouderwetse Karl Richter in een onverwachts snel tempo en met die sublieme solisten en jawel, het wonder geschied; dit is een prachtige cantate! Hierna volgt dan cantate 45.