ook voor de zevende zondag na Trinitatis

bwv 187 es wartet alles auf dich

bwv 107 was wilst du dich betrüben

 


Nu Bach is aangesteld als cantor van de Thomaskirche in Leipzig wordt hij geacht verregaande veranderingen in het muziekleven van de kerk door te voeren. Aan zichzelf heeft hij de doelstelling opgelegd om maar liefst wekelijks een nieuwe cantate te produceren. Het blijkt onhaalbaar en hij is al snel genoodzaakt om bestaand materiaal te gaan gebruiken. Dat deed hij al eerder (met BWV 147) en dat doet hij nu opnieuw. Toch maakt hij het zich verre van gemakkelijk; voor zeer vele zondagen schrijft hij twee-delige cantates, of twee elkaar aanvullende cantates, uit te voeren voor en na de preek.

Maar deze zondag, 11 Juli 1723, grijpt hij dus terug op eerder door hemzelf geschreven werk. Dat is in dit geval een cantate uit 1716, geschreven te Weimar voor de derde adventszondag. Een adventscantate in juli? Ach, hier in Leipzig zal Bach nooit adventsmuziek nodig hebben. De traditie in deze stad is dat er van de tweede tot de vierde adventszondag geen cantatemuziek uitgevoerd wordt. Er is dus in het geheel geen bezwaar om deze cantate om te werken voor deze Julizondag, de 7e na Trinitatis. Een theologische herinterpretatie is blijkbaar goed mogelijk. En verder? Nieuwe recitatieven schrijven, de teksten van de aria's herzien, het werk tweedelig maken door het inpassen van twee koraalverzen die in de plaats komen van het oorspronkelijke slotkoraal, Paul Speratus' lied 'Es ist das Heil uns kommen her' (uit 1523). 

In het openingskoor gebruikt Bach de rondovorm (A-B-A-B-A) waarbij A staat voor de tekst 'Ärgre dich, o Seele, nicht', en B voor 'dass das allerhöchste Licht sich in Knechtsgestalt verhüllt'. In het A-gedeelte spelen orkest en koor met diverse motieven, terwijl in het B-gedeelte het koor, zonder orkest, een homofone zetting heeft.

De vier aria's hebben in de oorspronkelijke Weimar versie een orkestbezetting die zich steeds verder uitbreid; een simpele continuo begeleiding (in 3) wordt geïntensiveerd via een trio (in 5) om uiteindelijk in het duetto uit te komen op een strijkersbezetting met twee hobo’s (10). Zeven jaar later in Leipzig voegt Bach van alles toe aan de instrumentatie en aan de variëteit van de aria’s. Zo vervangt hij in de tweede aria (5) de solohobo (oboe da caccia) door een hobo samen met eerste en tweede violen. In aria 8 voegt Bach strijkers toe aan de sopraanpartij. Het uitbundige duet (10) met een volledige bezetting van strijkers én blazers is nu gebaseerd op het dansritme van de gigue, een franse hofdans.

Opvallend is bij deze cantate dat alle nieuw geschreven recitatieven eindigen met een arioso: de losse begeleidingakkoorden van het basso continuo maken op dat moment plaats voor een bewegende baslijn. Ook opvallend is dat de beide koralen niet de gebruikelijke zetting volgen, waarbij koor en orkest dezelfde partijen hebben. Hier horen we ze terug in een uitgebreide vorm, waarbij in het orkest afwisselend blazers en strijkers spelen, en de koorzinnen daartussen zijn geplaatst. De sopranen hebben de melodie in gelijke notenwaarden, de overige koorstemmen bewegen zich vrij daar onder.

 

Wat vinden we van BWV 186? Erg veel commentaren op deze cantate vind ik niet. Op de website Classical Net schrijft Simon Crouch;

 

“BWV 186 provides one of those occasions upon which I wish I had never attempted to give ratings to the cantatas. In its eleven movements there seems to me to be inspiration ranging from the routine to the sublime.”

 

Die Rating is bij hem trouwens 2+ wat zoveel wil zeggen als ‘minder geweldig’ maar dan toch met één uitstekend onderdeel. Hij zegt dat in het eerste deel de hoekdelen goed zijn maar de aria’s zijn zonder meer teleurstellend. De bas-aria lijkt met die uiterst zuinige begeleiding, geheel routine. En in de daarna volgende tenor-aria matched de vocale lijn werkelijk nergens met de vioolpartij. Datzelfde is ook weer het geval in die eerste aria uit deel twee, teleurstellend. Maar vervolgens noemt hij het duet als een moment van genialiteit.

 

“All these thoughts are put to flight, however, with one of Bach's glorious duets (this one for soprano and alto) skipping along in 3/8 time. Do get to hear this movement, if nothing else from this work.”

 

Helemaal eens met Simon. En voor zover dat iets zegt; deze cantate is in de laatste vijf jaar nergens uitgevoerd in Nederland. Een routineuze 'kerkcantate' is het met daarbij inbegrepen de sterk belerende, zelfingenomen teksten die in deze periode wel vaker opduiken in Bach’s werk. Een mooi slotkoor, dat dan weer wel.

 

 

Bronnen: Andreas Bomba, Simon Crouch 

 

 






cantates cantates de cantates de cantates de can   verder met cantate 136 >>