Monogram Johann Sebastian Bach





ook voor de elfde zondag na Trinitatis

bwv 179 siehe zu, daß deine Gottesfurcht nicht Heuchelei sei

bwv 113 Herr Jesu Christ, du höchstes Gut



 

‘Siehe zu, dass deine Gottesfurcht nicht Heuchelei sei’

 

Onrecht en hypocrisie zijn blijkbaar nauw verweven met de Lutherse leefgemeenschap in wording. Tussen 1560 en 1670, terwijl reeds meer dan een miljoen kopieën van de Duitse Lutherse Bijbel in omloop zijn, worden alleen al in zuid-west Duitsland niet minder dan 2.953 mannen en vrouwen geëxecuteerd wegens hekserij. Heersers, bekleed met een van God gegeven macht, authoriseren niet alleen de inquisitie-achtige uitroeïng van al die afvalligen, zij hebben zelf niet zelden een corrupte en decadente levensstijl. Het gedrag van Bach’s monarch, Augustus II, Koning van Saksen, is dermate schandalig dat onmiddellijk na zijn dood enkele van zijn opvallende escapades worden opgenomen in ‘La Saxe galante; de amoureuze avonturen van August van Saksen’ (1735) door een ooggetuige, Baron von Pöllnitz. Op kleinere schaal ervaart ook Bach vele onrechtvaardige kleineringen van machtsbeluste, als rechtschapen geboekstaafde politici, als hij zijn doel probeert te verwezenlijken met het vervaardigen van wat hij noemt ‘regulierte Kirchenmusik zu Gottes Ehren’. Hoezeer het hem belast kunnen we opmaken uit zijn Bijbel. Hij onderstreept juist die teksten die blijkbaar op dit moment voor hem van toepassing zijn;

 

“Gij zult geen angst tonen, hoe ernstig de aanval ook mag zijn. Echter, daar waar het uw ambt betreft, daaromtrent moet u wel angst tonen, ook wanneer uzelf geen leed wordt aangedaan.”

 

Het is 8 augustus 1723, Bach besluit op deze zondag twee cantates uit te voeren; een gereviseerde versie van Mein Herze schwimmt im Blut en de nieuw geschreven cantate Siehe zu, dass deine Gottesfurcht nicht Heuchelei sei BWV 179. De anonieme tekst hiervan haakt in op de evangelielezing voor deze dag en concentreert zich volledig op het fenomeen van de hypocrisie.

 

Het openingskoor is een zetting van een bijbeltekst in motetstijl met een kruiperige chromatische daling in de notenreeks die het 'onbetrouwbare hart' voorstelt. Men kan zich indenken hoe hier de Leipzigers van gegoede komaf, zittend op de beste kerkbanken, zich toenemend ongemakkelijk gaan voelen bij het horen van die schokkkend directe bewoordingen die onmiskenbaar hun doel raken: de felle tenor die boven obligate hobo's en violen zingt en door de holle ruimtes van de kathedraal weerklinkt als was het een vogel met profetische gaven. Om nog wat meer gewicht aan zijn boodschap mee te geven gebruikt Bach de stem van de bas: 

 

'Hoewel U geen dief of moordenaar bent... wees niet overtuigd dat u dat rein als een engel maakt'. 

 

Is het nu werkelijk nodig voor de pas aangestelde kantor om hier zo kwetsend letterlijk te zijn? Het werk wordt hierna nooit meer uitgevoerd in leipzig maar Bach is wel in staat om 15 jaar later de muziek van verschillende delen opnieuw te gebruiken, dit keer met een veiliger tekst voor een latijnse mis. Het openingskoor wordt dan het Kyrie, de tenoraria het Gloria van de mis BWV 236 en de sopraanaria transformeert hij vervolgens in het 'Qui tollis peccata mundi' van de mis BWV 234.

 

Nu komt dan toch Maarten 't Hart weer aan 't woord: Eén van de meest verbluffende, gedurfde openingskoren. Hij meent trouwens dat die door Gardiner als een 'speels dansmuziekje' wordt uitgevoerd en ook meldt hij dat de doorzichtigheid van het koor bij die uitvoering te wensen overlaat.

 

"En waarom wordt de tenoraria zo bits en blafferig gespeeld? Vanwege de tekst over de valse huichelaars? Maar de muziek is prachtig. Waarom moeten die strijkers zo stoterig en houterig?"

 

Wie het zingt - zeg ik dan vervolgens - is meer doorslaggevend dan de cantate zelf. Bij Harnoncourt lijkt het hier te gaan om een onbeduidende cantate. Maar wat prachtig zijn vervolgens de aria's zoals wij die horen bij Rilling, met name die van Arleen Auger. Zij wint het van Magdalena Kozena die aantreedt bij Gardiner, maar daar is, zoals altijd, het koor weer mooier. Jawel Maarten. En ook hier weet Gardiner van een schijnbaar onbeduidende cantate weer iets prachtigs te maken. Hoor dat fluisterend gezongen slotkoor, hoor de solisten. Nee, ik ben het absoluut niet met Maarten eens.

 

Arleen Auger staat niet op You Tube, maar Magdalena wel, ziehier haar aria.

Bovenstaande tekst met dank aan Ruth Tatlow.

 







beluister hierna cantate 69 >>  de cantates de cantates de cantates de can