Monogram Johann Sebastian Bach







andere cantates voor de vierde zondag na Trinitatis

bwv 24 ein ungefärbt Gemüte

bwv 185 barmherziges Herze der ewigen Liebe


 

 

 

 

 

Wikipedia meldt het volgende;

Een koraalcantate is een cantate waaraan de tekst en in de regel ook de melodie van een kerklied, een koraal, ten grondslag ligt. In koraalcantates is het aandeel van het koor vaak groter dan in andere cantates. In de 'per-omnes-versus'-koraalcantate worden alle strofen van het koraal in de verschillende delen verwerkt.

• Voorbeelden van koraalcantates zijn Bachs Wie schön leuchtet der Morgenstern en O Ewigkeit, du Donnerwort.

• Voorbeelden van 'per-omnes-versus'-koraalcantates zijn, eveneens van Bach, Christ lag in Todesbanden en Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ.



Een koraalcantate per omnes versus wil eigenlijk ook altijd zeggen; zonder recitatieven. Dat is hier dan ook het geval. Eén van de hymnes van Johann Agricola levert de tekst voor de cantate. Het is één van de voornaamste liederen voor de 4e zondag na Drievuldigheid en Bach heeft het eerder gebruikt, namelijk als slot voor cantate 185. En hier in 177 gebruikt Bach deze hymne niet alleen voor het openingskoor maar ook voor de finale.

De hoofdmelodie horen we, zoals te doen gebruikelijk, bij de sopranen. Maar voor de sopranen mogen aanvangen hebben alle andere partijen al een kort aandeel gehad en wel op de tekst 'Ich ruf' met een zeer significant motief, een stijgende kwint G-D. Dit motief kunnen we al horen in het allereerste begin nl. in de eerste hobo en het vormt samen met een virtuose passage op de concertante viool het materiaal voor een uitgebreide instrumentale fantasie, gezamenlijk met de strijkers. Als de drie lage partijen steeds de komst van het koraal, de hoofdmelodie, mogen voorbereiden dan gebeurt dat in een sterk emotioneel geladen weefsel van stemmen. De cantus firmus van de sopranen die daarop volgt wordt ondersteund door de hobo’s.

De instrumentatie wordt gewijzigd in de volgende aria’s en vervolgens steeds verder uitgebreid; zo heeft deel 2 slechts continuo begeleiding, 3 is met een oboe da caccia een trio, 4 vormt met viool en fagot een kwartet. Het ongetwijfeld zo bedoelde element van intensivering is duidelijk hoorbaar. In de loop van de cantate verwijderen de formele structuur en het thematisch materiaal zich verder en verder van het uitgangspunt, de koraalmelodie. De terugkeer naar een simpele vier-stemmige zetting van het slotkoraal, het vijfde deel, is daarna des te effectiever. Maar dit koor ondergaat toch ook een intensivering van de expressie: ornamenten en terloopse tonen maken de textuur dichter maar tegelijkertijd losser.

 

Maarten noemt het openingskoor grandioos. Persoonlijk vind  ik dat dat vooral geldt voor de solisten, met name bij de Rilling versie. Wat zingt Arleen mooi maar ook Julia èn Peter Schreier met die top-aria. Prachtig is het! Bij Gardiner is Paul Agnew geweldig snel; ‘onweerstaanbare vrolijkheid’ zo noemt Gardiner het zelf en toch twee maal ruim baan geven, heel kort, aan die duistere kant van de tekst bij de woorden ‘Erett’ vom Sterben’. Mooi! Vergelijking met Harnoncourt leert dat al die jongensstemmen daar toch ook wel weer bijzonder zijn. Is het ook mooi? Nee, eerder bijzonder en ontroerend soms voor wie daar gevoelig voor is. Tenor Kurt Equiluz zet prachtig in maar daar blijft het bij, hij houdt dit tempo niet vol want hij is inmiddels te oud geworden. Het opnemen van alle Bach cantates nam iets teveel tijd in beslag. Als we hierna de Kruidvat-editie beluisteren dan doet onze eigen Marcel Beekman wat onbeholpen aan dankzij zijn uitspraak van het Duits.

 

Bronnen; Wikipedia, Nele Anders, John Eliot Gardiner






Naschrift:

Op 18 juli 2010 zijn een miljoen Nederlanders met vakantie gegaan. Nergens in Nederland worden nog cantates uitgevoerd. Nergens in Nederland? Nee, één klein dorp blijft moedig Bach cantates op het programma zetten en geeft niet toe aan de gedachte dat de zomer slechts om strandgenoegens en uitstapjes naar bos en hei zou vragen. Het is het dorp Zuid-Scharwoude waar de Kooger kerk BWV 177 op het programma zet voor deze zonovergoten zondag. 

In de piepkleine kerk (qua omvang geen vergelijk met de Thomaskirche) is de klank van dit alles al gauw wat veel maar we worden beloond met die prachtige tenor-aria die de vroege fietstocht ruimschoots goed maakt. Levensvreugde is het wat we hier horen, levensvreugde van de fagot! 

In Noord-Scharwoude is er daarna een etablissement waar je buiten aan de Dorpsstraat zit en waar je sherry en een uitsmijter kan krijgen. De achttiende juli is een mooie dag.

 






verder met cantate 9 >>