
eveneens voor de veertiende zondag na Trinitatis
bwv 25 es ist nichts Gesundes an meinem Leibe
bwv 78 Jesu der du meine Seele
Het onderwerp van BWV 17 is de genezing van de tien melaatsen en het werk benadrukt onze verplichtingen aan God voor zijn goede werken aan ons gedaan. De beide delen van de cantate worden geïntroduceerd met een bijbelwoord, zowel uit het Oude als het Nieuwe Testament, waarbij het eerste deel Gods onmetelijke goedheid beschrijft en het tweede de plicht van de christen om Hem zijn dankbaarheid te betuigen. Muzikaal gezien vormen de beide aria's een tegenwicht voor het zeer gecompliceerde, hoogartistieke openingsdeel. Ze staan voor de karakteristieke principes van de barok; die van de dansvormen en die van het concerto. Beiden zijn opnieuw een proeve van het meesterschap van de inmiddels 41-jarige componist.
In dat groots opgezette openingskoor, stylistisch gezien zeer typerend voor wat Bach in zijn latere jaren in Leipzig componeert, volgt na een instrumentale sinfonia door strijkorkest, hobo's en continuo, de inzet van de tenoren. Na dit hoofdmotief (de expositie voor een fuga) volgen de overige stemgroepen na elkaar. Gaandeweg ondersteunen de instrumenten het koor en domineren het uiteindelijk in een terugkeer naar de klanken van de openingssinfonia. De tekst van de fuga is een verwijzing naar psalm 50, vers 23. Naast de zeer virtuoze partijen, ingegeven door de woorden 'opfern' en 'preisen' laat Bach de alten aan het slot in lange notenwaarden, op één toon 'und das ist der Weg dass ich ihm (zeige)' markeren, waarmee deze weg ook muzikaal wordt aangeduid.
Opvallend is dat we dit gecompliceerde stuk blijkbaar verschillend kunnen duiden. Het wordt wel getypeerd als een fuga maar in een ander commentaar is alleen de expositie die van een fuga waarna de uitwerking een koraalinterlude zou zijn. Ik meen er toch wel een fuga in te herkennen.
In het nu volgende altrecitatief is de tekst gebaseerd op psalm 19, vers 5. Bach laat de melodie klimmen op de woorden 'hoher Majestät', 'Luft' en 'Firmament'. De woorden 'Wasser' en 'Erden' klinken in een lagere ligging.
Dit recitatief vormt de brug naar de aria voor sopraan, violen en continuo. Hierbij vormt psalm 36 vers 6 de inspiratiebron voor de onbekende tekstdichter. Die sopraanaria (nr 3) is opgebouwd uit drie delen, overeenkomstig de tekstfrasen. Voorbeelden van tekst die letterlijk tot klinken wordt gebracht, zijn de lange, hoge toon op 'so weit', de beweeglijke snelle noten bij 'die Wolken gehen', de rust na de retorische vraag 'Wie?', de coloratuur bij 'preisen', en de lang aangehouden toon op 'weisen', bijna als een wijzende vinger om de weg aan te geven. Opvallend; de twee alternerende solo-violen die de sopraan in deze aria vergezellen.
Het tweede deel van de cantate, na de preek, begint met een tenorrecitatief op tekst uit het Lucasevangelie (17;15-16) en dat is muziek die zo uit een passiemuziekwerk geplukt zou kunnen zijn. De uitbundige aria 'Dank und Lob' (nr 5) wordt feestelijk begeleid door het strijkorkest met zeer dansante passages (eigenlijk is dit een bourree) en een extra uitbundige continuopartij. Zeer melodieus en homofoon.
De cantate besluit na het basrecitatief (Romeinenbrief 14;17) met een koraal voor koor en orkest. Bach maakt hiervoor gebruik van de derde strofe van het lied 'Nun lob, mein Seel, den Herren' uit 1530 van Johann Gramann. Gardiner beschouwt dit slotkoor als het hoogtepunt van deze cantate. Het is een lang uitgesponnen variatie op dat lied en sterk verwant aan het dubbelkorige motet BWV 225; op elk vlak net zo scherp getoonzet met prachtige woordschilderingen op ‘ein Blum und fallendes Laub’ en ‘der Wind nur drüber wehet’.
Bij het horen van deze cantate twijfel ik toch wel heel lang of ik dit mooi vind. Maar bij het horen van de Rilling-versie blijkt het ineens beeldschone muziek. En Gardiner is natuurlijk wat het koor betreft weer fabuleus: lijkt het maar zo of is die inzet bij hem enkel door solisten gedaan? En het slotkoor is zo ingehouden fluisterend.... Ongewoon, maar prachtig. Jammer van die alt, Robert Tyson is dat. Een groter contrast voor wat betreft de koorzang is niet mogelijk als we deze uitvoering vergelijken met die van Richter. Het is bijna boers wat we daar horen. Maar de mannen (de beide solisten bedoel ik) zijn prachtig. Ik blijf bij mijn mening over Rilling; dat is de mooiste.

Bourree - De bourree is een Franse traditionele dans. Het woord bourree betekent vrij vertaald boertig. Vele bourree's hebben dan ook een nogal robuust en melodisch en ritmisch eenvoudig thema. De meeste bourrees worden in rijen van paren gedanst, en de muziek is meestal in een tweekwarts- of driekwartsmaat.
Interludium - Een interludium of interlude (uit het Latijn: inter=tussen en ludere=spelen) is een instrumentaal tussenspel. Het woord wordt zowel in kerkmuziek als opera en operette gebruikt als in liederen. Soms komt een interludium als zelfstandige compositie voor, bijvoorbeeld als tussendeel van een cyclisch werk of suite.

cantates de cantates de cantates cantates de cantates de cantates nu cantate 19>>