meer cantates voor de negende zondag na Trinitatis


bwv 94 was frag ich nach der Welt


bwv 105 Herr, gehe nicht ins Gericht mit deinem Knecht




Zomer 1725. Voor Bach, inmiddels twee jaar in Leipzig, is dit niet de meest plezierige tijd van zijn leven. Wel doet hij een paar geweldige deals met zijn handel in muziekinstrumenten, dat wel. Maar pijnlijk is wel dat hij dit soort handel hard nodig heeft om in Leipzig een enigszins normale levensstandaart te krijgen. Het is hem inmiddels duidelijk dat hij, was hij aan ‘t hof in Köthen gebleven, een veel comfortabeler leven gehad zou hebben dan nu het geval is. De problemen spitsen zich toe op Bach’s werkzaamheden bij de Universiteits Kerk. Het gaat over de muzikale directie, het gaat ook over de betaling voor zijn diensten en hij komt er niet uit met het politiek zeer verdeelde bestuur wat maar geen beslissing kan nemen. Hij schrijft aan koning Frederik Augustus van Saksen, die hem tenslotte gekozen heeft op deze post. Maar een antwoord zal lang uitblijven.


Ongetwijfeld wordt zijn werk wordt hierdoor beïnvloed. Hij heeft inmiddels al 8 weken lang geen cantate meer geschreven. Dan hoort hij over de dood van de door hem zeer gewaardeerde hofdichter Salomo Franck. Gezien de wijze waarop Bach destijds aan het hof van Köthen vertrok, is een terugkeer om Franck de laatste eer te gaan bewijzen op dit moment geen optie. Hij neemt zijn exemplaar van Franck’s ‘Evangelisches Andachts-Opfer’ ter hand, zijn oog valt op de tekst voor de negende zondag na Trinitatis, een tekst met veel dramatiek. Jawel, dit moet het dan zijn voor de ochtend van de 29ste juli 1725: 


Tue Rechnung! Donnerwort


De cantate handelt over de parabel van de oneerlijke rentmeester. De wel zeer bijzondere wijze waarop tekstschrijver Salomo Franck gebruik maakt van zakentermen en begrippen ontleent aan het recht illustreren opnieuw hoe moeilijk het voor hedendaagse luisteraars is om de poezie van dit tijdperk te begrijpen en te accepteren. Hebben we hier opnieuw te maken met zo’n ‘volslagen misdadige Duitse kerktekst’ zoals we die eerder reeds zagen? Tja...


In het eerste deel, de bas aria, komen alle zieleroerselen aan bod die het vereffenen van de rekening en niet te vergeten het 'Donnerwort' met zich meebrengt. Schrille akkoorden in de hoge strijkers, het onophoudelijk rommelen in de cello, een dreigend unisono wat doet denken aan de uitbeelding van stormen in Vivaldi's vioolconcerto's. In de nu volgende delen toont Bach zich juist eerder terughoudend. De tekst geeft aan dat de zondaar hier voor Gods aangezicht staat. Twee hobo's zorgen voor wat extra sfeertekening en ze blijven steeds aanwezig om zodadelijk een rol te spelen bij het uitbeelden van de bliksem van God. We horen dan ook een stijgend gebroken akkoord in de hobo's na het woord ‘Blitz. Nu is duidelijk waarom hun aanwezigheid vanaf het begin zo noodzakelijk was. Een simpel recitatief wordt gevolgd door een duet voor sopraan en alt waarin plotselinge sprongetjes in de cello het breken van de boeien van de duivel illustreren. 


‘zerreis des Mammons Kette..’


Een eenvoudig vierstemmig koraal volgt tot besluit.


Bij Harnoncourt horen wij dit keer een erg mooi jongensduo. De verandering zit hem in Christian Imler, de alt. Rilling klinkt dan heel theatraal met die prachtige bas en die breed uitgesponnen strijkers, alles in een vrij laag tempo. Ook is er een versie door The Monteverdi Choir/The English Baroque soloists. Over deze uitvoering toont Maarten zich nogal tevreden. 


"De verbluffende bas-aria klinkt heel overtuigend en ook de andere onderdelen van de cantate komen redelijk tot hun recht".


Komen redelijk tot hun recht. Mwaahh. Zoals hij het formuleert ben ik het wel met hem eens. Maar echt enthousiasme? Neen. Ik voel meer voor het oordeel van Simon Crouch (USA). Hij brengt deze cantate onder in de laagste categorie en hij beschrijft de opening (muzikaal gezien nog het meest interessant) als de ‘kreet van een waanzinnige bankier die een slechte dag heeft’, en vervolgt dan:


“It doesn't get much better, the two recitatives in the cantata paint a picture of life as being a loan that needs repayment on judgement day and the Lord is the best bet for repayment. The remaining two arias hardly raise ones spirits much higher. It seems, to my ears at least, that Bach had some difficulty in making much of this material and perhaps he didn't try too hard!”


Neen, het materiaal was niets en Bach heeft niet veel geprobeerd om er iets van te maken, kunnen we het daar over eens zijn?


Bronnen: Ruth Tatlow/Maarten ‘t Hart/Simon Crouch





cantates de cantates de cantates  de volgende cantate drie weken later, bwv 137 >>