andere cantates voor de geboortedag van Johannes de Doper

bwv 7 Christ, unser Herr, zum Jordan kam

bwv 30 freue dich, erlöste Schar







Wikipedia over de periode na 1723

 

Bach verhuisde in 1723 naar Leipzig, destijds een belangrijk cultureel en handelscentrum met vooraanstaande boek- en muziekuitgeverijen, een gereputeerde universiteit en de alom bekende Leipziger Messe. Bach schreef hier het overgrote deel van zijn cantates, in totaal niet minder dan vijf volledige jaargangen, waarvan vermoedelijk 60% (circa 200) is bewaard gebleven.

 



 

 



BWV 167 is een van de eerste cantates geschreven na Bach’s aanstelling in Leipzig. Bach moet waarschijnlijk nog wennen aan de veelheid van taken die hem in Leipzig wacht en dat verklaart mogelijk de compactheid van dit werk. Er is geen openingskoor. Maar het is toch een heel vakkundig en rijk gecomponeerd werk en het telt twee hoogtepunten; het duet voor sopraan/alt (3) met zo’n fascinerend thema zoals we dat in veel Bach cantates aantreffen. Soms zingen de stemmen samen; soms echoën ze na elkaar in een steeds voortgaande imitatie. Eigenlijk vormen ze samen met die oboe da caccia een trio. Het tweede memorabele deel is het slotkoraal (5) met een werkelijk heerlijke orkestratie, met name de obligate trompet die we daar horen. Het is niet zo wonderlijk dat er diverse opnames van dat koraal zijn, allemaal adaptaties voor verschillende combinaties, allemaal zonder koor!


De idyllische aria waar de cantate mee opent heeft een heel kleine bezetting, tenor, strijkers en continuo. En toch, de verschillende onderdelen hebben een heel rijke variatie als het gaat over de begeleiding. Hierna volgt een recitatief waarbij vooral het tweede deel (gebaseerd op de lofzang van Zacharias) buitengewoon mooi is. Het is daar in feite geen recitatief meer maar het gaat als vanzelfsprekend over in een arioso, meer en meer weemoedig wordt het als het de reis van de berouwvolle zondaar beschrijft op weg naar het paradijs. Het nu volgende breed uitgesponnen duet van alt/sopraan met daarbij een lyrische hobo is typerend voor Bach, hier horen we zijn vaardigheid als hij vokaal en instrumentaal materiaal tot een eenheid weet te smeden. Het snelle middendeel begint als een canon en het wijzigt vrijwel ongemerkt van een 2/4 naar een 3/4 maat. Toeval is het niet. Bach maakt gebruik van een sinds de middeleeuwen gebruikelijk onderscheid, de overgang van de imperfecte (2/4) naar een perfecte (3/4) maat, waarbij deze laatste vaak gebruikt wordt als een symbool voor de drie-eenheid.


En dan dat slotkoraal. Dit koraal op dit moment in deze cantate, het treft je enorm. Dit is één van die bijzondere stukken, voorzien van allerlei instrumentale omspelingen van de strijkers, toch heel eenvoudig en vanzelfsprekend. De schoonheid daarvan wordt door iedereen herkent. Dat ostinate dansante thema, dit moet voor Bach de perfecte verbeelding zijn van een hemelse gelukzaligheid. Wat zegt de hedendaagse luisteraar?


Thomas Braatz:

 

“A brilliantly joyous accompanied chorale. If you like Jesu Joy of Man's Desiring from BWV 147 or Humble Us by Thy Goodness from BWV 22 then you should run as fast as you can to obtain a copy of this. I find it quite incomprehensible why this piece is not better known.”


Dit zegt Thomas Shepherd:


“The Suzuki recording of BWV 167 has been on in the car this week. As I act as unpaid taxi driver to three teenagers, they have to put up with my music in the car. So I was surprised to find elder daughter and son singing along to the final chorus. "Why do you like it?", I asked and got the reply from my daughter that the violin part was lovely and possible to sing as a melody. My son likes the running bass-line. He thinks Bach is clever not to emphasise the strong beats of the bar by missing them out in the bass line. They think its a short, pretty, simple and happy chorus. Their response partially explains what had been bothering me ? Why are there so many recordings of this last movement, and for different combinations of instruments? It's like the concluding chorus to each part of BWV 147, Bach understates his technical prowess in favour of a simple and immediate piece.


En Maarten ‘t Hart:


“De zon over Leipzig is opgegaan”


Geen woord teveel gezegd. Voor de eerste keer (voor wie chronologisch luistert) treedt hier dan toch de Bach naar voren zoals we hem uiteindelijk leren kennen en mijn conclusie is dat de hofcultuur hem goed heeft gedaan. Dit hoort echt bij de pronkjuwelen (zie link onderaan de pagina) speciaal in deze uitvoering olv Harnoncourt met die indringende jongensstemmen. Rilling maakt van de cantate veel meer een eenheid maar het slot verwordt hier tot een veel te zwaar aangezet, romantiserend werk en Gardiner valt als geheel wat tegen. En op mijn i-pod speelt Yo Yo Ma een heerlijke bewerking van het koraal. En niet alleen op mijn iPod.


Hier is Yo Yo Ma.









 


Hierboven heb ik nogal ruim geciteerd uit de Bach Cantatas Website. Voor wie alsnog vraagtekens heeft bij de wat vreemde verschijningsvorm van deze cantate (zonder beginkoor) hier nog wat interressante overwegingen uit diezelfde site;



“Why in this cantata did Bach depart from his normal practice of an opening, fugal chorus (for which the text seems suitable) and a simple closing chorale ? The obvious answer is that his choice was determined by the forces available and there was no law that said he had to follow a rigid unvarying pattern. 

 

The idea that the cantata BWV 167 is perhaps used as a 2nd cantata is possible (I find this the best guess about the rahter unusual form). esp. because at that time (24/6) Bach is stil sticking to the 2-part or 2-cantata principle.

 

It is always interesting to see how Bach opens the 2nd part of a two-part cantata: a sinfonia, a tenor recitative, a tenor aria, etc. but not with choral mvt. This is why it seems rather possible that BWV 167 was used as the 2nd pt. of a 2 pt. cantata, or, in any case, with a different cantata performed before the service. If BWV 167 is fragment, then the mvt. immediately at the end of pt. 1 would most likely have consisted of the very same music as mvt. 5 of BWV 167, only a different verse of the same chorale would be sung just as it is done in BWV 147. “


nu verder met de beroemde BWV 147 >>  pronkjuwelen >> de cantates de cantates