Monogram Johann Sebastian Bach








ook voor de drieëntwintigste zondag na Trinitatis

bwv 139 wohl dem, der sich auf seinen Gott

bwv 52 falsche Welt, dir trau ich nicht



De werken uit de periode 1714-1717 zijn niet slechts een voorbereiding op Bach’s grote cantate werk uit de Leipziger periode. Deze cantates vertonen een eigen karakteristiek; sterk beïnvloed door de Italiaanse operastijl zijn ze intiem van karakter maar ook lyrisch en met name de duetten lijken vervuld van een verlangen naar liefde. Anders dan de latere werken openen ze vaak met een solo- of met een duet-gedeelte, en er is slechts een kleine rol voor het koor, hoogstens een slotkoraal en zelfs dat niet altijd. De orkestratie is simpel van structuur maar wel zien we een jeugdige gevoeligheid en een behoefte om te experimenteren met de vorm wat typerend is voor de jonge Bach. De libretti zijn vaak gebaseerd op parabels uit het Evangelie. Of dat een persoonlijke voorkeur is weten we niet, mogelijk laat Bach zich slechts leiden door wat voorhanden is.

We schrijven nu november 1715, Bach is sinds het vorig jaar maart werkzaam als Konzertmeister en hij herneemt zijn taak om maandelijks een cantate te componeren. ‘Nur jedem das Seine BWV 163’ is hiervan het resultaat. Maarten 't Hart noemt dit de ‘belastingcantate’. De tekst gaat over geld en over het betalen van tol en belastingen en zegt hij:

 

'Het is merkwaardig dat Bach van zo'n idiote tekst nog zoveel weet te maken'

 

Het mag duidelijk zijn dat ook deze tekst weer voortvloeit uit de pen van Salomo Franck, we zullen zijn zielenroerselen nog een tijdje moeten volgen. Ach, het blijft een groot raadsel hoe het genie Bach zo onkritisch kan zijn waar het gaat om aangeleverde teksten. Maar laten we ons op de muziek concentreren.

 

De cantate begint met een muzikaal thema in de lage strijkers dat het hele eerste deel (de tenor-aria) verder beheerst als een soort leitmotif. Alle instrumenten volgen. De Rilling-uitvoering houdt nog vast aan het gebruik van een oboe d’amore, een gebruik dat verworpen wordt bij de meest recente uitgaven van Bach’s complete werk. Na de tenor-aria horen we een recitatief dat - zoals zo vaak in cantates uit deze Weimar periode - vol zit met arioso figuren die dienen als interpretatie van de tekst. Het gaat hier over het verschil tussen het goede en het slechte geld. Bach’s gebruik van verminderde harmonieën laat geen twijfel over zijn opvatting; er bestaat zoiets als goed geld en slecht geld. Eigenaardig van klank is vervolgens de bas-aria (3) die door twee concerterende cello's begeleid wordt. Hier toont de componist zijn voorliefde voor het experiment; halverwege horen we een opmerkelijke stamppassage, daar waar de bas zingt 'Komm, arbeite, schmelz! und präge'. Alsof Bach alvast een voorproefje wil geven op de smeedscène uit de opera Siegfried van Wagner.

 

Het volgende recitatief (het wordt ook wel als arioso aangeduid) heeft de ongebruikelijke vorm van een duet met daarbij canon-achtige elementen. Doorgaans gebruikt Bach deze vorm om daarmee een onderlinge wedijver weer te geven zoals bij het navolgen van Christus. Als in het stuk het einde nadert, daar waar de ogen geopend worden voor God’s zegeningen, wordt het stuk verlevendigd door het gebruik van melismen. Dit recitatief is een soort prelude op het nu volgende imiterende duet 'Nimm mich mir' waarbij we in de hoge strijkers unisono, zin voor zin, het koraal 'Meinem Jesum lass ich nicht' kunnen horen. Van het slotkoraal is alleen de becijferde bas partij bewaard gebleven, maar de tekst van het koraal is bekend uit de verzamelingen van Franck en de muziek uit Bach’s cantate 199.

 

Aardige momenten horen wij in deze korte cantate maar eigenlijk niet veel meer dan momenten. De bas-aria bijvoorbeeld is een heel prettig stuk. En wat verderop, hoor ik daar bij Harnoncourt een jongenssopraan plus een jongensalt? Ach, ik weet het niet, dit zijn toch wel erg geforceerde constructies met die jongetjes die God's genade vragen in hun hart. Harnoncourt zal dat zelf inmiddels ook vinden. Die bas-aria 'Lass mein Herz die Münze sein' komt ook voor op deel 4 van het Suzuki-project. De bas lijkt daar eerder een tenor, zo licht klinkt het daar en jawel, het is mooi.

 

 

Bron; Maarten 't Hart

 

 

 

 

 

 

 

 

Melismen - Melismatiek is in de muziek het zingen van meer noten op een lettergreep (een zogenaamde notentros). Zo'n lettergreep noemt men een melisme. Melismes komt men vooral tegen in het Gregoriaans, het Italiaanse belcanto, in Turkse en Arabische muziek en bij soulzangeressen in de traditie van Whitney Houston. Een voorbeeld van melismatiek is ook het Wilhelmus in de bewerking van Adriaen Valerius. Hij voorzag de oorspronkelijk Franse melodie van buigingen als: ‘Wilhelmus va-han Na-hassouwe ben ick van Dui-huitschen bloet’.


 

     

    hierna cantate 132 >> Kijk ook even op mijn nieuwe website>>  Kijk ook even