andere cantates voor nieuwjaarsdag  lobe den Herrn, meine Seele BWV 143

Gott, wie dein Name, so ist auch dein Ruhm BWV 171

singet dem Herrn ein neues Lied BWV 190

  Jesu, nun sei gepreiset BWV 41




Eens per maand in Leipzig, kunnen we de jongens zien van de St. Thomas School, rennend van huis tot huis met kleine boekjes. Deze bevatten de teksten van de cantates die ten gehore gebracht worden in de kerken van St. Thomas en St. Nicolaas op de vier komende zondagen en ze zijn gedrukt op kosten van Bach. De opbrengsten komen niet alleen tegemoet in de productiekosten, ze belonen de jongens met wat zakgeld en ze komen ook nog terecht in een fonds wat bestemd is om extra musici te betalen om de kwaliteit van de zondagse uitvoeringen op te waarderen. De abonnees bestuderen de teksten in hun huis en nemen de boekjes mee naar de zondagsdienst waar zij de cantate kunnen beluisteren die uitgevoerd wordt na het lezen van het evangelie en voor de preek. Cantate en preek vullen elkaar aan; beiden zijn zowel bedoeld als een appèl aan als een verklaring van principes uit de Heilige Schrift. Op deze dag is de Nieuwjaars jaarmarkt officieel van start gegaan maar het is verboden om te handelen op een zondag of op een christelijke feestdag als deze, en dus zijn op deze eerste januari 1726 de kerken overladen met vreemdelingen. Ze zijn naar Leipzig gekomen met een commercieel doel maar vele kooplieden keren misschien wel huiswaarts met iets wat meer eeuwigheidswaarde heeft.

Terwijl hij in een eerder gepubliceerde collectie de tekst van Georg Christian Lehms gevonden heeft voor de cantate van deze dag, besluit Bach er een strofe aan toe te voegen van de nieuwjaarshymne 'Helft mir Gotts Güte preisen' voor het finale deel. 

Het uitbundige openingskoor in C majeur 'Herr Gott dich loben wir' klinkt door de kerk na de ongewoon korte evangelielezing uit Lukas 2:21. Na een recitatief volgt een dialoog tussen bas en koor als een reminiscentie aan de cantor en het volk in de tempel, en daarmee aan de de scene van Jezus' besnijdenis. Elk mogelijk - door het vroege tijdstip - gebrek aan concentratie van de kant van de congregatie wordt hier te lijf gegaan met behulp van een indringende en enerverende Corno da Caccia.

Lasst ons jauchzen, lasst ons freuen!

Nadat de alt aandacht heeft gevraagd voor praktische zaken als daar zijn kerk en school komen we aan bij het hart van de cantate; de tenor-aria 'Geleibter Jesu, nur du allein'. Nu wordt het persoonlijk. Gebruikmakend van woorden als 'onze' en 'mijn' richt de tenor alle aandacht op de tot dusver nogal in globale lofzangen bezongen persoon van Jezus. Dit is een liefdeslied begeleid door de warme tonen van hobo en viool.

Deze compositie toont weer eens aan hoe Bach steeds maar weer weet te vermijden om enig schema te hanteren en in staat is aan elk werk een eigen onderscheidend karakter te geven. De tekst van Lehms heeft de intentie dat het koor alleen aan de opening deelneemt. Maar Bach geeft het ook een rol met dat toegevoegde slotkoraal en voegt ook uitgebreide passages voor het koor toe aan de bas-aria. Een aria is eigenlijk niet de juiste benaming voor deze veelgelaagde constructie die als we hem  simpel willen omschrijven bestaat uit een ‘koraalfuga - solo - koraalfuga’. Bijzonder ook is de overgang naar de enige solo-aria van deze cantate. Dat is dan ook een verandering van een zeer uitbundige en extatische lofprijzing naar een heel persoonlijk en intiem bidden. Dat wordt onderstreept door het gebruik van een obligaat solo instrument.

Het openingskoraal kan ik blijkbaar verschillend beoordelen maar als geheel noem ik dit steeds een mooie cantate. De Gardiner-versie is heel bijzonder. Wat een opzienbarende, dramatische schrikeffecten horen we daar! Met name in die aria voor het koor met de bas (3). Begrijpelijk als kerkgangers bevreemd opkijken bij het horen van deze muziekdramatische maar toch weinig pastorale klanken. Vergelijk ik dit vervolgens met de uitvoering van Leonhardt dan is die klanktechnisch kaal en lelijk maar wel geven die jongetjes daar een heel bijzondere kleur aan het geheel. En we mogen hier in plaats van de gebruikelijke Kurt Equiluz genieten van Marius van Altena. Hij maakt daar een prachtig-naïeve tenor-aria van. Bij Rilling treed Peter Schreier aan en we horen in plaats van de hobo een viola. Ook mooi. Nee, ik kan niet kiezen.



 






naar mijn nieuwe website>>>>  naar mijn nieuwe website>>>>  nu 32>>