Monogram Johann Sebastian Bach








cantates voor het feest van st. Michael

bwv 19 es erhub sich ein Streit

bwv 130 Herr Gott, dich loben alle wir



Dit is een van de drie overlevende cantates voor het feest van st. Michael ze het stamt uit 1728. Zoals we gezien hebben in BWV 19 is de ontmoeting van Michael en zijn engelen met de draak (Satan) en zijn metgezellen voor Bach een rijke inspiratiebron voor het componeren van muziek vol kleur en poetische verbeeldingskracht.

 

Het openingskoor is geleend uit de jachtcantate waarvan het de finale vormt. Ook hier is de bezetting van het openingskoor grootschalig; de beide jachthoorns zijn vervangen door drie heraldische trompetten en er zijn timpani toegevoegd. De rest van de instrumentatie bleef intakt. Wel werd het werk van F naar D getransponeerd i.v.m. karakter en stemming van deze instrumenten. De sfeer is hierdoor niet veranderd, ook al omdat er tekstueel veel overeenkomsten gevonden zijn. Blijkbaar zijn de ‘freudige Stunden’ tijdens een jachtpartij direct inwisselbaar met het ‘mit Freuden’ zingen wegens een overwinning van de Heere. Dit is met recht een effectieve parodie. De instrumentale en vocale figuren in de hierop volgende bas-aria geven ons een blik op de apocalyptische visioenen die ons wellicht nog wachten. Een sterk contrast met de dansante sopraan-aria ‘Gottes Engel weichen nie’, deze kunnen we zien als een muzikale verbeelding van absolute zekerheid. In het alt/tenor duet ‘Seid wachtsam, ihr heiligen Wächter’ (6) gebruikt Bach een fagot, helaas zeer zelden gebruikt door Bach als solo-instrument, want wat een heerlijk effect levert het op. De wachtposten, het zijn in feite onze beschermengelen, doen hier hun ronde. Ze worden hier voorgesteld als onze ‘heilige bewakers’ en dat verklaart dan ook die robuuste obligate fagot die al in het openingskoor klonk waar hij diende om een dialoog aan te gaan met de eerste trompet, en ook zijn verschijnen in de bas-aria (2) om daar het beeld van die visionaire ‘grote stem’ kracht bij te zetten waaraan in de Openbaringen gerefereerd wordt, de stem die het Lam aankondigt die de Satan nu heeft verslagen en verdreven. 

 

Maar zoals gebruikelijk, er is altijd een simpel koraal voorhanden wat de cantate passend kan afsluiten, ook al komen hier, de trompetten maar dan ook volkomen onverwachts op het eind nog binnenstormen. Mooi. 

 

De uitvoeringen van Leonhardt en Werner zijn onvergelijkbaar, het lijkt welhaast andere muziek te zijn. Toch kan ik niet kiezen. Beide zijn op hun eigen manier schitterend. Aan deze favorieten kunnen we later de Cantata Pilgrimage Vol. 7 van Gardiner nog toevoegen. 

 

Het commentaar op deze cantate is zeer lovend. Alfred Dürr spreekt van een ‘Streichersatz von bezaubernder Liebliechkeit’. Maarten noemt speciaal de sopraan-aria: 'Deze vredige, troostende, lieflijke muziek komt het best tot zijn recht bij Elly Ameling met dirigent Wolfgang Gönnewein'. Die uitvoering bezit ik niet maar de sopraan bij Werner is wel heel mooi. Beter dan Arleen Auger (bij Rilling) die het allemaal wel erg zeker weet dit keer. En moet ik Philippe Huttenlocher nog noemen die hier, als zo vaak, vocaal blindelings om zich heen lijkt te slaan. Nee. En het duet wordt bijna bits gezongen. Het is allemaal niet goed hier. Wendt U tot de anderen. En dan verder met cantate 188.




Bronnen; Gerhardt Schuhmacher, John Eliot Gardiner