nog een cantate voor de kerkelijke feestdag visitatie

bwv 10 Meine Seel erhebt den Herren

 

‘Herz und Mund und Tat und Leben’ is bedoeld voor de Maria Boodschap (2 juli 1723) maar Bach werkte al eerder aan deze cantate en toen was deze bedoeld voor de vierde adventszondag van het jaar 1716. Maar er zou niet gezongen worden op die betreffende zondag en e.e.a. is op de plank beland. Maar deze tekst uit de bijbel, die het Magnificat bevat, kan eigenlijk ook wel voor een feestdag rond Maria worden gebruikt? Bach is een praktisch mens. 

De cantate dankt zijn wel heel brede aantrekkingskracht voornamelijk aan de toevoeging van die twee - muzikaal gezien - identieke koralen, pastoraal van karakter, waarmee Bach de beide afzonderlijke delen besluit. In muziek van zulk een honingzoete schoonheid en treffende natuurlijkheid zien we gemakkelijk het feit over het hoofd dat het melos van dat gevierde acht-maten-lange ritornello - die weelderige ornamentiek waarmee Bach de simpele koraalmelodie omgeeft nu juist voortkomt uit exact diezelfde ‘roots’ die het zo uitbundig verfraait. Dat schijnbaar eindeloos vloeiende thema van dit stuk heeft Bach inderdaad overgenomen uit die simpele koraalmelodie van Johann Schop ‘Werde munter, mein Gemüte’. En het is een eigen leven begonnen. Ontelbare arrangementen en parafrases van juist dit stuk hebben grote aantallen mensen in de muziek van Bach geïntroduceerd. 

 

Toch verdienen ook de andere acht delen van deze cantate wel wat aandacht. Let b.v. eens op dat wonderlijk ondefinieerbare ritme in de alt-aria, het switched doelloos ergens tussen een 3/4 en 3/2 maat. Was er immers niet de notie in de late middeleeuwen dat een maat in drieën de drieëenheid symboliseert? Hier vertegenwoordigt de hobo het bovennatuurlijke, zoals de viool in de sopraan-aria (5) Jezus, de Zoon der Mensen, vertegenwoordigt. Innovatief wordt Bach als hij in de tenor-aria (7) de cello en het orgel niet unisono laat spelen en als het orgel Hier alle muzikale decoraties mag aanbrengen. En, even later is het in de bas-aria (9) volkomen nieuw dat een solopartij begeleid wordt door het gehele orkest.

 

Maar natuurlijk gaat de meeste aandacht uit naar die koraalbewerking en dat is dan ook het stuk waar Maarten 't Hart in zijn boekje het eerst over schrijft:

 

"Toen ik een jaar of acht oud was hoorde ik bij een vriend thuis voor 't eerst de door Myra Hess gemaakte pianobewerking van 'Wohl mir das ich Jesum habe'. Grootgebracht als ik was op een karig dieet van 150 psalmen en 29 gezangen, bleek dat één van de meest aangrijpende ervaringen van mijn leven. Amper vermocht ik te begrijpen dat zoiets prachtigs bestaan kon. Omdat de melodie mij telkens weer ontglipte, wilde ik hem telkens weer horen. Gelukkig wist hij zich uiteindelijk, nadat ik bij diezelfde vriend herhaaldelijk een 45-toeren plaatje had beluisterd met Pierre Palla aan het orgel, zo ferm in mijn geheugen te nestelen dat hij altijd op afroep beschikbaar bleek. Waardoor ik hem op straat kon nafluiten. Mijn liefde voor de klassieke muziek vindt daar zijn oorsprong. Ik vond (en vindt) die melodie zo prachtig dat dat een toetssteen werd. Al wat ik later hoorde werd eraan afgemeten.. Zodoende ging in de jaren zestig de treurnis van de Beatles en Elvis Presley en de Rolling Stones volledig aan mij voorbij. Bachs koraalbewerking was immers oneindig veel mooier. Ook voor zoiets vreselijks als jazzmuziek ben ik dankzij Bach nooit gevallen. Ik hoefde, als ik op straat liep en er zo'n druilerig motregentje viel, die triolenketen maar zachtjes te fluiten en ik wist het weer: dit is het, hier gaat het om, dit is het allermooiste wat er bestaat."

 

Wie moeten wij op cd beluisteren? Eigenlijk moeten we ze allemaal horen (en het zijn er nogal wat) maar in ieder geval Harnoncourt. Van alle uitvoeringen die ik hiervan bezit is het misschien wel de mooiste. Licht gespeeld, een mooi tempo, geen sentimenteel gedoe. Een prachtige hoboe di caccia. Verder tel ik nog 11 uitvoeringen in mijn eigen collectie maar de ‘Bach Cantata Web-site’ vermeldt er minstens 30. De Rilling-versie is precies zoals je van hem zou verwachten. Hij is er ook in een versie door The Bach Ensemble (op authentieke instrumenten en met een solistenkwartet i.p.v. een koor) en in een versie door het Munchener Bach-Chor/ Orchester. Er is een alternatieve versie o.l.v. Geraint Jones. De versie van the Academy of Saint Martin in the Fields uit hun glorietijd begin 70-er jaren. Natuurlijk hebben veel grote solisten de cantate gezongen zoals daar zijn Elly Ameling en wat die opname vooral prachtig maakt is het zeer eigen geluid van het Kings College Choir uit Cambridge. En natuurlijk ook één o.l.v. John Eliot Gardiner. De tenor klinkt bij hem licht, vlot en toch vol drama. Een versie o.l.v. Fritz Werner is dan juist heerlijk ouderwets langzaam en die heeft een feestelijke  trompetbegeleiding in 'Jesus bleibet...' die we niet bij iedereen horen. Buitengewoon mooi en ietwat sentimenteel. Werner heeft hem zelfs 2 x opgenomen want op de passionen-cd komt hij ook nog voor in een live-versie.

 

Wonderlijk toch dat ik deze ‘cantate aller cantates’ nooit maar dan ook nooit live hoor. Nooit, tot eindelijk met kerst 2006 John Eliot Gardiner met zijn gevolg verschijnt in het Concertgebouw. En ook 140 en 70 en 61 weerklinken nu, het kan niet op. Jawel, het is mooi. En William Towers is ziek en wordt vervangen door countertenor Robin Blaze. Ook dat is mooi.

 

Wie wil weten tot welke bizarre resultaten deze muziek kan leiden moet even doorklikken naar deze pagina.

 

Maar wie iets moois wil horen die luistert naar deze pianobewerking. Pas daarna kunnen eventueel verder gaan naar de volgende cantate, dat is BWV 186.

 

 


 



 

Melos - Het melos duidt de opvolging van toonhoogten aan welke in een melodie plaatshebben, los van de ritmische structuur. Men kan ook zeggen; het melos geeft weer hoe de richting van een melodie omhoog of omlaag tendeert. De muziektheoreticus Bruno Nettl beschrijft diverse typen van melos ofwel 'contouren', zoals:

  • Stijgend melos
  • Dalend melos
  • Golvend melos: evenveel beweging omhoog als omlaag
  • Slingerend melos: extreme golfbeweging over grote intervallen
  • Plateau- of terras- of trapsgewijs melos: een aantal stijgende of dalende motieven waarbij elke set ofwel op dezelfde ofwel op een hogere of lagere toonhoogte begint dan waar de vorige eindigde
  • Boogvormig melos: een aanvankelijke stijging gevolgd door een daling, of omgekeerd