ook voor de negende zondag voor Pasen (Septuagesimae)

bwv 84 ich bin vergnügt mit meinem Glücke

bwv 92 ich hab in Gottes Herz und Sinn



Het is zondagmorgen, het is 4 februari 2007 en het is mistig, zoals voorspeld. Het is heerlijk in bed, er is twijfel of ik door zal slapen. Het idee dat ik toch weer eens iets bijzonders moet doen, niet altijd in Amsterdam moet zijn, niet elke week Buitenhof moet zien, dat idee wint, om 8.33 uur wint dat idee. "Gehe hin". Arnhem is het reisdoel, om precies te zijn de Evangelisch Lutherse kerk aan de Spoorwegstraat en de trein uit Amsterdam vertrekt om 8.22 uur. Is het deze reis waard? De cantate duurt precies een kwartier. Er aan vooraf gaat een kerkdienst met veel leken, veel kaarsen en veel kinderen. Kinderen zijn, dat zien we vaker, een prachtige manier om een informele sfeer te scheppen in een kerkdienst. Wij, gemeenteleden gezeten in de harde kerkbanken openen ons hart. “Witte zwanen, zwarte zwanen, wie mag er mee naar Engeland varen?” De dominee doet het voor bij de avondmaalstafel. Het ‘kind van dienst’ mag de kaarsen aansteken. Zullen we nu met de cantate beginnen?

Wij krijgen een schriftelijke toelichting bij cantate BWV 144. En zo weten we dat op 6 februari 1724, Bach's eerste jaar in Leipzig, de eerste uitvoering plaatsvindt van deze cantate. Uitgangspunt voor de cantate is de Lutherse evangelielezing van Septuagesima: de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard. De inhoud van de cantate (wees tevreden met je lot) is samengevat in de titel 'Neem dan aan wat je toekomt en ga'. We hebben hier met een gewone, kleine orkestbezetting te maken. In het openingskoor heeft het orkest geen eigen functie, maar speelt 'colla parte' met het koor mee. De muzikale vorm van dit eerste deel is een fuga. De tenoren beginnen met het thema. Opvallend is met name het 'gehe hin, gehe hin' waarin het weggaan door snellere notenwaarden in een stijgende melodie uitgebeeld wordt. De volgende alt-aria is een meer homofone compositie: bovenstem (viool en hobo, later door de alt overgenomen) met continuo en begeleidende akkoorden. Ook hier wordt de tekst uitgebeeld: 'murre nicht' wordt in een lage, en 'lieber Christ' in een hoge ligging gezongen. De begeleidende akkoorden laten het morren horen. Hoewel deze cantate niet bijzonder lang is, bevat ze twee koralen. De twee kerkliederen zijn allebei in vertalingen in het huidige liedboek van de kerk opgenomen: 'Wat God doet, dat is welgedaan' (gezang 432,1) en het slotkoraal 'Wat mijn God wil geschied' altijd' (gezang 403,1).

Nog wat meer educatie afkomstig uit de Arnhemse toelichting. 'Nimm, was dein ist, und gehe hin' staat in de toonsoort b-klein. Die toonsoort horen we vanochtend ook in de drie orgelcomposities die tijdens de dienst gespeeld worden. In de tijd van Bach hebben alle toonsoorten een bepaalde karakteristiek. Dit heeft te maken met de dan gebruikelijke stemmingen, waarin intervallen niet altijd even groot zijn. Zo is in b-klein het verschil van spanning (dominant: fis-groot) en ontspanning (tonika: b-klein) erg groot. Wie op deze februariochtend goed luistert kan dat in de orgelstukken terughoren: het grote orgel in deze kerk staat in een oude stemming. De schrijver, organist en componist Christian Friedrich Daniel Schubart schrijft in 1784/85 in zijn 'Ideen zu einer Ästhetik der Tonkunst' over de toonsoort b-klein (in het Duits: 'h-moll'):

'h-moll ist gleichsam der Ton der Geduld, der stillen Erwartungseines Schicksals, und der Ergebung in die göttliche Fügung. Darum ist seine Klage so sanft, ohne jemahls in beleidigendes Murren, oder Wimmern auszubrechen.'

D.w.z. b-klein is als het ware de toon van het geduld, van het stil afwachten van je lot en van de overgave aan de goddelijke beschikking. Daarom is de klacht zo zacht, zonder ooit in een beledigend morren of kermen uit te breken. En ik sluit me daar bij aan. Ik heb dit keer geen oordeel over de uitvoering of over de cantate. Wel zien wij bij het slotakkoord, in deze warme winter een vlinder door de kerk fladderen.

In het centrum van Arnhem is het koopzondag, er is sherry en er is erwtensoep en de trein naar Amsterdam staat gereed.

'Nimm, was dein ist, und gehe hin'

En ‘s avonds blijkt de Leonhardt uitvoering mooi, puntig uitgevoerd, murre nicht... En prachtig gezongen koralen van het jongenskoor versterkt met het Collegium Vocale uit Gent. Een mooie jongenssopraan. Ook bij Rilling mooie solisten. En de cantate duurt maar net 13 minuten.

 

 

 

 

 

 






luister hierna naar cantate 181 >>  de cantates de cantates de cantates