andere cantates voor de twaalfde zondag na Trinitatis

bwv 35 Geist und Seele wird verwirret

bwv 69 lobe den Herrn, meine Seele










Bach voor beginners? Bach voor beginners én gevorderden. Een mailtje:

 

Goedenavond!

Wij hadden thuis een LP die miljoenen malen gedraaid is en altijd weer boeide (al schijnt het tegenwoordig niet meer te deugen): BWV 137 en 147 door het Münchener Bach Chor en Orkest o.l.v. Karl Richter.

Ik heb die LP trouwens nog steeds in een zwaar beschadigde, beschimmelde hoes; de LP zelf is ook niet helemaal lekker meer.

Ik heb me wild gezocht naar deze uitgave op CD. Ik vond ooit gegevens over een CD-box met veel meer cantates van deze uitvoerenden, waaronder 137 en 147. Nooit ben ik erin geslaagd een verkoper te vinden.

Bij hernieuwde pogingen kwam ik uw web site tegen. Heeft u een idee waar ik zou kunnen slagen?

 

Het is inderdaad heel mooie, direct aansprekende muziek die we in deze cantate horen. Bach is in een goed humeur als hij dit schrijft, dat kan niet anders. Ik denk dat ik ook lang zou zoeken als wij deze LP thuis hadden gehad. En de Richter-versie is inderdaad schitterend.

 

Het is inderdaad een succesverhaal waar Bach in 1725 mee komt; ‘BWV 137 Lobe den Herren, den Machtigen König der Ehren’, gebaseerd op de vijf strofen van het overbekende koraal van Joachim Neander. De melodie is verwerkt in elk van de vijf delen, wat de cantate een bijna 'volksmuziek-achtig karakter’ geeft. Het is een koraalcantate maar niet gecomponeerd in het koraalcantatejaar maar in het jaar daarna, voor de 12e zondag na Trinitatis, 19 Aug 1725. Een cantate in C groot met een bezetting van drie trompetten en slagwerk en, nogal  ongebruikelijk, twee hobo's. En wat ook zeldzaam is, dit is zijn eerste cantate in meer dan twintig jaar die gecomponeerd is als een reeks koraalvariaties. Sinds ‘BWV 4 Christ lag in Todesbanden’ is dat niet meer gebeurd. Er zijn geen recitatieven, geen bijbelcitaten, er is niet niet het gebruikelijke poëtische commentaar. Maar wel staat daar tegenover; dit is één van de meest glorieuze van alle hymnen, bekend in alle kerken, in alle landen. Bij ons kennen we het als 'Lof zij de Heer, den Almachtige’, een muzikale delicatesse. 

 

De openingsfantasie, dirigent John Eliot Gardiner noemt het een ‘jazzy’ stuk, is doorspekt met syncopen en met een niet te stoppen ritmische vitaliteit. Het fugatische thema - vocaal heeft het een zeer lastige inzet - begint bij de alten en het moet met erg veel beleid gebracht worden om niet te ontaarden in wat Gardiner noemt ‘een kippenhok’. Minder gevaarlijk wordt het bij de tweede van de drie inzetten, daar waar de woorden ('meine geliebete Seele') om een meer lyrische benadering vragen. Bij het herhalen van de eerste zinnen is er het effect dat de sopranen die de cantus firmus krijgen, de andere stemmen meenemen in een ‘declamerende samenzang’.

 

'Kommet zuhauf, Psalter und Harfen, wacht auf!'

 

De feestelijke uitbundigheid van die compositie maakt dat deze hele cantate geschikt is om ook buiten de zondagse liturgie gehoord te worden. Misschien wel op de inauguratie van de nieuwe gemeenteraad van Leipzig, die is een paar dagen later. We weten het niet.

 

Uitbundigheid op een wat meer intieme schaal is er in de tweede strofe (een trio sonate) waar het koraal, nu lichtjes versierd, wordt toegewezen aan de alt; een solo over een swingende continuo partij in 9/8 maat met een obligate viool daarbij. De metafoor van het veilig rusten op 'arendsvleugelen' brengt Bach ertoe te kiezen voor levendige strijkers met patronen die elkaar steeds kruisen, maar de koraalmelodie zelf bepaalt de melodische vorm. 

 

Dat is ook zo in 3 waar twee hobo's klinken, die net als de sopraan en bas, meedoen in een canon. Het is hier als in een gemengd dubbelspel, elke speler in het koppel mag op zijn beurt 'serveren’: de bas eerst, dan de sopraan; hobo 1, vervolgens hobo 2. Het is een spel, het is heerlijke muziek, alles uitgevoerd in de volle zon, tot bij de regels 'Hoe vaak niet, als je in nood was, heeft de barmhartige God Zijn vleugels over je uitgespreid!' want op dat moment trekt er een wolk over deze muziek. De nood van de gelovige wordt voelbaar in een schurend dalende chromatiek, de beweging van God’s beschermende vleugels horen we in levendige ketens van dactylen. De laatste drie zinnen van de hymne worden daarna herhaald, zo herstelt de balans zich weer na deze expressieve, voor één keer wat donkere kant van de cantate. 

 

Een strijd om de harmonische suprematie speelt zich af in 4: het gaat tussen enerzijds de tenor met continuo die in A klein zitten en anderzijds de onopgesmukte koraalmelodie van de trompet in een glanzend C groot. Het tenor/continuo partnerschap veegt uiteindelijk de finale noten en de cadens van de trompet terzijde.

 

Maar toch behoort het laatste woord aan de trompetten in een onbetwiste overwinning in C groot: een majestueuze zevenstemmige harmonisatie van het koraal (5). Niemand komt tot zulke feestelijke dankliederen als Bach, althans, wanneer hij daartoe in de juiste stemming is. Hij weet exact de beste manier om de ceremoniële trompet voor te laten gaan aan de hulptroepen; koor en orkest. Ongebreidelde vreugde en majesteit, dat is het resultaat. De drie trompetten symboliseren hier niet alleen de drieëenheid van God maar staan ook voor zijn ondeelbare heerschappij over hemel en aarde. Het is prachtig.

 

 

Ikzelf omschrijf deze cantate (wellicht door de eenvoud) direkt al als een heel mooi werk. Vooral opvallend vind ik het openingskoor waar ergens vanuit het niets dat thema 'Lof zij de Heer' opstijgt. En ook opvallend vind ik de tenor-aria, heel wrang. Heel mooi! En blijkbaar is het ook die eenvoud van allemaal variaties op één zelfde thema wat aanspreekt.

 

Deze cantate bezit ik ook in een uitvoering door het Thomanerchor Leipzig. Peter Schreier is hier prachtig maar ik kan me qua orkest een mooiere uitvoering voorstellen. Rilling betitel ik eerst als de winnaar omdat het allemaal zo los, zo swingend klinkt. Maar later luisterend naar de Harnoncourt-versie klinkt alles juist daar weer uitgesproken nieuw en fris; wat mooi, emotioneel, speels klinkt dit in deze kleine bezetting. Maar mogelijk is de Gardiner-versie (beluister die hier) nog iets prettiger. Ach, zo gaat het steeds.

 

En de schrijver van het mailtje heb ik naar Fame Amsterdam verwezen want daar heb ik immers nog maar een paar weken terug die box met ‘75 Kantaten’ aangeschaft. Die ouderwetse ‘naaimachine-muziek van Richter’ maar prachtig. De volgende cantate is BWV 164.

 

Geraadpleegde bron: John Eliot Gardiner