cantates voor het feest van st. Michael

bwv 19 es erhub sich ein Streit

bwv 149 man singet mit Freuden vom Sieg

 

 

 

 

 

Jezus, wat een mooie cantate! Althans dat is wat ik noteer bij het beluisteren (voor de eerste keer) van de Harnoncourt/Leonhart uitgave. Mooi vind ik het, afwisselend, ruimtelijk opgenomen, en al dat slagwerk is ook wel eens prettig. Een mooie tenor aria, een mooi (en bekend) slotkoor. Zijn dit andere uitvoerenden als in de voorgaande? Jawel, dit is Concentus Musicus Wien en dit klinkt inderdaad veel ruimtelijker door de mooie opname. Dit valt des te meer op nu ik een keer een hele CD afspeel. 

In september 2002 hoor ik deze cantate 's morgens in de Westerkerk. Volgens het begeleidende boekje wordt in deze periode het feest van aartsengel Michael gevierd. Het bijbelgedeelte voor het Michaelsfeest is Openbaringen 12 vers 7-12 waarin verhaald wordt over de strijd van aartsengel Michael met zijn mede-engelen tegen de draak, de satan. Het orkest heeft voor deze gelegenheid een grote bezetting met maar liefst drie trompetten, pauken, drie hobo's, dwarsfluit, strijkers en continuo. De belangrijkste aria is die voor de bas met een zeer ongewone begeleiding van trompetten en pauken. Zij beelden in veeleisende partijen een turbulente strijd uit. De tekst van de cantate spreekt van dankbaarheid voor de schepping der engelen die de mensheid behoeden voor de satan. Wat een prachtig idee dat engelen niet per sé hemelbewoners hoeven te zijn, blijkbaar kunnen ze ook down under zijn temidden van ons mensen en ons bijstaan, gewoon hier op aarde. 

Bach schetst in het beginkoor een parade van engelen, ons naderend vanuit den hoge. Hemelse militaire manoeuvres zijn het die we hier horen, een enkele engel treedt ons dansend tegemoet. Nee, hier is nog geen sprake van strijd. Die is gereserveerd voor later, voor het centrale deel van de cantate, de bas aria met die nogal exceptionele bezetting. De strijd wordt daar niet gepresenteerd als een gebeurtenis uit het verleden, er is ook nu nog een voortdurend gevaar des alten Drachen, denn dieser brennt vor Neid und dichtet stets auf neues Leid, dass er das kleine Häuflein trenne’. Hoewel de stalen glans van Michael’s zwaard veelvuldig oplicht (achtentachtig zestienden voor de eerste trompet - en dat  twee maal) wordt het toch geen episode uit een Blitzkrieg. Bach is er eerder op uit om twee supermachten te verbeelden  die recht tegenover elkaar staan. De één  waakzaam en verdedigend om ‘das kleine Hauflein’ bij te staan tegen de aanval (hoor dat pulserend dreigen van de drie trompetten in gebonden achtsten), de andere scherpzinnig en bedrieglijk (pauken en continuo kiezen blijkbaar de kant van de draak). 

De zekere bescherming die God de gelovigen door middel van zijn beschermengelen biedt wordt verbeeld in een kalmerend duet voor sopraan en tenor. Hier en daar is er een referentie aan successen uit het verleden - Daniel in de leeuwenkuil, drie mannen in een brandende oven. We kennen onze klassieken.

De dankbaarheid voor de bijstand door engelen geboden wordt dan verbeeld in een gavotte, het is een aria voor de tenor en (ook nu weer) een virtuoze fluit die wellicht het heen vlieden der engelen illustreert, een transport hemelwaarts zoals in Eliah’s wagen (‘Go like Elijah’). Menselijke en engelachtige lofprijzingen zijn tenslotte hoorbaar in een finale koraalzang, Gods uitverkorenen worden gedragen door hemelse trompetten.

 

Mooi, daar in de Westerkerk. Thuis haalt Rilling het niet bij Harnoncourt. Wat daar wel opvalt zijn de timpani bij de bas aria, de zang van de tenor is ook mooi. Maar verder..... ach elke opname heeft zoals gebruikelijk wel iets moois, bij Gardiner is het koor weer fabuleus! Maar die kinderen bij Harnoncourt , die stelen de show.




Een deel van de tekst is ontleend aan een dagboek van John Eliot Gardiner, 2006. 









 

                                                         

            en hierna volgt dan cantate BWV 114 >>