andere cantates voor hemelvaartsdag  bwv 43 Gott fähret auf mit Jauchzen

bwv 37 wer da gläubet und getauft wird

 bwv 11 lobet Gott in seinen Reichen


Deze cantate voor de Hemelvaartsdag is er weer een uit de serie die Christiane Mariane von Ziegler voor Bach schrijft. Ze presenteert hier een welhaast apocalytisch visioen wat dan natuurlijk vraagt om een dramatische instrumentatie. Bach antwoordt met hoorns die het ten hemel opstijgen verbeelden, een trompet die de wederkomst van Christus bij het Jongste Gericht begeleid, een oboe d’amore om het mysterie van de Goddelijke wijsheid te illustreren.

 

Hoewel de opzet van die cantates van von Ziegler erg afwijkend is van wat Bach eerder dat jaar heeft gemaakt rekent hij ze zelf wel tot zijn cantatejaargang. Blijkbaar vind hij het belangrijk om een complete jaargang af te leveren want hij zal later nog vele lacunes gaan opvullen. Maar het type wat hem voor ogen stond en wat hij tot nu toe gevolgd heeft keert niet meer terug. Zo zijn er in cantate 128 geen herdichtingen te vinden van de binnenverzen van het koraal, er is een afwijkend slotkoraal. Maar de structuur van het feestelijke openingskoor is als gebruikelijk: het orkest speelt een doorgaande concertante partij, de zeven regels van het koraal weeft Bach door dit geheel heen. In dit deel zijn vrijwel alle opgaande motiefjes gebaseerd op die eerste vijf noten van de koraalmelodie (g,a,b,c,d), een gebaar van voortdurend hemelwaarts wijzen. We horen het steeds opnieuw weer  terugkomen, eerst in het instrumentale thema, dan in de fuga, vervolgens in de lage stemmen. 

 

Na het tenor recitatief volgen, zeer ongewoon is dat, opeenvolgend twee aria's. Het effect daarvan is dat het grote contrast tussen de beide aria’s nu veel meer opvalt. Wel heeft Bach halverwege de bas aria (3) bij wijze van recitatief een regel ingebouwd waarin de keerzijde van Hemelvaart wordt belicht; Christus verlaat ons. Maar natuurlijk moet het hier toch vooral heroïsch zijn, heroïsch, feestelijk en hemels 

 

Mein Jesus sitzt zur Rechten!

 

en voor die uitgelaten vreugde is dan een virtuose trompet het aangewezen vehikel. Tot Hij van ons weggenomen wordt,  dan verstommen viool en trompet geheel.

 

Mein Mund verstummt und schweigt

 

Het contrast met het hierna volgende duet is inderdaad groot. Er is berusting, er is tevredenheid. We zien Christus in zijn hooggeplaatste zetel aan God’s rechterhand. Een wiegend 6/8-ritme, de oboe d’amore (ook wel liefdeshobo genoemd), de beide solisten (alt/tenor), tesamen met het continuo vormen ze een ingetogen kwartet.

 

In het slotkoraal geven twee zelfstandige hoornpartijen een feestelijk tintje aan het eenvoudige vierstemmige koraal, de andere instrumentalisten spelen colla parte mee.

 

 

De Rilling versie van deze cantate is - hoewel niet vernieuwend of bijzonder - gewoon mooi. Bij Leonhardt blijft niets over van de hemelse schilderingen door de werkelijk buitengewoon valse trompetten. Het duet maakt hier nog wel iets goed. John Eliot Gardiner is met name in het openingskoor werkelijk schitterend. Jammer is dat ook hier iets te oude koper dat door hem wordt ingezet, zoiets kan ook bij hem niet goed gaan.




verder met bwv 183 sie werden euch in den Bann tun >>