meer cantates voor de zevende zondag voor Pasen (Quinquagesima)

bwv 22 Jesus nahm zu sich die Zwölfe

bwv 23 du wahrer Gott und Davids Sohn

bwv 159 sehet, wir gehn hinauf gen Jerusalem


Bach componeert de muziek voor deze cantate op tekst van een ruim 150 jaar oud kerklied van Paul Eber. In het openingskoor en het slotkoraal gebruikt Bach de letterlijke tekst, de overige strofen komen in bewerkte vorm terug in de cantate. De gedachte die we vaker lezen in gedichten uit de barok, vinden we ook terug in deze cantatetekst: we vragen Jezus als redder op te treden als de dood aan de deur klopt, het voor ons op te nemen voor het hemels gerecht.


Het evangelie voor deze dag verhaalt over Jezus' genezing van een blinde man terwijl hij op weg is naar Jerusalem. Het is bijna Pasen. De opening, een sinfonia met koor, verwijst hiernaar. In dit koor horen we de koraalmelodie in lange notenwaarden gezongen door de sopranen, in sommige uitvoeringen ondersteund door de trompet. De overige drie koorstemmen hebben een begeleidende rol bij deze in stukken gedeelde hoofdmelodie. In de orkestbegeleiding horen we een presentatie van het Lutherse Agnus Dei en, voor het geval dit nog niet genoeg zou zijn kunnen we in het basso continuo verschillende referenties horen aan het lijdenskoraal ‘Herzlich tut mich verlangen’. En toch, er is niets bombastisch aan deze compositie, niets wat verwarrend is, of academisch. Het verwijst in deze muzikale presentatie naar het dualisme tussen God en de mensen, de relatie tussen de individuele gelovige en het kruis, het lijden van Christus.


Deel 2 is een simpel recitatief voor tenor, waarin het vertellende aspect voorop staat. Per woord of lettergreep wordt een noot gebruikt om zo dicht mogelijk bij de spreektaal te blijven. Behalve bij het woord 'Ruhe', daar maakt Bach gebruik van een kleine toonschildering door meerdere noten te gebruiken.


De sopraan aria (3) zit vol met muzikale symbolen die - vooral in de uitvoering van Richter - heel levendig verbeeld worden. Het continuo geeft met getokkelde noten een kale ondergrond, de hobo zingt tegen de achtergrond van steeds voortdurende begeleidingsfiguren van de twee blokfluiten. Bij het woord 'Sterbeglocken' horen we de doodsklok in de pizzicati van de strijkers. Mocht er toch iemand ingedommeld zijn bij deze heerlijke aria dan is daar juist op tijd de trompet, door Bach ingezet om een verbeelding te geven van het laatste oordeel in de vorm van een recitatief en aria voor de bas (4). De trompet staat voor de trombones van de dag des oordeels. Met korte, repeterende noten raast het geweld over ons heen. Opvallend in de opbouw van dit deel is de overgang van het recitatief naar de aria. Dat muzikale contrast is te herleiden tot de tekst: de vernietiging van hemel en aarde staan hier tegenover de zekerheid van de gelovige.


Inmiddels is over dit alles, vanuit theologisch oogpunt maar ook artistiek, veel te zeggen. Wat we hier horen is complex, het is verfijnd, het is innovatief. Het gaat ook in tegen de principes van Bach’s tweede Leipziger cyclus. Er zijn immers nogal wat beperkingen die hij zichzelf heeft opgelegd. Het uniforme karakter van zijn libretti, de verplichting om wekelijks nieuw werk te brengen, de standaardisatie van de cantatevorm veroorzaakt door de populariteit van het Neumeister-type (chorus-recitatief-aria-chorus), het volkomen gebrek aan fantasie bij zijn librettisten. Ach, het was eigenlijk al eerder merkbaar maar hier zien we het pas goed, Bach probeert er uit los te breken. Hier bij dit recitatief, deze aria voor de bas laat hij zijn ambities zien. Maar het echte experiment, dat laat nog even op zich wachten.


Gardiner geeft natuurlijk spektakel, de uitvoering van Richter is mooi maar die van Leonhardt ook, zij het heel simpel, zonder enige opsmuk door het authentieke instrumentarium. Maar bij hem komt juist dat laatste oordeel daardoor veel harder aan. Qua klank en opnametechniek is die van Rilling de top maar ik kies toch voor het aandoenlijke van zo'n authentieke uitvoering. Paul Witteman noemt de sopraan aria één van de mooiste door Bach gecomponeerd en hij heeft gelijk.






en hierna, jawel, komen we dan toch eindelijk terecht bij cantate BWV 1 >