andere cantate voor driekoningen

bwv 65 sie werden aus Saba alle kommen



De eerste uitvoering van deze cantate is op 6 januari 1725. In het Erato-boekje noemt Maarten 't Hart dit werk een 'Pinkstercantate' maar volgens andere, meer recente bronnen is dit een cantate voor ‘Festo Epiphanias’ ofwel in goed Nederlands ‘Driekoningen’. Eigenlijk refereert de tekst nauwelijks aan deze feestdag dus wij gaan luisteren wanneer het ons schikt.

 Festo Epiphanias herinnert niet alleen aan de manifestatie van Christus aan de drie koningen maar ook aan zijn latere verschijning op de bruiloft te Kana waar hij water in wijn veranderd. Epiphaneia is grieks voor ‘verschijning’ en in de eerste strofe van de tekst, gezongen door het koor wordt vooruitgelopen op dit verschijnen; ‘Liebster Immanuel, Herzog der Frommen, du meiner Seelen Heil, komm nur bald’. Dit openingskoor wordt volledig gedomineerd door het orkest, het koor begint pas na een instrumentale introductie van niet minder dan 20 maten. Gratieuze klanken horen we in een 9/8 maat, een reminiscentie aan dansen zoals die ooit klonken aan het hof, een paarsgewijs aantreden van fluiten, hobo’s en violen, alternerend gepresenteerd. Daarna is het koorgedeelte eigenlijk heel simpel en homofoon, een sterk contrast met de instrumentale partijen. Maar het is wel zo’n pre-romantische ‘love-song’ die lang in het hoofd blijft rondzweven. Daarna wordt de instrumentale introductie weer herhaald.

Er volgen twee recitatief - aria paren, waarna het werk eindigd in een mild wiegend koraal in 3/2 maat. 

Van grote schoonheid is de langzame, ietwat chromatische tenor-aria (3) in fis klein waar de tenor zich verenigd met de twee oboe d’amore partijen in een expressief trio. Het gaat hier over de ‘harte Kreuzereise’ naar Golgotha, waarbij Bach vrijwel instinctief in zijn muziek een zware tred en een welhaast ondraaglijk pathos inbouwt. Ten onrechte want zij ontkrachten de woorden ‘schreckt mich nicht’ volledig. Soms lijkt hij in zijn muziek slechts woorden te verklanken zonder aandacht voor wat er eigenlijk gezegd wordt. Er volgen vier maten in een sneller tempo bij de woorden ‘wenn die Ungewitter toben’ om weer snel terug te keren bij een lento als Jezus ons vanuit de hoge zijn ‘Heil und Licht zendt. 

De tweede aria (voor de bas) is wellicht de eenzaamste aria die Bach ooit schreef Lass, o Welt, mich aus Verachtung’(5). Uiterst fragiele vocale lijnen zijn het, uiterst somber in hun volstrekte isolement. Ze worden enigszins gecompenseerd door de fluit die als een troostende beschermengel inspiratie kan bieden.

En wat zeggen de kenners over deze cantate?

"Die Epiphaniaskantate, 'Liebster Immanuel' gehört zu den herrlichsten Werken Bachscher Musik. Ihr erster Chor erinnert sehr an den aus der kantate 104"

zegt Albert Schweitzer. Maarten meldt dat het fraaie openingskoor helemaal niet lijkt op dat van BWV 104. Dus Schweitzer zegt maar wat? Zelf weet ik eigenlijk niet zo goed wat te melden over deze cantate.

 

 

Bronnen: Maarten 't Hart/John Eliot Gardiner

 

 



 


de cantates de cantates de cantates de cantates >>verder met cantate 124