andere cantates, ook voor de eerste zondag na Kerstmis

  bwv 28 Gottlob! nun geht das Jahr zu Ende

bwv 152 tritt auf die Glaubensbahn

 

Deze cantate is in 1724 geschreven voor de eerste zondag na Kerstmis. Het gelijknamige lied dateert al van het einde van de zestiende eeuw en is hier door een onbekende librettist bewerkt. Troost en vertrouwen in de toekomst, daarover gaat het in deze cantate. Ze wordt gekarakteriseerd door een ongewoon sterke blazerssectie met drie blokfluiten, drie hobo’s. Mogelijk dienen zij als verbeelding van de herders die de pasgeboren Jezus komen aanschouwen, tegelijkertijd is het een verwijzing naar een hemels engelenkoor. Op deze manier horen we hier de voortzetting van een oude traditie; op deze zondag worden kerst (reeds gepasseerd) en nieuwjaar (volgende week) samengebracht in één viering. 

 

De delen 1, 4 en 6 zijn gebaseerd op de gelijknamige hymne (van Cyriacus Schneegass, 1597), gezongen op de eigen melodie. De andere delen bevatten vrijelijk herschreven versies van de tekst. Men zou voor deze zondag een opgewekt werk verwachten, zeker waar de tekst spreekt over 

 

Das neugeborne Kindelein

Das herzeliebe Jesulein

Bringt abermal ein neuwes Jahr

Der auserwählten Christenschar.

 

Dan is het toch enigszins een verrassing om het koraal te horen in die vreemd, gedempte tonen van het openingskoor. Mooie muziek, maar misschien wat misplaatst? Het wordt wellicht wat duidelijker als we daarna de bas-aria horen

 

O Menschen, die ihr täglich sündigt

 

Sorry mensen, met kerst hebben jullie ongetwijfeld een goede tijd gehad, tijd nu voor de morele kater; met het ‘heil’ volgt tegelijkertijd de ‘verdoemenis!’ De aria is nogal lang, met een summiere begeleiding en veel chromatiek. Voor zo’n somber getoonzette aria hebben we een werkelijk ‘Mephistoles-achtige’ zanger nodig om te voorkomen dat het saai wordt. De stemming in deze cantate wijzigt niet eerder dan in het eerste recitatief (nr. 3) waar de blokfluiten mogelijk een engelenkoor verbeelden, door de sopraan in extase aangekondigd. 

 

erfüllen nun die Luft

 

Bach’s doel is duidelijk: aantonen dat die zozeer botsende koninkrijken van mens en engelen kunnen, nee, zullen worden verzoend. We horen de koraalmelodie dan ook niet alleen in dit recitatief (gespeeld door de blokfluiten) maar ook in het terzetto wat hierop volgt (nr. 4) waar het wordt gezongen door de alt, die aldus het duet van sopraan en tenor vergezeld. Sommige dirigenten kiezen er voor om hier de alten uit het koor te laten aantreden. Dat maakt het wel een enigszins aantrekkelijk stuk, zonder echt heel opmerkelijk te worden. Vervolgens keert het koraal ook weer terug in het slotkoor, een simpele vier-stemmig zetting is dat, bijna een danslied.

 

 

Er zijn niet uitvoeringen van cantate 122 en ook niet zo veel recensies. Simon Crouch schrijft er wel wat over (rating 2 is zijn oordeel, niet zo hoog dus). Zelf beschouw ik dit werk in eerste instantie als tamelijk gemiddeld, enigszins slaapverwekkend is het wel. Althans bij het luisteren naar Concentus Musicus. En ach, bij Rilling en (natuurlijk) bij Gardiner valt het dan wel weer mee. Maar we gaan gewoon even verder volgens de chronologie, naar cantate BWV 41.






Mystic Nativity door Botticelli