Het Thomanerchor is een jongenskoor in Leipzig, Duitsland. Het koor dateert van 1212. Tegenwoordig bestaat het koor uit 92 jongens die 9 tot 18 jaar oud zijn. De leden, die ‘’Thomaner’’, genoemd worden, wonen in een kostschool, het Thomasalumnat, en zitten op de Thomasschule, een gymnasium waar ze een talenpakket aangeboden krijgen met de nadruk op muzikale vorming. De jongste leden bezoeken een basisschool. Van 1723 tot 1750 dirigeerde Johann Sebastian Bach dit koor. De titel van de dirigent is Thomascantor. Het koor is verbonden aan de Thomaskirche.


(Wikipedia)




Naast zijn activiteiten als docent aan de st. Thomas School heeft Bach de verplichting om niet minder dan vier kerken in Leipzig van muziek te voorzien. In een petitie, in 1730, verzoekt hij het stadsbestuur om voor een passend aantal muzikanten te zorgen, vocalisten en instrumentalisten. Zestien personen voor het koor en achtien voor het orkest lijken hem, volgens datzelfde document, een nastrevenswaardig aantal. Een aantal wat verviervoudigd moet worden - op zijn minst wat betreft de zangers - als we rekenen met zijn verantwoordelijkheid voor die vier kerken. Op dat moment telt de st. Thomas School vijfenvijftig leerlingen, en zeker niet allen kunnen we kwalificeren als begaafde musici, zoals Bach verder nog opmerkt. Hij verwijst er zeventien “naar de schroothoop, wegens gebrek aan verstand, muzikaal gevoel en nauwelijks in staat om, indien nodig, zelfs maar een koraal te zingen”.

 

Zo bezien blijft het verbazingwekkend wat Bach met dit soort beperkingen toch nog tot stand weet te brengen. Hoe dan ook, hij kan wél gebruik maken van deze gehele groep wanneer er slechts één kerk is die muziek nodig heeft. Aan die omstandigheid danken wij het bestaan van werken voor twee koren zoals de Matthäus passion (uit 1727). En zo kan het stadsbestuur zich ook verheugen in een dergelijk overvloedig ensemble als de stad de z.g. ‘Ratswahl’ viert in de kerk van st. Nikolai. Deze plechtigheid vind jaarlijks eind Augustus plaats. Het gaande stadsbestuur wordt bedankt, er is een prediking gevolgd door een cantate, de nieuwe autoriteiten worden verwelkomd en God’s zegen wordt gevraagd.

 

En zo is cantate 119 geschreven voor het nieuwe stadsbestuur in het jaar 1723, Bach's eerste jaar in Leipzig. En het is gebruikelijk, al sinds de zestiende eeuw dat zo'n cantate bedoeld voor wereldlijke of semi-wereldlijke gelegenheden zwaar leunt op de Psalmen. Eveneens in overeenstemming met de traditie is een rijk bezette orchestratie (vier trompetten, timpani, twee fluiten, drie hobo's, strijkers) zodat elke twijfel kan worden weggenomen dat de vandaag gevierde autoriteit dan ook werkelijk, zoals de tekst vermeldt 'beeld van God' is. 

 

Het is duidelijk dat Bach zich voor deze - niet kerkelijke - cantate heeft laten inspireren door de Franse hofmuziek. Hoewel hijzelf nooit naar Frankrijk is afgereisd is Bach in de afgelopen 6 jaar aan ‘t hof in Köthen sterk beinvloed door de Franse cultuur. Alle Duitse vorstenhoven waren immers sterk Frans georiënteerd. Er werd vaak Frans gesproken, het Franse theater en ballet waren bekend en geliefd, de tuin van het hof waar Bach werkte was in Franse stijl, symmetrisch en rechtlijnig aangelegd en Franse instrumentale muziek, de taalvrije cultuuruiting die het gemakkelijkst grenzen overschrijdt stond er in hoog aanzien. Menige Duitse hofkapel werd in de 18e eeuw gereorganiseerd naar Frans model. Lully (1632-1687), vanaf 1661 muziekchef aan het hof van Lodewijk XIV in Versailles geldt als vader van de ‘Franse stijl' die door zijn opvolgers en leerlingen over heel Europa werd verspreid. Veel zal hij hebben opgestoken in zijn intensieve kontakten met de leden van de Dresdense Hofkapel waar Franse musici (als Volumier, viool, en Buffardin, fluit) leidinggevende posities hadden.

 

En zo horen we hier een openingskoor wat is ingebed in een onmiskenbaar Franse ouverture. Maar zowel de tenor-aria als ook het recitatief met z'n dansende ritme's en vreugdevolle blaasinstrumenten; het grijpt alles terug naar de muziekstijlen aan het hof van de absolute monarch. En het overweldigende koraalwerk 'Der Herr hat Guts an uns getan' waarin het fugadeel de hymne 'Nun danket alle Gott' in herinnering roept wordt ook geïntroduceerd door een uitgesproken martiaal ritornello. Tot aan dit punt wordt in Leipzig iets gevierd alsof het een miniatuur Versaille betreft. Hierna, zowel in het strenge recitatief als in de strikte, vierdelige zetting van het slotkoraal wordt dan toch het 'arm Gebet' van de congregatie hoorbaar; de spirituele authoriteit heeft, boven de wereldse macht, alsnog het laatste woord.





                



Zaterdag 19 mei 2012. Hoe is het heden ten dage gesteld met het talent op de muziekopleidingen? Hopelijk beter dan op het st. Thomas in 1723 (schroot!). We zullen het snel weten want het Conservatorium van Amsterdam biedt ons op deze zaterdagmiddag gratis en voor niets een concert met cantates van Bach. Met daarbij ook BWV 119. De solisten zingen mee in het koor en komen één voor één, achterlangs, met een wijd omtrekkende beweging naar voren. Het geeft soms wat oponthoud maar het maakt het ook enigszins aandoenlijk. Maar hoe waarderen wij het gebodene?


“Zing nooit een woord wat je niet begrijpt” 


Dat was het motto van de legendarisch Duitse bariton Dietrich Fischer-Dieskau, althans dat schrijft dagblad Trouw vandaag in een necrologie van de gisteren overleden zanger. De scandinavische tenor (in opleiding) die vanmiddag voor ons mag optreden heeft dat nog niet kunnen lezen. Hij begrijpt overduidelijk geen woord van wat hij zingt. Wat we horen is slechts een voortbrengen van klanken. En toch stoort dat meer dan je misschien denkt. Ik vond die nadruk op de juiste uitspraak door allerlei dirigenten en muziekpedagogen altijd nogal overdreven, maar toch, het leidt ontzettend af als er bij de zanger een totaal onbegrip heerst. Toch is het een mooi concert, een mooie cantate is het en het verdient meer publiek dan hier vanmiddag bijeen is in de Bernard Haitink Zaal. Misschien morgen iets meer publiek als ze ditzelfde in de Lutherse Kerk nog eens mogen doen? Bijzonder en nog niet eerder gehoord: het orkest, met name de strijkerssectie zingt het slotkoraal mee. Helemaal niet zo gek, gezellig.

 



Bronnen; Wikipedia, Ludwig Finscher











'Wohl dir, du Volk der Linden', aldus worden in de tenor-aria de inwoners van de stad toegesproken. De naam Leipzig is afkomstig van het Sorbische Lipsk, wat lindenoord betekent. De Sorben spreken ook vandaag nog van Lipsk, en niet van Leipzig. Ook veel Polen en Tsjechen gebruiken deze naam nog.


Wie het pad der chronologie wil volgen gaat verder met de cantate 'Warum betrübst du dich mein Herz' BWV 138.