BWV 118 is in vele opzichten een uitzonderlijk muziekstuk. Het bestaat slechts uit één deel, een koraalfantasie, maar het wordt desondanks door de negentiende eeuwse Bach Gesellschaft gerangschikt onder de cantates; het zou ‘t restant van een koraalcantate kunnen zijn maar daartegen spreekt dat van dit stuk twee versies bestaan, beide in Bach's handschrift. Bach zelf schreef er ‘motetto' boven maar dat deed hij ook wel bij vroegere cantates en de zelfstandige instrumentale partijen van BWV 118 passen niet bij wat wij onder een motet verstaan. Wel heeft het evenals Bachs motetten het karakter van begrafenismuziek.

Het gevolg is dat BWV 118 niet voorkomt in de integrale cantate-opnames van Harnoncourt, Rilling en Leusink. Gardiner neemt hem wel op in de serie die hij voor Archiv opneemt.

Hierna verder met cantate 197 Gott ist unsre Zuversicht.