Monogram Johann Sebastian Bach







ook voor de tweeëntwintigste zondag na Trinitatis

bwv 89 was soll ich aus dir machen, Ephraim

bwv 55 ich armer Mensch, ich Sündenknecht



Een cantate uit de grote groep van koraalcantates met alle daarbij behorende kenmerken, met als basis de niet zo bekende hymne 'Straff mich nicht in deinem Zorn'. Bij een koraalcantate zijn de woorden en de melodie van het eerste en het laatste couplet behouden gebleven. De middelste strofes zijn geparafraseerd en wel in de stijl van het madrigaal. Weten wij nog wat het madrigaal is? In feite is het de tegenpool van het geestelijke motet. Uitgangspunt bij het madrigaal is een profane tekst die voor meerdere stemmen wordt getoonzet. Vanaf het tweede kwart van de zestiende eeuw groeit het genre uit tot een ware speeltuin waarin componisten op allerlei manieren proberen een bestaande tekst te illustreren in de muziek (met z.g. madrigalismen). Bach gebruikt nu deze wereldse muzikale vorm voor zijn kerkcantates en doet hiermee wat hij eigenlijk altijd al doet nl. gebruik maken van alles wat hem - ongeacht de herkomst - ten dienste staat. En wat betreft de tekst; ook hier wordt zeer vrij mee omgesprongen. Bach gebruikt slechts gedeelten van de oorspronkelijke tekst en brengt ze in een zeer vrije zetting over naar deze cantate. Alleen het eerste en laatste couplet neemt hij ongewijzigd over.

 

De koraalfantasie (1) is in vergelijking met de beide aria’s nog levendig; een cantus firmus van de sopranen verheft zich hoog boven het gewoel van alle andere stemmen en instrumenten. De aria voor de alt (2) op een siciliano ritme is ondanks alarmerende teksten en opoepen tot waakzaamheid in feite een slaaplied wat maar heel kort (bij ‘ewige Tod’) in een allegro overgaat. En ook de tweede aria voor de sopraan (4) is langzaam, molto adagio maar liefst. Dit is het deel van de cantate wat bij mijn zegslieden (de deskundigen) tot de meest euforische reacties leidt die ik eerlijk gezegd niet zonder meer kan invoelen. Want wat zeggen de deskundigen? Parry:

 

"Mache dich, mein Geist bereit' is especially notable for one of the most exquisite solos in all the cantates, the soprano aria 'Bete, bitte!"

 

Vestdijk zegt over dit stuk:

 

"Subtiele tweestemmigheid, waarbij telkens in sequenzen noneakkoorden van verschillende soort ontstaan, buitengewoon mooi".

 

Maarten:

 

"Dit is nu één van die stukken die maken dat je je leven lang voor Bach op je knieën ligt".

 

Toe maar! Op onze knieën! Ach, voor mij is deze hele cantate is er zo één waarbij ik heel lang blijf twijfelen. Doet het iets? Nee dus, en ook de versies van Richter, van Gardiner zelfs kunnen hier niets aan veranderen. Het is in mineur en het blijft in mineur. Later koop ik de cantate nog een keer in een versie door Het Ensemble Baroque de Limoges o.l.v. Christophe Coin. Maar ondanks de sterrenbezetting (Christoph Prégardien en een nog jonge en onbekende Andreas Scholl) wordt het luisterplezier voor mij ook nu niet verhoogd. Bij Rilling is daar Arleen Augér die aantreedt in de sopraan-aria en ja, dat is natuurlijk een prachtige stem. 

 

Wie trouwens wil reageren, wees welkom via een mailbericht aan mij. Deel uw mening! Ligt U op uw knieën voor BWV 115?

 



 

 




de volgende cantate is BWV 139 >>  de cantates de cantates de cantates de cant