meer cantates voor deze zondag

bwv 47 wer sich selbst erhöhet, der soll erniedriget werden

bwv 148 bringet dem Herrn Ehre seines Namens

 

 

Opnieuw een koraalcantate. Ik citeer dit keer integraal Ludwig Finscher, hij schrijft een toelichting bij ‘Das Kantatenwerk, Sacred cantatas vol. 6’, de Harnoncourt/Leonhardt uitgave dus, uitgegeven op Teldec:

 

Drie strofen van het koraal (1, 3 en 6) zijn onveranderd gebleven zowel qua melodie als wat betreft de woorden. Wel zijn er steeds verschillende zettingen gebruikt. Maar in 2/3 en ook in 5/6, beide behandeld als recitatief/aria, wordt de oorspronkelijke tekst geparafraseerd en de melodie is vrij. Het resultaat is volmaakte symmetrie en de hoofdstructuur van het werk is opvallend consistent. Ziehier:

 

1. Uitgebreid arrangement van de hymne in G klein.

2. Tenor aria met obligate fluitpartij in D klein.

3. Bas recitatief in G klein gaat over in D klein.

4. Hymne door de sopraanpartij, continuobegeleiding in G klein.

5. Alt aria met hobo en strijkers in Bes.

6. Tenor recitatief in G klein.

7. Vierstemmige koraalzetting van de hymne in G klein.

 

Desondanks bevat dit rigide raamwerk een opvallende hoeveelheid rijke en gedifferentieerde detailleringen en tekstinterpretaties. In het openingskoor worden twee motieven uit de eerste regel van de hymne in een orkestraal ritornello verwerkt en terwijl de lage stemmen details van de tekst illustreren (troosten - kwellen - bekennen) weet Bach in dat samenvoegen die tegelijkertijd een differentiatie van beiden is een vorm van dialectische vervlechting te bereiken. In de tenor aria worden de vraag en het antwoord in de tekst extra benadrukt dankzij duidelijk contrasterende emoties, er zijn verschillen in toonsoort, metrum en tempi. Hoewel de alt aria in majeur is, is er een glimp van een mineurstemming die daar doorheen schemert en de chromatiek in de melodische lijnen verleent een bijna beangstigende intensiteit aan wat daar gezegd wordt. Zo wordt in de eerste regel de As op ‘Tod’ (de dood) feitelijk ontkend door de natuurlijke A die we vervolgens op ‘nicht’ horen. Niet minder sprekend is de triomfantelijke wending bij ‘die Freiheit mir erlange’ (ik wordt bevrijd) en de kille toonzetting in Bes klein en Es klein van de woorden ‘es muss ja so einmall gestorben sein’. En zelfs het slotkoraal, waar de melodie van de hymne wordt versterkt met een hoorn, net als in de opening, drukt de betekenis van de woorden dieper uit dan meestal het geval is. 

 

Goed verwoord door Ludwig Finsher? Misschien is hij toch ietsje teveel een technocraat, die Ludwig. Volgende keer ga ik Gardiner weer citeren. Die blijft, ook als hij technisch wordt, tegelijkertijd muziekliefhebber. 

 

Maar wat zou ik dan zeggen over BWV 114? Heb ik nog oude notities? Jawel. Mijn aanvankelijke commentaar luidt dat we erg lang moeten wachten en dat pas tegen het eind de zon een beetje doorbreekt. Tja, een vrolijke cantate is het nu eenmaal niet, zeker niet bij een kennismaking via Gustav Leonhardt. Het wachten is op John Eliot Gardiner, om precies te zijn is het wachten op tenor Mark Padmore. Had ik hem al eens aangeprezen? Bij deze dan. Als geheel noem ik deze versie een ’koude-rillingen-opname’. Ach, misschien had ik liever een andere alt gehoord maar toch is die alt-aria na dat streng gezongen koraal (4) werkelijk schitterend. Maar de romantiek die we bij Rilling horen is misschien nog veel mooier. En dan is er ook nog een uitvoering onder Suzuki, het koraal van de sopraan wordt bij hem gezongen door het koor, de daaropvolgende alt gaat veel te snel. Het geheel is strak, overgestileerd, nietszeggend. Laat ik hem maar aanbieden op MailMyDisc.nlLiefhebbers?

Op zondag 27 september 2015 begint een nieuwe serie cantates in de onvolprezen Westerkerk. Wat een wonderlijk toeval is dat; we horen dezelfde cantate die vorige week ook al klonk maar dat was in de auto van René de Vries. Het was nacht, we waren op de terugreis vanuit Beuningen. Maar de Kruidvat-alt die we toen hoorden haalt het niet bij Talitha van der Spek die nu in de kerk aantreedt. Mooi is het. Ik zit vooraan en ik zie het plezier bij de musici bij deze heerlijke noten.



 

 


hierna volgt cantate 96 >>  de cantates de cantates de cantates de cantates de ca