andere cantates voor de tweede zondag na Pasen (Misericordias Domini)

bwv 85 ich bin ein guter Hirt

bwv 104 du Hirte Israel, höre






De Heer is mijn Herder!

‘k heb al wat mij lust;

Hij zal mij geleiden

naar grazige weiden.

Hij voert mij al zachtkens

aan waatren der rust.


Het beeld van de herder met zijn schapen is niet alleen in Israel een vertrouwd beeld maar ook in een achttiende-eeuwse stedelijke gemeenschap als Leipzig. Men relateert het als vanzelfsprekend aan een relatie van vertrouwen en zorg zoals die er is tussen meester en dienaar. Alle cantates die Bach voor de tweede zondag na Pasen schrijft maken gebruik van dit beeld. In feite is het ook niet mogelijk om het te vermijden. Immers, in alle kunst uit de barok is het thema van het idyllische landschap, met inbegrip van herders en schapen een allegorie voor een ideaal, zorgeloos en puur leven. 


De opening bij Harnoncourt klinkt wel erg onzeker en iel. Dat is toch niet de bedoeling? Die trompetten.... Het openingskoor moet volgens Maarten juist een verbazingwekkend werk zijn; het blijft maar de hele tijd in G. Hij citeert Whittaker: 

 

"The fantasia is one of the most miraculously beautiful things Bach ever wrote." 


Op grond van deze uitspraak heeft Maarten jarenlang reikhalzend uitgezien naar een opname van deze cantate. Eindelijk verschijnt er één onder leiding van Hans Grischkat, op het wel zeer obscure label Joker. 


"Al vanaf de eerste maat heb ik stomverbaasd zitten luisteren. Is dit Bach, deze lieflijke hoornroep, en deze verukkelijke opstijgende notenvolgorde? Kan Bach dan ook zoiets componeren, zoiets zwierigs en meeslepends? Zo'n Tsjaikovski-achtige melodie? Uiteraard word ik vooral op het verkeerde been gezet door de hyper-romantische uitvoering van Grischkat. Maar ik ben daar - want ik heb nooit één andere uitvoering gehoord die recht doet aan deze wonderbaarlijke muziek (Rillings vertolking bevalt me helemaal niet, wordt volledig kapotgespeeld door het belachelijk hoge tempo) - nog steeds heel dankbaar voor. Whittaker zegt: "It's not easy to secure a perfect performance, simply though most of the writing is: the utmost reticence, delicacy and subtilety are required from the orchestra". Als in een symfonie van Mozart. Het is net of Bach in dit stuk al iets voorvoelt van het genie uit Salzburg. Of misschien eerder nog iets voorvoelt van de grote Joseph Haydn." 


Los van Maarten kom ook ikzelf tot de conclusie dat Rilling hier niet bevalt; het is soms wat zoetelijke muziek die bij Harnoncourt dan nog beter tot zijn recht komt. Zo zijn hier de bas-aria, maar veel meer nog dat voorlaatste duet (tenor en sopraan) echt schitterend. Bij Gardiner ook en hier is die opening werkelijk loepzuiver. Maar de ideale uitvoering, nee, die bezit ik blijkbaar niet. Nooit, waar ik ook kijk zie ik ergens een Grischkat opname op dat obscure label Joker. 



Bronnen; Andreas Bomba/Maarten 't Hart











de cantates de cantates de cantates de cantates verder nu met cantate 29>>