Monogram Johann Sebastian Bach






andere cantates voor de tiende zondag na Trinitatis

bwv 46 schauet doch und sehet, ob irgendein Schmerz sei

bwv 101 nimm von uns, Herr, du Treuer Gott



Attentie liefhebbers van de fuga! Wie, net als ik, dol is op de manier waarop Bach een koorfuga vanuit het eerbiedwaardige kan verheffen tot het sublieme, die moet beslist een poging doen om samen met nog wat zangvrienden (tapas erbij) door het openingskoor van deze cantate te gaan. Bach gaat ons daarbij voor met zeer nadrukkelijke, declamerende zinnen. We gaan vervolgens door allerlei fugatische textuur verder om vervolgens op het eind aan te komen bij een ‘full blown fuga’. Nee, er zijn maar weinig voorbeelden van die uitzonderlijke stijl van Bach die zo treffend zijn als juist dit koor. Het zou fijn zijn als we over de rest van de cantate net zo enthousiast konden zijn, maar helaas, het niveau van inspiratie wat Bach in dat openingskoor bereikt, dat ontbreekt verder in de cantate. 

Herr, deine Augen sehen nach dem Glauben is gecomponeerd in 1726 voor de 10e zondag na Trinitatis (25 augustus is dat) en stamt uit een serie (43, 39, 88, 187,45 en 17) die geschreven is in een periode waarin Bach, in navolging van zijn neef Johann Ludwig, zeer specifieke teksten en vormen hanteert in zijn cantates; een passage uit het Oude Testament - recitatief en aria - een passage uit het Nieuwe Testament - aria en recitatief - en tenslotte het gebruikelijke koraal. De tekst, in dit geval een waarschuwing over de risico’s van het verstrikt kunnen raken in gewoontes en een vermaning om berouw te tonen, is slechts zijdelings verbonden met het Evangelie voor deze dag. Het accent ligt sterk op de ernstige, dreigende woorden van de beide citaten uit de Schrift (Jeremia 5:3 en Romeinen 2: 4 en 5). De muziek wordt gekenmerkt door een overeenkomstig vermanende toon die al het andere in de schaduw stelt. In haar overvloed aan muzikale figuren, is het introductiekoor misschien wel het grootste van alle in motetstijl geschreven koren uit de cantates; hier is werkelijk, ook als we de Bach-standaard hanteren, een buitengewone finesse en individualiteit aanwezig in de koorpartijen. De alt-aria die daarop volgt houdt de ernstige stemming vast met steeds die schurende onderbrekingen die het lijden verbeelden. De telkens terugkerende sprongen in de somber declamerende bas-aria met dat schrikwekkende slot en vervolgens die krampachtige figuren in de tenor-aria; ze verbeelden allen de door angsten geplaagde ziel. En tenslotte kunnen de buitengewoon rijke harmonieën van de slotkoraal al die agitatie uit de voorgaande delen niet wegnemen. Zoveel is wel duidelijk; ons wordt geen troostend licht gegund. 

Maarten ‘t Hart:

"Bach weet dat hij een fantastisch openingskoor heeft gecomponeerd en gebruikt het als Kyrie in de mis in g-klein. En de beide prachtaria's gebruikt hij in de mis in F". 

Ondanks dat openingskoor is voor mij wel duidelijk dat deze cantate niet bij de favorieten komt. De aandacht verslapt. Waarom vind ik dat langdurige mineur de ene keer zo prachtig en waarom zegt het me de volgende keer werkelijk niets. Het raadsel van de muziek. Het is de versie met Pears/Britten die uiteindelijk wat meer licht op de zaak werpt; wat een prachtige triestheid. Een indrukwekkende Fisher-Dieskau en drama bij Pears. En een bijzondere stemming heerst daar door de live uitvoering met die plechtstatige 60er jaren sfeer. Ik weet niet of Maarten deze opname kent maar hij is juist erg te spreken over Rilling:

"De beginkoren van 102 en van 109 klinken bij Rilling voortreffelijk. Je zit bij gros van zijn opnames met kromme tenen te luisteren maar incidenteel valt er toch wel wat te genieten". 

Tja, en die koorzang bij bij thuis houden we nog even te goed. Wie goed bij stem is stuurt mij even een mailtje, dan leen ik die partituren en ik zorg voor tapa’s met sherry.

 

 

Bronnen: Ludwig Finscher, Simon Crouch

 

 









de cantates de cantates cantates hierna volgt cantate 35>>