een andere cantate voor de kerkelijke feestdag Maria-Visitatie

Herz und Mund und Tat und Leben bwv 147

 

Maria-Visitatie of Maria-Bezoek is een katholieke feestdag die gevierd wordt op 31 mei. Men herdenkt dan het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth, dat beschreven wordt in het Evangelie volgens Lucas (1, 39-56). Maria is op het moment van het bezoek zwanger van Jezus en Elisabeth van Johannes de Doper. Elisabeth wordt wanneer zij Maria ziet komen vervuld van de Heilige Geest, het kind springt op in haar schoot en zij zegt tegen Maria: "De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot!" Maria antwoordt met een lofzang op God, het Magnificat. De woorden van Elisabeth zijn opgenomen in het weesgegroet.

Maria-Visitatie valt oorspronkelijk op 2 juli, maar omdat deze dag ná de feestdag van de geboortedag van Johannes de Doper (24 juni) valt, heeft men het in 1969 verplaatst naar 31 mei.


 


Zomer 1724. Na vier ‘reguliere’ zondagen waarop Bach de eerste vier cantates van zijn jaarlijkse cantatecyclus uitvoert (BWV 20, 2, 7, 135) moet hij nu een additionele feestelijke cantate maken voor de 2e juli, het feest van de Maria Visitatie. Daarbij blijft hij trouw aan de inmiddels door hem ingezette gewoonte om koraalteksten en -melodiën te gebruiken voor zijn nieuwe cantates. Maar toch heeft BWV 10 een aparte plaats in dit geheel, Hier geen protestants kerklied als basis voor zijn compositie maar het Magnificat. Deze cantate  vertoont daarom Gregoriaanse trekjes. 

Anders dan heden ten dage is de Maria Visitatie één van de belangrijkste kerkelijke feestdagen, ook in het protestante Duitsland van Bach. In het Evangelie van Lucas anticipeert de ontmoeting tussen de beide zwangere vrouwen op de ontmoeting tussen de Verlosser en zijn voorloper, tussen Jezus en Johannes de Doper. En daarom bedenkt de Franciskaner orde die dit feest introduceert in het midden van de 13e eeuw, dat de Maria Visitatie in dezelfde periode moet vallen als het feest voor Johannes de Doper. En natuurlijk wordt er op deze dag uit het Lukas Evangelie gelezen; de Lofzang van Maria. Het zijn teksten die ook voorkomen in een bij het publiek bekend kerklied, een door Maarten Luther vervaardigde Duitse vertaling van het Magnificat. De latijnse versie daarvan behoort tot het standaard repertoire van de religieuze muziek (Magnificat anima mea Dominum). Maar die Duitse versie is een in die tijd veelvuldig gehoorde koraalmelodie en ze is gebaseerd op oorspronkelijk Gregoriaanse muziek. 

Het eerste deel opent met een qua thema onafhankelijke instrumentale sinfonia met strijkers en hobo's. Het koor valt in met zin voor zin de verschillende onderdelen van Luther's kerklied. Bij de eerste strofe horen we de melodie bij de sopranen, de lagere stemmen bewegen vrijelijk in een polyphone stijl, hun thematisch materiaal is geleend van het instrumentale deel. Bij de tweede strofe verhuist de melodie naar de alten; dit tweede deel is in feite een herhaling van de eerste maar nu in de subdominant met stempartijen die verwisseld zijn. De terugkeer naar de hoofdtoonsoort wordt bereikt door het invoegen van een vrije koraalpassage in de finale herhaling van de openingssinfonia. 

De beide aria's van de cantate verschillen nogal zowel qua instrumentatie als ook in stijl. In de eerste gebruikt Bach strijkers met daaraan toegevoegd hobo's spelend in een concertante stijl. De tweede aria heeft slechts een begeleiding van de basso continuo waarbij de introducerende ritornello's later steeds terugkeren als "basso quasi ostinato" in de vocale partijen. 

In het duet (deel 5) behoudt Bach niet alleen de oorspronkelijke Bijbeltekst maar hij citeert ook het Gregoriaanse kerklied in de instrumentale partijen, hij plaatst ze op deze manier tegenover de onafhankelijke, imiterende vocale partijen. Hij herschrijft dit deel later; als een bewerking voor orgel vind het dan een plaats in de Schübler-koralen

Elk van de twee recitatieven begint in secco stijl met basso contiunuo begeleiding. Het eerste (deel 3) verbreedt zich tegen het einde tot een arioso; het tweede (deel 6) ontwikkelt zich, nog iets indrukwekkender, tot een accompagnato met versieringen in de strijkers die de vervulling van God’s belofte aan Abraham illustreren. 

De beide finale delen zijn, zoals gewoonlijk, gezet als simpele vier-stemmige koralen waarbij de Gregoriaanse melodie nu weer bij de sopranen terugkeert. 

 

Maarten noemt deze cantate Bach's 'kleine Magnificat'. Mooi van stemming, wijdingsvol. Het meest mystieke onderdeel van deze cantate noemt hij het duet dat Bach dus later voor orgel bewerkt. Zijn wij alle enthousiast over deze cantate? Het duurt bij mij toch wel vrij lang voor ik iets van waardering kan opbrengen. Zou dat komen omdat het gebaseerd is op Gregoriaanse muziek waar bible-belt-types (zoals ik) nu eenmaal niet zo veel affiniteit mee hebben? Mogelijk. Later wordt het toch nog mooi maar pas na aanschaf van de uitvoering onder Karl Richter. Maar ja, daar treden dan ook zulke grootheden aan als Peter Schreier en Edith Mathis, wat wil je? En die ouderwetse rechttoe rechtaan stijl van Richter werkt natuurlijk geweldig in zo’n donder en bliksemaria als ‘Gewaltige stösst Gott vom Stuhl’. We horen Kurt Moll, bas en we horen ook veel niet mis te verstane continuoklanken (de "basso quasi ostinato" m.a.w. een zich schijnbaar herhalend motief). Jawel, dit is mooi.

 


 

 

Aria - Stuk voor een zanger of zangeres, met begeleiding.

Arioso - Een muziekvorm voor solo-zang en instrumenten, met name in de barokmuziek. Zowel qua tekst als qua muziek is de arioso een tussenvorm tussen een recitatief en een aria. In vergelijking met een recitatief waarbij de muzikale begeleiding meestal alleen bestaat uit een basso continuo, is de begeleiding van een arioso uitbundiger en rijker. De nadruk van een arioso ligt in vergelijking met een aria meer op de tekst dan op de muziek.

Basso continuo - Een manier van het begeleiden die vooral in de barokmuziek veel gebruikt werd. De naam wordt soms ook gebruikt voor de instrumenten die de begeleiding spelen. Veel instrumenten kunnen de basso continuo spelen; welke het doen is vaak een kwestie van smaak of beschikbaarheid. De basis is de uitgeschreven bas, vaak uitgevoerd door de cello of viola da gamba. Daarnaast is er sprake van een versierend en improviserend akkoordinstrument, zoals klavecimbel, orgel (in de kerk) of luit (bij kleine bezettingen).

Ostinato - Een kort muzikaal motief dat telkens, gedurende of een deel van een song, speelstuk etc. wordt herhaald. Een basso ostinato is een bas-melodie in een compositie, die de hele tijd een en dezelfde melodie herhaalt. De term is afkomstig uit het Italiaans en betekent: koppig (Nederlands: obstinaat).

Polyfonie - Onder polyfonie (Grieks voor  stem, klank, geluid) verstaat men in de muziek: gecomponeerde meerstemmigheid, dat wil zeggen, meerdere melodieën tegelijkertijd, al dan niet in verschillende stemregisters, soms zelfs  complex bezet. Het basisprincipe daarbij is dat alle stemmen gelijkwaardig zijn, of althans een volwaardige rol hebben. Voorbeelden van polyfone compositietechniek en zijn de canon en de fuga.

Recitatief - Spraakgezang, de manier van 'sprekend zingen' waabij de tekst het belangrijkste is en de muziek daaraan ondergeschikt is gemaakt. Als een recitatief alleen met ondersteunende akkoorden wordt begeleid, b.v. op het klavecimbel, dan heet het 'recitativo secco' (droog). Wordt het begeleid door meerdere instrumenten en op een meer melodische manier dan heet het 'recitativo accompagnato'.

Ritornel - Concertante voor-, tussen- en naspelen die de vocale verwerking van de koraalzinnen motivisch bij elkaar houden.

Subdominant - Een subdominantakkoord of kortweg subdominant is een akkoord dat verwant is aan het akkoord waarvan de grondtoon een kwint lager ligt dan dat van de tonica. Met de subdominant, wordt dat akkoord aangeduid, dat op de 4e toon van de toonladder is gebouwd. (in C groot: F A C, kortweg IV) In de loop van de geschiedenis, is het aantal subdominante akkoorden flink toegenomen. Er bestaat maar 1 tonica (op de 1e trap, aangeduid met I), op 2 manieren: majeur of mineur; er bestaan een aantal dominanten (op de 5e of de 7e trap, respectievelijk aangeduid met V en VII); maar het aantal subdominanten overtreft de beide andere functies verre. De functie van de subdominant is een punt van (relatieve) 'ontspanning' in de muziek te vormen. Is de tonica het oerbeeld van de grondtoon (het 'thuiskomen' van de muziek op een rustpunt), de dominant het oerbeeld van spanning, die in de lucht hangt (een gevoel van 'er staat iets onvermijdelijks te gebeuren'), zo is een subdominant een tegendeel van dit alles: een punt van ontspanning, bevreemding, verwondering. Functioneel harmonisch gezien (in de bijvoorbeeld de authentieke cadens) stuwt de subdominant naar de dominant.

Sinfonia - Een instrumentaal muziekstuk. Het woord is afkomstig uit het Italiaans en is in de meeste talen gelijk aan het woord voor symfonie. Een sinfonia is oorspronkelijk (vroeg-Barok periode) een kort muziekstuk dat gespeeld word direct voorafgaand aan een opera of aan kerkmuziek. De bedoeling is het publiek tot stilte te manen en tegelijkertijd voor te bereiden op het vocale werk dat volgt. De eerste sinfonia is - voor zover men weet - afkomstig uit de opera Orfeo gecomponeerd door Monteverdi in 1607. Later wordt de sinfonia langer en complexer. Uiteindelijk evolueert de sinfonia tot een zelfstandig muziekstuk bestaande uit meerdere delen.


Bronnen; Wikipedia/Alfred Dürr/'De visitatie' door Jacopo Pontormo (ca. 1528)








     ga verder naar cantate 93 >>  de cantates de cantates de cantates de ca